Het Parijs van Noord-Amerika

Alle goede dingen bestaan uit drie. Ten minste, als je dat gezegde moet geloven. Hoe dan ook: als je in Toronto bent kan je de CN Tower niet missen. Met de pijlsnelle lift werden wij op 350 meter hoogte gebracht. Niet omdat dit overeenkomt met de hoogte van de toren, die is namelijk 553 meter, maar omdat zich hier de meeste toeristische faciliteiten bevinden. En zo stond ik weer op een dikke glasplaat die sterk genoeg is om het gewicht te dragen van drie en een halve orka. Of van 35 elanden. Beren kunnen er met z’n 41-en op. Wolven met z’n 380-en. Nou ja, qua gewicht dan. Het wordt dan toch echt stapelen met die dieren. Laat staan als we het hebben over 1091 bevers, 3639 Canadese ganzen of 256.882 gaaiachtigen. Veel van de mensen die erop gingen giebelden of gilden. Ja, één keer raden, dat waren in alle gevallen vrouwen. Ik ben niet zo’n giller en voor giebelen had ik zelf ook geen enkele reden. Maar wel liet ik me fotograferen, dat hoort er gewoon bij.
In het restaurant aten we voortreffelijk. Het prijskaartje dat aan zo’n driegangendiner hangt (minder gangen is er niet bij) liegt er niet om maar een combinatie van lekker smikkelen bij zo’n schitterend uitzicht maak je ook niet alle dagen mee. Ook wie het niet breed heeft laat het wel eens breed hangen, dat gebeurt gewoon op zo’n toren. Maar wie denkt hem stilletjes te smeren zonder te betalen wordt binnen enkele tellen in de kraag gevat. Ja, we zagen het gebeuren.
De rit naar Montreal toonde ons de prachtkleuren waarin de herfst zich tooit.
In deze stad die genoemd is naar de nabijgelegen koninklijke berg Mont Royal, bezochten we het oude centrum. Aan de gebouwen is het goed te merken dat deze stad ooit door Fransen is opgericht. Zij wordt ook wel het Parijs van Noord-Amerika genoemd, al staat er geen Eiffeltoren en ook niet iets dat erop lijkt. Een Notre Dame is er wel, een indrukwekkend gebouw, met overdadige versieringen en een opvallend blauw altaarstuk. De glasramen vertellen de geschiedenis van Montreal en belangrijke families hebben hun eigen biechtstoel. Ook nu weer werd ik niet echt vrolijk van het bezoek aan een godshuis, laat staan dat ik me erdoor verlicht voelde. Zal God, voor zover die bestaat, zich werkelijk thuis voelen in zo’n donker huis waar de nadruk zo op het lijden ligt?
Tja, waar voel je je thuis?
Velen zullen het plezier niet begrijpen dat volgde toen we ons met nog een aantal luchtvaartliefhebbers bij de luchthaven van Montreal hadden verzameld om de op één na laatste landing van de MD-11 mee te maken. Behalve Canadezen waren er Zwitsers en Nederlanders. Denk nu niet bij die Nederlanders dat dit enkel mijn reismaatje en ik waren. Een van de fotografen was jarig en trakteerde ons op zelfgebakken muffins. Een van de andere fotografen bood aan ons op onze laatste dag van onze vakantie een rit met ons te maken naar de Mont Royal, met een prachtig uitzicht over de stad. Helemaal leuk natuurlijk!
Ja, de MD-11 is niet alleen een mooi vliegtuig, zij verbindt ook mensen.
Voor de mensen hier is het vandaag de laatste keer dat zij een MD-11 op de luchthaven van Montreal zien landen en opstijgen. Er vliegen geen cargo-elfjes op deze bestemming.
Deze vakantie heb ik puur aan de MD-11 te danken. Ik wilde hoe dan ook haar laatste vlucht meemaken. Daar hebben we een mooie reis aan vastgeknoopt. Helemaal fantastisch. En toch… toch zou ik, als ik had kunnen kiezen…. liever deze vakantie niet meegemaakt, niet meegeholpen aan het boek Farewell MD-11, als…. het elfje nog jaren had kunnen doorvliegen.
Maar het is zoals het is.
Tijd vliegt en dit mooie toestel vliegt eruit.