Trammastkraaien II

Intussen heeft de trammastkraai haar legsel uitgebroed. Zeker twee jongen zijn het resultaat. Moeder kraai zit op de rand van het nest, met aan haar rechtervleugel de elektriciteitsvoorziening van de tramlijn. Het is toch wat, vogelkroost dat niet in het beschutte riet of boomgebladerte opgroeit maar in de directe omgeving van de techniek.
Terwijl ik met mijn verrekijker naar de gebeurtenissen in het kraaiennest loer, begrijp ik eindelijk waarom het platform in de mast van een schip een kraaiennest wordt genoemd. De uitdrukking ‘Iemand blij maken met een dooie mus’ wist ik ook pas te doorgronden toen de poes mij als blijk van dank voor al mijn goede zorgen, trakteerde op een levenloze vogel op de keukenmat.
Waarop de kraaienouders hun jongen trakteren kan ik niet zien. Vermoedelijk op wormen, insecten en, omdat ze middenin de stad zitten, junkfood. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat kraaien hun koters vaak patatresten en stukjes donut toestoppen. Reden? Het ligt zo voor het oprapen. De vette hap die ons alleen maar moddervet maakt, levert de vogels een groeiachterstand op.
Stukjes kauwgom worden ook dikwijls aangezien voor voedsel. De vogels pikken erin en kunnen er bij oplopende temperaturen niet meer van afkomen.
Wat een ellende.
Volgens een aloud poëziealbumversje zei de kraai: ‘Het is fraai!’ De trammastkraaien komen niet verder dan ‘Kraah, kraah!’ Het geluid valt lelijk uit de toon bij wat wij verstaan onder lieflijk en welluidend vogelgezang. Toch maken deze dieren met hun ruwe gekras deel uit van de orde der zangvogels. Evenals de merel, nachtegaal, wielewaal en andere bekoorlijke fluiters, is de kraai in het bezit van een ingewikkeld geluidsorgaan dat een reeks samenhangende, meestal in toonhoogte verschillende klanken in een herkenbaar patroon kan voortbrengen. Genetisch gaat het hier om verwanten.
Vogelkenner Jac. P. Thijsse heeft zich beziggehouden met de vraag waarom vogels zingen. Het Engelse gezegde ‘A bird doesn’t sing because it has an answer, it sings because it has a song’ was voor hem niet voldoende, evenmin als de twee meest bekende redenen die iedereen wel weet op te hoesten. Want nee, de mannetjes bakenen met hun gezang niet alleen hun terrein af en ze lokken er evenmin alleen vrouwtjes mee.
Behalve gescheld naar de buren en vocaal geflirt doet hun gezang namelijk dienst als arbeidsvitaminen. Let maar eens op het geluid dat zwaluwen, spreeuwen en goudhaantjes produceren als ze voedsel zoeken. Thijsse hoorde ook de triomfzang van een gekraagd roodstaartje dat erin geslaagd was een eekhoorn te verjagen die zijn nest belaagde. En de angstzang van een spreeuw die achtervolgd werd door een sperwer. ‘Het arme dier zong zelfs nog, terwijl hij al gegrepen was’, schreef de vogelkenner.
Misschien is vogelzang soms toch meer een roepen.
In Aalsmeer is ooit een kraai gesignaleerd die meer dan een half uur heeft zitten roepen na de vondst van zijn dode partner. Maar er zijn ook stemmen die beweren dat dit betoon als een signaal kan worden opgevat dat er ergens gevaar op de loer ligt.
Toch maar eens onder het trammastkraaiennest gaan luisteren of ik daar iets hoor. Jawel, er klinkt een gepiep dat duidelijk afkomstig is van jong kraaiengevogelte. Op het dak van een nabijgelegen appartementencomplex zit één van de ouders op de uitkijk. Het andere ouderdier strijkt neer bij het nest. De kopjes van de kleintjes en hun lang uitgestrekte nekken zijn nu zichtbaar. Beurtelings worden ze gevoed. Dan wiekt de volwassen vogel weer weg. Op zoek voor een nieuwe ronde van het diner. Keus is er genoeg: wormen, insecten én junkfood.