Wat een vliegtuig te wachten staat

Het wordt de komende tijd druk op Twente Airport. Vorig jaar vestigde het bedrijf AELS, wat staat voor Aircraft End of Life Solutions, er haar tweede vestiging. Op Koningsdag maakte een Airbus A340 van Swiss daar haar laatste landing ooit en vier maanden later was er van dit vliegtuig als zodanig geen spoor meer te zien. AELS gaat in rap tempo voort want op 6 december ontving zij een van KLM afkomstige Boeing 747, op 19 januari verwacht zij een Airbus A340 van Air France, op 22 januari strijkt er een zusje van de Airbus neer en op 24 januari volgt er nog een blauwe jumbo. Voor sloop zeggen de fans. Voor ontmanteling is de term die je in publicaties terugvindt. AELS zelf noemt het de-assemblage.
De-assemblage vind ik zo’n verkeerde term nog niet voor wat een vliegtuig te wachten staat als het eenmaal is uitgevlogen. Binnen de industrie wordt assemblage immers opgevat als het samenstellen van een product uit losse onderdelen. Bij een bedrijf als AELS gebeurt het tegenovergestelde: een product wordt hier teruggebracht naar losse onderdelen.
Maar dan de term ontmanteling. Bedoeld wordt dat het vliegtuig een jasje gaat uitdoen. Terwijl vooral de binnenkant wordt ontdaan van alles wat erin zit. Welbeschouwd worden de vlieginstrumenten, de boordcomputers, de stoelen en al wat er nog meer in een vliegtuig te vinden is, ontmanteld en blijft het vliegtuigcasco als een leeg ding achter. Zoals mijn jas als ik hem uittrek en aan de kapstok hang.
Een blik in een willekeurig woordenboek leert dat ontmanteling wel degelijk een synoniem is voor sloop. Maar sloop klinkt zo negatief. Zo negatief is het ook voor de fans als een vliegtuig uit de vaart wordt genomen en een bedrijf als AELS als eindbestemming heeft. Want al is een geliefd toestel van zo ongeveer al haar onderdelen ontdaan, ze is nog steeds herkenbaar. Dat is ze zelfs nog lange tijd als de ‘knipper’ er eenmaal aan te pas komt. De reacties op Facebook waren destijds niet van de lucht toen er een foto voorbijkwam van een verknipte MD-11: het voorste deel lag ontdaan van de rest op haar kant op de grond. Iemand noemde het ‘de onthoofding van de PH-KCI’.
Des te vreemder vind ik het dat diezelfde fans spreken over het met pensioen sturen van een vliegtuig als de eindbestemming toch echt een plane graveyard is. Ik heb bij met pensioen zijn een heel andere voorstelling dan ontdaan worden van alles wat in mij zit om vervolgens te worden verknipt en verhakseld. Alhoewel het beeld dat ik ooit had van mijn eigen pensionering dramatisch verschilt van wat Rutte in de afgelopen jaren allemaal heeft bekokstoofd. Niet alleen bijna twee jaar AOW inleveren, nee, het ook nog eens bijna twee jaar langer doorbetalen! Maar dat is weer een heel ander verhaal.
Een uitgefaseerde machine die bij een museum wordt ondergebracht, díe gaat met pensioen. Hoe dat uitpakt is sterk afhankelijk van waar zij komt te staan. Is dat onder de blote lucht van Nederland, dan vergaat zij gaandeweg. In Seattle, dat tot de natste delen van de Verenigde Staten behoort, staat de eerste 747 die Boeing ooit bouwde, The City of Everett, bij het bekende Museum of Flight inmiddels ook binnen. Dat zal met de PH-BUK, een 747-200 die KLM ooit aan het Aviodrome voor één euro schonk, nooit gebeuren. Daarvoor ontbreekt het geld domweg.
Geld is altijd het probleem. De tijden waarin onze blauwe maatschappij voor een symbolisch bedrag het Aviodrome met vliegtuigen verrijkte, zijn voorgoed voorbij. De bomen groeien niet tot in de hemel, ook niet bij KLM. De bedragen die uitgefaseerde vliegtuigen opleveren, zijn voor de fans onmogelijk op te brengen.
Voor de Nederlandse regering was het bedrag waarvoor het regeringsvliegtuig is verkocht een peanut, voor de fans een niet op te hoesten kapitaal. Aan de andere kant van de wereld vervolgt de PH-KBX nog even haar vliegende bestaan, terwijl haar voorganger, de PH-PBX, ergens in Zuid-Afrika voor 250.000 dollar te koop staat, zonder vliegwaardig te zijn. Zij mist een motor, heeft een C-check nodig en de staat van het landingsgestel is twijfelachtig. Toch gaan er stemmen op haar naar Nederland te halen. Wie gaat het betalen?
Hoog tijd om de ogen te openen voor de realiteit. Vliegtuigen lekker laten uitrusten en van hun pensioen laten genieten zit er voor de meeste niet in. Het merendeel zal verworden tot donormachine voor hun zusjes, zo ook de vier vliegtuigen waar AELS zich de komende tijd mee gaat bezighouden.
De huiden van de tot vrijwel het bittere einde herkenbare 747’s en A340’s zullen niet alleen worden omgesmeed tot bierblikjes, scheermesjes, steelpannetjes en raamkozijnen, maar ook tot sleutelhangers waarop wetenswaardigheden terug te vinden zijn als vliegtuigtype, registratie, naam, eerste en laatste vluchtdatum. Maar er zijn nog meer accessoires te vervaardigen uit vliegtuigonderdelen. Koffietafels kwamen er voort uit de romp van een Boeing 727 en van de motorbehuizing van een DC-10 is ooit een receptiedesk gemaakt.
Het terughalen van de motorinlaat van het geliefde elfje Floortje, de PH-KCD, uit Mohave om vervolgens te gebruiken als omranding van een tafel in het Aviodrome, is niet gelukt. Met een de-assemblagebedrijf in het eigen land zijn er wellicht mogelijkheden om de eigen huisraad met iets heel bijzonders uit te breiden.
Van aluminium zijn ook erg leuke sieraden te creëren. Een armband bijvoorbeeld met de tekst Best Friends Forever ter herinnering aan de PH-BFF. En het sieraad dan bij aankoop laten inpakken in mooi inpakpapier zodat je beste (luchtvaart)vriend dit bijzondere cadeau op een geschikt moment kan ‘ontmantelen’.