Tijd om te gaan

Van het aangekondigde heiige weer is niets te merken als een groepje spotters zich verzamelt bij de McDonald’s. De bewolking hangt hoog, de zon laat zich zien. In de verte staan twee Boeing 747’s voor hangar 11.
‘De voorste is de BFU, de achterste de BFC’, zegt een man in een grijze kabeltrui.
‘Het gaat hard met de 747’s, de Calgary is de tiende alweer die wordt uitgefaseerd’, reageert de man die tegenover hem zit. Hij neemt een slok van zijn koffie waarna hij met de rug van zijn hand de druppels uit zijn snor veegt. ‘Hoeveel hebben we er eigenlijk nog?’
‘Nog zes combi’s, nog zes full pax, en nog vier vrachtbakken, de Martinair-machine meegerekend’, antwoordt de kabeltrui.
De vrouw naast hem peutert de plastic verpakking open van een theezakje. ‘De BFC heeft wel geschiedenis geschreven in haar ruim 28-jarige carrière’, zegt ze. ‘Nauwelijks drie maanden oud belandde ze bij Alaska in die aswolk. Het was dat ze nog maar net de fabriek uitkwam, anders hadden ze haar total loss verklaard.’
‘Zoals ze eruit zag!’, haakt de grijze kabeltrui erop in. ‘Ze was compleet gezandstraald!’ Ook hij doet zich te goed aan een bakje koffie.
‘Intern heeft ze er de naam asbak aan overgehouden’, zegt de vrouw. Ze laat het bevrijde theezakje los in een bekertje met heet water.
‘Bizar dat de flight crew geen idee had van die vulkaaneruptie’, stelt de snor.
‘Nee, ze dachten dat het een bui was’, reageert de kabeltrui. ‘Het civiele luchtverkeer was nog niet gewaarschuwd.’
‘Alle vier de motoren vielen uit’ zegt de vrouw, al heen en weer slingerend met het theezakje. ‘Nadat de crew er toch in slaagde om er drie weer aan de praat te krijgen, focusten ze op het veilig landen van de machine. Klasse dat ze dat hebben gefikst, vrijwel zonder zicht en met een beperkte werking van de vlieginstrumenten. De pitotbuis was dichtgeslibd waardoor de snelheidsmeter het niet meer deed.’
‘Wordt die thee niet veel te zwart?’, vraagt de snorremans.
‘Ik drink hem graag sterk.’
De grijze kabeltrui kijkt op zijn smartphone en opent een app waarop het baangebruik is te zien. ‘Vanaf welke baan zal de Calgary starten? Als het de 24 wordt zitten we hier niet goed. Ik vrees dat de 18L zo direct dichtgaat.’
‘Het wordt de 18L, dat ligt voor de hand met Spanje als bestemming’, zegt de snor stellig.
Een derde man, gehuld in een stoer vliegerjack, meldt zich bij het gezelschap. Het mansvolk krijgt een hand, de vrouw drie kussen.
‘De BFC’, zegt hij, ‘die kan ik toch echt niet laten gaan zonder haar uit te zwaaien. Schitterende vlucht mee gehad vanuit Hong Kong. Ik kende de co.’ Hij legt zijn camera op de tafel en schuift aan.
‘Aan haar lag het niet dat ik mijn vlucht vanuit Los Angeles bepaald niet schitterend kan noemen’, zegt de vrouw. ‘Het is de enige keer dat ik Economy Comfort heb gereisd. Zowel links als rechts werd ik geflankeerd door een heerschap met een fors postuur. Het grietje voor me klapte haar stoel naar achter. Ik zat helemaal klem. Van pure ellende heb ik mijn heil maar op de trap gezocht. De cabin crew had medelijden met me, maar het was volle bak, dus een alternatief kon ik vergeten.’
‘Geen verhaal gehaald bij KLM?’, vraagt de snor.
De vrouw schudt haar hoofd. ‘Geen moment aan gedacht.’
‘Vliegen met easyJet heeft een groot voordeel’, lacht het vliegerjack. ‘De stoelen kunnen niet kantelen.’
‘KLM maakt er vet reclame mee dat de rugleuningen in Economy Comfort nog verder naar achter kunnen’, zegt de kabeltrui. ‘Helaas zag KLM het niet als een mooie reclamestunt om de BFC nog een keer naar Calgary te sturen.’
‘Het was organisatorisch veel te ingewikkeld om voor één keer op een bestemming in te zetten waarop ze nooit met de 400 hebben gevlogen’, reageert de vrouw. ‘Maar wat was het een gaaf filmpje waarmee die Canadese vliegtuigspotters KLM hebben proberen te verleiden.’
De snorremans wijst in de richting van hangar 11. ‘Als ik het goed zie zit er beweging in de BFC. Bijzonder eigenlijk dat de logo’s er nog op zitten.’
‘De jumbo’s die naar Teruel gaan dienen als donormachine voor hun nog vliegende blauwe zusjes’, zegt de vrouw. ‘KLM houdt ze daar nog even in eigendom.’
