Een kolom van mist en dampen

Ons verblijf in Calgary luidde het eind in van onze reis door de Rockies. In deze moderne Canadese stad was het vanuit de Calgary Tower nog even genieten van het schitterende uitzicht op dit imposante rotsgebergte. En ja, ik durfde het aan om op de dikke glasplaat te gaan staan en naar beneden te kijken in een diepte van 525 voet (160.02 meter). Geen moment bang geweest.
Dat ben ik weer dan weer wel als ik met mijn koffer een roltrap op moet. Ik vind het echt helemaal niks om dat gevaarte op het juiste moment op die naar boven of naar beneden schuivende treden te mikken. Daar komt bij dat ik uitgerekend dan gehinderd word door het leesgedeelte van mijn multifocale brillenglazen.
En ja, het was weer sjouwen geblazen met die koffer. Altijd blij als die op het weegapparaat staat en zijn weg verder los van mij naar het vliegtuig vindt. Dit keer verdween hij in de onderbuik van een Airbus A321 van Air Canada.
Terwijl de tweemotorige jet het luchtruim koos, trakteerde ze de inzittenden nog heel even op een fraai uitzicht op die mooie Rockies. Hoe dichter we Toronto naderden, hoe meer ik het gevoel kreeg dat we op Schiphol aanvlogen. Voor de landing moest het vliegtuig zich door een dikke laag grijze wolken boren, die zich samenpakten boven de grootste stad van Canada. Bij het verlaten van de kist kon ik het niet nalaten de bemanning even te complimenteren voor de geslaagde vlucht. De co, die nog in de cockpit stond, merkte al snel met een groot luchtvaartenthousiast van doen te hebben. Hij nodigde me uit plaats te nemen op de stoel van de gezagvoerder. Uiteraard werd mijn reismaatje er ook bij betrokken en wat later zat hij dan ook naast mij op de plek van de co. Heerlijke praat over de verschillen tussen Airbus en Boeing, het afscheid van de MD-11 en ja, ook over Terschelling waar hij tijdens de inhuldiging van Willem Alexander zat. In ons enthousiasme vergaten we de tijd. Daar kwamen we achter toen de Airbus die voor die dag zijn laatste vlucht had gemaakt, ineens compleet van de elektra was afgesloten. We moesten dus weg. Daarmee was het feestje voor mij nog niet over. De co haalde een wing uit zijn spullen die hij aan mij gaf. Wat een mooie herinnering!
Een ware vliegtuigfan kan onmogelijk van Toronto naar de Niagara Falls rijden zonder een omweg te maken naar Hamilton International Airport. Daar troffen we twee andere luchtvaartenthousiasten die ik via de Facebookgroep MD-11-liefhebbers heb leren kennen. De oogst van wat we te zien kregen was klein maar wel bijzonder. Voor de geïnteresseerden: enkele Boeings 727, enkele DC-10’s en een DC-3. Helaas waren vooral de DC-10’s er slecht aan toe. Bij één was de staartmotor eruit gesloopt, een ander exemplaar stond er zonder motor 1 en 3. Nee, vliegen zullen die niet meer.
Een gure regenbui joeg ons al snel de auto in.
In de 160 meter hoge Skylon Tower zaten we in het langzaam ronddraaiende restaurant niet alleen droog, we genoten er ook van zowel het uitzicht op de Niagara Falls als het eten. De nattigheid buiten weerhield ons er niet van om ons in de boot te laten nemen en zo heel dicht bij de watervallen te komen. Uitgedeelde rozerode poncho’s die je eerder de uitstraling gaven van slachtpersoneel dan van een toerist, voorkwamen dat we kliedernat werden van de regen en de opspattende druppels van de op de grens van Canada en Amerika liggende watervallen. Het is nauwelijks voor te stellen dat al eeuwen achtereen iedere minuut duizenden liters water tegelijk naar beneden storten en dat dit nog vele eeuwen zo zal doorgaan. Met een gemiddelde van 60 meter zijn de Niagara Falls niet echt hoog, maar de breedte en de stuwkracht van het water zorgen voor een geweldig spektakel. Het bruisende water vormt daarbij een kolom van mist en dampen, die van verre al zichtbaar is boven de stad. Als je niet beter weet zou je nog denken dat er sprake is van een immense brand. Zodra het donker valt wordt het watergeweld bijgelicht, wat opnieuw voor een bijzonder effect zorgt.
De mannen waren nog lang aan het fotograferen maar ik was er met mijn iPhone vrij snel mee klaar. Het vele water dat zo ongeveer van alle kanten kwam in combinatie met een temperatuur van 9 graden Celcius, zorgde ervoor dat ik koud was tot op het bot toen we weer in de auto stapten. Maar die was gelukkig gauw lekker warm gestookt. Een pittige soep met een wijntje tot besluit, wat wil een mens nog meer?