Trammastkraaien III

Dit is zo’n dag waarop ik op Facebook zou kunnen schrijven: ‘Vanochtend de ramen gelapt en nu lekker aan de thee.’ Zo’n boodschap dus die bij Radio Veronica kan scoren als de meest irritante Facebook Status van vandaag.
Ramenlappen is een karwei waarbij ik vervaarlijk ver naar buiten moet hellen om alle hoekjes te bereiken. Blauwe plekken houd ik altijd over aan het clowneske gemanoeuvreer tussen de stalen kozijnen. Daarom doe ik het alleen als het hoognodig is.
Het karwei biedt me een langdurige kijk naar buiten.
Aan de slaapkamerzijde is dat op het trammastkraaiennest. Het jong dat als eerste het ei uitkroop heeft nu de grootte van een merel. Het trippelt over de rand van zijn geboortetakjes en slaat met zijn vleugels. Hij zal er het eerste opuit trekken voor een solovlucht. Hulpeloos spert hij zijn zwarte snavel wijd open zodra ma kraai bij het nest neerstrijkt, het heldere rood duidelijk zichtbaar. Zodra het ouderdier ook het andere jong het een en ander heeft toegestopt, vertrekt ze weer. De eerste tijd zal ze het nog druk hebben met haar kroost. Kraaien zijn nestblijvers. De jongen, die blind, kaal en hulpeloos worden geboren, blijven zelfs nog nadat ze zijn uitgevlogen, zo’n week of twee terugkeren naar het ouderlijk nest om door pa en moe te worden gevoed.
Bij de tramhalte staat een jonge meid. Haar kleurrijke hoofddoek vormt een harmonieus geheel met haar spijkerjackje en zuurstokroze jurk. Het lijkt me vreselijk om de wind nooit door mijn haren te voelen waaien. Maar op zo’n moment dat mijn haar eruit ziet als een pluk zuurkool, zou ik er stiekem best één willen. Een meter verder staat een knul van dezelfde leeftijd als de moslima druk te telefoneren. Hij heeft een baggy jeans aan, zo’n broek met het kruis tussen de knieën. Ik kan me niet voorstellen dat het lekker loopt, die variant op zaklopen. Half verscholen achter de gozer staat een makelaarstype, strak in het pak, ook telefonerend. Onderzoek heeft uitgewezen dat hele volksstammen denkbeeldige telefoongesprekken voeren om de indruk te wekken dat ze het superdruk hebben. Ik heb mezelf er nog nooit op kunnen betrappen. Ik beleef er eerder lol aan indruk te maken met een aardig woord, een goed verhaal.
Onder luid gekras landt één van de ouderkraaien op het dak van het tegenoverliggende appartement. Het gitzwarte verenpak glanst in het zonlicht. Vanwege die outfit wordt de vogel met dood en ongeluk geassocieerd. Toen ik nog in het ziekenhuiswezen werkzaam was, viel het me op dat er altijd wel enkele patiënten gingen somberen zodra ze kraaien zagen rondcirkelen. Kraaien staan synoniem voor uitvaartbegeleiders en de kraaienmars blazen betekent afscheid nemen.
Druk in de weer met water, spons, trekker, zeem en een oude verfrommelde krant, zie ik aan de woonkamerzijde meeuwen rondzeilen. Als zo’n dier neerstreek op de vensterbank van een ziekenhuiskamer, hoorde ik herhaaldelijk patiënten vertellen dat de ziel van een geliefde overledene in die vogel huisde. Hun moeder, opa of kind manifesteerde zich dan in die frequent terugkerende meeuw.
Volgens de Griekse mythologie zou de kraai van oorsprong net zo wit zijn geweest als de meeuw. In opdracht van Apollo bewaakte een sneeuwwitte kraai de Thessalische koningsdochter Koronis, één van de geliefden van de zonnegod. De vogel slaagde er niet in te voorkomen dat de dochter zich inliet met een Arcadische prins. Apollo vervloekte de in gebreke gebleven bewaker, maakte de veren zwart en doodde de ontrouwe geliefde met zijn pijlen. Nee, Apollo was niet voor de poes.
Jonge vogels zijn dat dikwijls wel. Ontkomen ze aan de poes dan is er vaak een kraai die ze als een lekker hapje beschouwt. Ook dat maakt de kraai niet populair. Maar aan een tamme kraai is alleen al vanwege zijn intelligentie veel plezier te beleven. Ook als je ze niet als huisdier wilt, kun je ze beter te vriend houden want als je ze boos maakt vergeten ze dat nooit meer en ‘vertellen’ ze zelfs aan hun jongen dat ze je haten. Gelukkig deert het de dieren niet dat ik ze geregeld bespied met mijn verrekijker en camera.
Die apparatuur heb ik niet nodig om te kunnen zien wat er allemaal ronddrijft in de vaart waaraan ik woon. Een gele zwemband, aan de afmetingen te zien voor peuters bestemd, heeft het ruime sop gekozen. In het kielzog dobbert een colaflesje, gevolgd door een plastic zak van de supermarkt van de hamsterweken. Ik snap de mensen niet die hun afval overal maar achterlaten. Toen het colaflesje nog vol was werd het toch ook gedragen? Toen woog het zelfs aanzienlijk meer!
Steeds meer plastic vindt zijn weg in het water. Als gevolg van de grote ringvormige zeestroom van de Stille Oceaan, hoopt de rotzooi zich op in een gebied ten noorden van deze wereldzee. De totale afmeting van deze plastic soep is zeker 34 keer zo groot als Nederland. Door verwering, zonlicht en golfslag valt plastic uit elkaar in steeds kleiner wordende stukjes. Allerlei dieren die in of van de zee leven zien plastic afval en microplastics voor voedsel aan. Omdat het niet op biologische wijze verteert, is het veelal dodelijk. Een schatting is dat de vissen die zich op de grotere dieptes van de Stille Oceaan ophouden, jaarlijks 12 tot 24 duizend ton plastic afval inslikken. En het blijft niet bij die ver van ons bed rondzwemmende vissen. Gestaag dringt het vaak giftige afval onze voedselketen binnen. Het kan dus ook onze eigen gezondheid ernstig schaden. Linke soep, die plastic soep.
Op de picknicktafel van de overburen ligt een plastic tafelkleed. De uiteinden waaien omhoog maar de wind krijgt geen vat op het geheel omdat er twee stenen op liggen. Er zeilt een meeuw voorbij. Nog hoger vliegt een Airbus A320. Ik herken het jankende geluid van de motoren, nog voordat ik de kist zelf in het vizier krijg. Op de achtergrond hoor ik kraaiengekras. De ouders laten zich meer horen sinds de jongen zichzelf een weg uit het ei hebben gepikt.
En nu. Nu zijn niet alleen mijn ramen schoon, ook deze tekst is klaar. Eén keer raden hoe ik hem beëindig. Ik ga voor een vet irritante Facebook Status: ‘Vanmiddag een verhaaltje geschreven en nu lekker aan de wijn.’