While my Guitar gently weeps

Op de middelbare school kreeg hij van zijn muziekleraar te horen dat hij niet kon zingen. Gelukkig trok hij zich daar niets van aan. De filosoof Arthur Schopenhauer zei het al: ‘Het is een algemeen heersende dwaling veel te veel waarde aan de mening van anderen te hechten’ en ‘Van de mening van anderen afwijken wordt voor een belediging gehouden, want het is de veroordeling van een andermans oordeel.’ Geen idee of de muziekleraar van Mark Knopfler zich beledigd voelt bij confrontatie met het succes van zijn vroegere leerling.
Het neuzelige stemgeluid van de Schotse zanger en gitarist doet denken aan Bob Dylan en J.J. Cale. De neuzeligheid ervan slaat werkelijk alles als hij na een daverend applaus ‘Thank you!’, roept, de è daarbij heel lang aanhoudend: ‘sèèèèèènk joe!’
In mijn beleving was hij in zijn Dire Straits-tijd op zijn best, met nummers als Sultans of swing, Calling Elvis, Money for nothing, Brothers in Arms, Romeo & Juliet, Tunnel of Love, Going home en Boom like that. Ik kon geen genoeg krijgen van hun optreden op 29 mei 1992 in de Rotterdamse Kuip, maar op 5 juni 2006 verliet ik met gemengde gevoelens het Rotterdamse Ahoy vanwege de nieuwe weg die Knopfler los van zijn vroegere band was ingeslagen. Zijn lange gitaarsolo’s werden steeds meer verleden tijd. Zijn sound begon steeds vaker zoet kabbelend en pommelig te klinken. Geef mij dan maar Don McLean, Cat Stevens of Leonard Cohen. Als zij in plaats van Mark Knopfler met zijn latere liedjes op de markt waren gekomen zou ik niet zo teleurgesteld zijn geweest. Blij werd ik evenmin van de samenwerking die hij in 2006 aanging met Emmylou Harris, die in het Ahoy dus ook van de partij was. Niet om aan te horen vond ik het Why worry dat ze met elkaar ten gehore brachten, zij boemelend op haar akoestische gitaar. Nee, houd maar op. Afijn, dat zei die muziekleraar al veel eerder en ik was het zelf die in relatie daarmee Schopenhauer citeerde.
Soms scheiden de wegen gewoon.
Gelukkig zijn er nog veel, heel veel andere mannen die hun gitaar op een manier bespelen waarvan ik geen genoeg kan krijgen. Ik noem er enkele. Joe Bonamassa. Rory Gallagher. David Gilmour. Jimi Hendrix. Jimmy Page. Carlos Santana. Joe Satriani. Slash. Snowy White. En natuurlijk niet te vergeten: Eric Clapton. Hij is mijn absolute favoriet. Als ik een jaar op een onbewoond eiland zou moeten leven en het werk van slechts één muziekartiest zou mogen meenemen, dan valt mijn keus zonder enig nadenken op deze gitarist. Hij verstaat de kunst verhalen te vertellen met zijn gitaar. Zelfs in geval van scheurend gitaarwerk op een van zijn vele Fender Stratocasters weet hij nog een gevoelige snaar te raken. Als ik hem hoor spelen kan ik niet stil blijven zitten, dan moet ik meedoen op een van mijn vele luchtgitaren. Ja, daar heb ik een hele muur mee vol hangen! Het mooie is dat ze totaal geen plek innemen.
Ook Clapton heb ik twee keer zien optreden: op 22 februari 1990 in het Brusselse Vorst National en op 29 mei 2010 samen met Steve Winwood in het Arnhemse Gelredome. Beide keren een topavond beleefd met muziek op topniveau. Ik herinner me nog dat ik uren heb zitten blauwbekken voor het Eindhovense VVV-kantoor om aan kaartjes te komen voor dat concert in Brussel. Sommige fans hadden zich beter gewapend tegen de kou en zich in slaapzakken gewikkeld.
Een vrouw met een duidelijk Brabants accent sprak almaar over d’n klep in plaats van over Clapton. Later las ik ergens dat Clapton door zijn grootouders is opgevoed en dat was het echtpaar Clapp. Bij zijn geboorte heeft de gitarist echter de achternaam gekregen van zijn moeder en dat is toch echt Clapton. Hij heeft nog een andere bijnaam: slowhand. Deze bijnaam kreeg hij destijds omdat hij toen regelmatig snaren brak en die ter plekke verving, terwijl het publiek hem begeleidde met traag handgeklap. Op een Londense schutting in de Arvon Road staat zelfs gegraffitied: ‘Clapton is God’. Ook zo zou ik Clapton niet willen noemen, maar goddelijk vind ik zijn gitaarspel absoluut.
Het is moeilijk voor mij uit zijn grote oeuvre een keus te maken voor deze laatste dag van mijn muziekweek. Nummers als Whiteroom, Layla, Cocain, All our past times, My Father’s Eyes, Holy Mother, Wonderful Tonight, River of Tears, Tears in Heaven, Cross Roads, Pretending en She’s gone: ik zou ze allemaal willen laten horen, live.
Maar het wordt While my Guitar gently weeps. Dit door George Harrison geschreven nummer waaraan Eric Clapton op diens verzoek een gitaarsolo toevoegde, verscheen voor het eerst op de dubbel-lp The Beatles, ook wel The White Album genoemd. Aanvankelijk wilde Clapton niet: ‘Nobody ever plays on the Beatles’ records’, luidde zijn reactie. Zo’n 34 jaar later, op 29 november 2012, zong en speelde Clapton het nummer met hart en ziel tijdens het Concert voor George in de Londense Royal Albert Hall. Een ode aan de Beatle die een jaar eerder was overleden, aan een van Claptons beste vrienden, aan mijn lievelings-Beatle. Mooi om te zien is het contactmoment dat Eric heeft met de zoon van George, Dhani, meteen na het nummer. Behalve Dhani komen ook de ex-Beatles Paul McCartney en Ringo Starr en nog vele andere topmusici in beeld terwijl Clapton zijn gitaar datgene laat vertellen waarvoor woorden tekort schieten.

Klik hier.