Zonder enige bedenking

‘Je bent gek!’
Ik heb het wel eens venijnig gezegd als mijn navigatiesysteem me de bush-bush in wilde sturen terwijl ze toch echt op snelwegen staat ingesteld. Temeer omdat die robot in een dergelijk geval halsstarrig blijft repeteren: ‘Indien mogelijk, omkeren.’ Het duurt lang, heel lang voordat mijn Miepie zich gewonnen geeft. In die tijd heb ik al lang een keer ‘Houd je bek’, gezegd. Waarom ik haar dan niet uitzet? Omdat ik altijd weer vurig hoop dat ze vroeg of laat alsnog de weg kiest waarin ik alle vertrouwen heb.
Soms raakt ze helemaal op tilt. Bijvoorbeeld bij die bouwput die de A1 al vele jaren is. Dan zegt ze ook: ‘Indien mogelijk, omkeren’, alleen wordt het dan voorafgegaan door: ‘Herberekenen’. Op een enkele plaats raakt ze dermate in de war dat ze niet verder komt dan een continue herhaling van enkel dat woord. Dat vind ik dan wel weer geestig, temeer omdat ik in een dergelijke situatie de weg zelf juist niet kwijtraak.
Ooit las ik ergens dat een kind de tomtom het zusje van God noemde. Omdat God, zo geloofde het lieve schaap heilig, ook altijd precies weet waar je bent. Maar al weet Miepie precies waar ik ben, toch slaagt zij erin het spoor volledig kwijt te raken als ik ga waar volgens haar geen wegen gaan.
Haar herstelkracht is echter enorm. Zodra ze weer iets van een haar bekende weg weet op te snorren, vertelt ze onverdroten hoe ik mijn weg kan vervolgen. Van nabeschouwingen, schuldgevoelens, spijt en onzekerheid is geen moment sprake, evenmin van verwijten omdat mijn bejegening toch allesbehalve vriendelijk was. Die stratenslet speelt gewoon de vermoorde onschuld en zelfs dat niet. Maar daar is ze dan ook gewoon een robot voor.
Voordat het navigatiesysteem zijn intrede deed moest er worden kaart gelezen. In de meeste gevallen zat de vrouw des huizes geheel tegen haar zin met een levensgrote landkaart op schoot. De man vroeg of ze de beoogde afslag al naderden, de vrouw had geen idee en zei maar iets terwijl ze de afslag voorbij raasden. Dat gaf bonje. Dat ging ongeveer zo.
Hij, opgewonden: ‘Let dan ook beter op, verdorie!’
Zij, sputterend: ‘Je weet dat ik geen held ben in kaartlezen.’
Hij, blaffend: ‘Geen held? Een drama zal je bedoelen!’
Zij, slachtofferig: ‘Waarom scheep je me er dan steeds mee op?’
Hij, verhit: ‘Denk je nou echt dat ik al die afslagen kan onthouden?! Gebruik toch eens je verstand!’
Zij, de kaart op het dashboard gooiend: ‘Onthoud jij nou maar dat kaartlezen mijn ding niet is.’
Hij, nu uit op haar meest gevoelige plek: ‘Je lijkt zo net je moeder!’
De sfeer bleef nadien nog urenlang bedorven.
Toch handig als je in dergelijke situaties stoïcijns kunt blijven, zoals Miepie. Misschien is dat wel de diepere betekenis van de robotisering: je het allemaal niet zo aantrekken als er op de persoon wordt gespeeld en gewoon weer doorgaan.
Laatst leek mijn navigatiesysteem er voor eeuwig de brui aan te geven. Gelukkig bracht resetten haar weer bij zinnen. Ik zal het maar toegeven: ik ben in een afhankelijkheidsrelatie geraakt met mijn Miepie. Niet geheel verwonderlijk als ik opbiecht dat ik in mijn tienertijd met mijn brommer bij Oudenrijn midden op dat levensgrote klaverblad belandde. Het viel ook niet mee om buiten de snelweg om van Eindhoven naar Amsterdam te rijden met ANWB-borden die constant naar de snelweg verwezen.
Desondanks begrijp ik de mensen niet die de aanwijzingen van hun navigatiesysteem klakkeloos volgen. Zo hoorde ik over een chauffeur die rechtdoor reed omdat zijn Miep dat zei, de nieuw aangelegde rotonde negerend. Een autoschadeherstelbedrijf was er goed mee. Ook een bestuurster volgde de instructies van haar Miepie blindelings op zonder in de gaten te hebben dat er een pontje nodig was om aan de overkant van de IJssel te komen. Ze belandde met auto en Miepie in het water.
Het doet me denken aan de grenzeloze gehoorzaamheid waartoe velen in staat zijn. Nog werkzaam in de hulpverlening vroeg ik standaard aan een met zijn autonomie worstelende cliënt: ‘Sta eens op?’ Nadat hieraan gehoor was gegeven kwam steevast mijn vervolgvraag: ‘Waarom deed je dat?’ Het antwoord luidde zonder uitzondering: ‘Omdat jij dat vroeg.’ Enig kwaad schuilde er absoluut niet in, zo’n cliënt wilde mij alleen maar ter wille zijn. Zonder enige bedenking. En juist dat is zorgelijk.
Tirannieën worden in stand gehouden omdat mensen zichzelf te weinig bevragen. Net zo slaafs als sommige automobilisten de aanwijzingen van het zogenaamde zusje van God opvolgen, doet een groot aantal gelovigen dat met de richtlijnen die fundamentalistische moraalridders uit naam van hun god prediken.
Ik zal niet zeggen: ‘Je bent gek!’ als je jezelf bevraagt. Want aan wie stel je de eerste vraag als je ergens onderweg in je leven de verkeerde afslag hebt genomen? Precies, aan jezelf! ‘Hoe heb ik zo stom kunnen zijn?’ Die vraag is welbeschouwd zo gek nog niet. Zeker als je niet per definitie omkeert.