‘Totdat ze dusdanig zijn kaalgeplukt dat ze geknipt kunnen worden’, zegt de kabeltrui. ‘We moeten gaan.’ Hij trekt een bedenkelijk gezicht en staat op. ‘Maar waarheen? Geen idee welke baan ze nemen.’
Het vliegerjack staat ook op. Hij schuift de bekertjes in elkaar en mikt ze in de prullenbak. ‘Ik gok op de 18L, die is ook nog steeds in gebruik. En de 24 halen we toch niet meer. Wordt die het wel, dan hebben we gewoon pech en zeggen we op een andere manier dag met ons handje.’
Het gezelschap haast zich naar buiten, auto’s worden gestart. Snel parkeren, camera’s tevoorschijn halen en in een vliegende vaart een plekje zoeken bij de kop van de baan.
Een 747 van Cargolux in verjaarsoutfit taxiet voorbij, zowel bewonderende als afkeurende blikken oogstend. ‘Weet je welke KLM-livery ik mooi vind?’, vraagt de vrouw. Zonder op een antwoord te wachten zegt ze: ‘Die met die zwaan. Die slogan ook: “The world is just a click away.” Zwaanzinnig goed!’
‘Absoluut. Die witte uitvoering was ook fraai. Zo gaaf als KLM de BFY in het retroschema had laten spuiten ter gelegenheid van haar afscheid van het 747-tijdperk’, meent de snorremans. Hij kijkt op het schermpje van zijn camera. ‘Die Cargolux staat er in elk geval mooi op.’
‘Zo zonde dat de 747 verdwijnt’, zegt het vliegerjack. ‘Voor mij raakt de lol er wel vanaf om nog naar Schiphol te gaan. Geen MD-11’s meer, geen Fokker 70’s, en nog nauwelijks 747’s. Het is steeds meer van hetzelfde wat je te zien krijgt.’
‘Een en al eenheidsworst, net zoals auto’s’, bromt de snor.
‘De triple seven maakt indruk met haar giga grote motoren en haar hoofdlandingsgestel’, haakt de vrouw erop in. ‘Maar nee, toch echt geen vlaggenschip zoals de 747, dat was wel duidelijk toen ze binnenkwam met het Olympisch team aan boord.’
‘Idem dito de 787, toch allemaal plastic fantastic’, stelt de kabeltrui. Hij wijst naar enkele buizerds die hoog in de lucht cirkelen. ‘Ook leuk om te fotograferen.’
De vrouw kijkt er een moment naar en zegt dan: ‘De 747 staat wat mij betreft symbool voor de wereld die openging. Supertramp zong het: “Take a jumbo, across the water, like to see America.” Dankzij de 74 was vliegen niet meer enkel voorbehouden aan de jetset.’
‘Nee, ons soort mensen kon ineens ook mee’, gniffelt het vliegerjack.
‘Daar komt ze’, wijst de snorremans. ‘We hebben geluk!’
De discussie stopt, alle ogen zijn gericht op het vliegtuig dat over luttele minuten haar allerlaatste start ooit maakt, camera’s ratelen. De jumbo taxiet recht op het groepje af, er wordt druk gezwaaid met de cockpit crew.
‘Ze is zo speciaal met haar net iets lichtere neusje’, zegt de vrouw. ‘Dat had ze anderhalf jaar geleden ook al, toen ze me in Los Angeles opwachtte bij de gate.’
De BFC draait de 18L op, het geluid van haar motoren zwelt aan, het gas gaat erop, full throttle. Nee, ze stijgt niet op, ze verheft zich, zoals alleen een 747 dat kan. Haar vleugels lichten op in het zonlicht. Hoger en hoger gaat ze, verder en verder verdwijnt ze in het hemelruim, steeds verder weg van de luchthaven die zo lang haar thuishaven was. Lang, heel lang is ze zichtbaar, kleiner en kleiner wordt het stipje waarin ze lijkt te veranderen, totdat ook dat verdwijnt in de hoog hangende bewolking.
‘Gone’, zegt de grijze kabeltrui.
‘Gaan we nog even naar de Mac voor koffie en cake?’, stelt het vliegerjack voor.
‘Ik ben in’, antwoordt de vrouw. Met de rug van haar hand veegt ze over haar wangen. ‘Sommige mensen vinden het maar raar, tranen om een vliegtuig. Maar dit gaat over meer. Het is het afsluiten van een bijzonder tijdperk in de luchtvaart, het tijdperk van de karakteristieke jets.’
Voor een moment slaat de man in de kabeltrui een arm om haar heen. ‘Ik had de BFC nog graag een D-check gegund, had ze weer een aantal jaren meegekund. Maar ach, dan had ze ook door gemoeten in die lelijke nieuwe livery en dat blijft haar nu mooi bespaard. Zo heb ieder nadeel toch weer zijn voordeel.’
Nu lacht de vrouw. ‘Eigenlijk zijn wij niet meer van deze tijd, wij blijven bij het oude. Tijd om te gaan.’ Kordaat loopt ze naar haar auto. ‘Tot zo, mannen!’ Ze steekt haar hand op, stapt in en gast weg richting de McDonald’s.

Foto: Michel van de Mheen