Swim to fight cancer

Zwemmen. Een enkeling doet het in het geld, maar de meesten duiken ervoor het water in.
Dankzij schoolzwemmen kreeg ik destijds de slag te pakken. Met de hele klas gingen we eerst de bus in. Achter de chauffeur hing een bord met een tekst erop die mijn vriendinnen en ik maar raar vonden: “Deze bus is op dit moment uw leslokaal. U behoort zich hier dus rustig te gedragen, net als in de klas. Niet spreken met den bestuurder. Vergeet uw zwemspullen niet.” We gedroegen ons met ons geklets en gegiebel verre van rustig en als de chauffeur daar wat van zei reageerden we er niet op want we mochten immers niet spreken met de beste man. Ik herinner me niet dat er een schoolmeester meeging.
Het ritje naar het Sportfondsenbad duurde hooguit een kwartier. Snel omkleden en dan, plons, het water in. De meiden moesten verplicht een badmuts op, of ze kort of lang haar hadden maakte niet uit. Mijn badmuts was roomwit, met kleine ribbeltjes. Mijn lichtblauwe badpak, een afdankertje van mijn oudere zus, had een eigen accent gekregen nadat mijn moeder de emblemen erop had genaaid behorend bij de zwemdiploma’s A en B. Meer emblemen volgden er niet, al behoorde het toen tot de mogelijkheden ook C, D, E en F te halen, wat ik deed.
Toch presteerde ik het om samen met een vriendin bijna te verdrinken. Dat was jaren later in de Noordzee. Om kort te zijn: we waren gewoon veel te ver het water ingegaan. De kust leek voor ons dichtbij maar voor de honderden mensen die daar lagen bruin te bakken waren wij onopvallende stipjes. Geen mens die er notie van had dat wij vergeefse pogingen deden de kust te bereiken. De stroom was te sterk, er was geen zwemmen tegen. Wanhoop, uitputting en radeloosheid was ik nabij toen ik het besluit nam zijwaarts te zwemmen en me te laten meedrijven op al die momenten dat er een golf kwam aanzetten. Tot mijn verbazing voelde ik binnen de kortste keren de bodem onder mijn voeten. Mijn vriendin was voor mij niet meer dan een klein stipje geworden. Ik wist waar ze in zat en wat ze doormaakte. En dat haar leven nu van mij afhing. Ik keerde me om. Opnieuw voelde ik de trekkracht van de zee. Eenmaal dicht genoeg bij haar schreeuwde ik dat ze niet rechtdoor maar zijwaarts moest zwemmen zodra de stroming niet kustwaarts ging. We redden het samen.
Achteraf besefte ik dat voor de Bergense kust veel zandbanken liggen en dat wij in de sterke stroming daartussen waren beland. Parallel zwemmen aan die zandbanken was onze redding.
Er is nog een andere manier van zwemmen die redding brengt. Manon Goosen, een van mijn vriendinnen, traint er op dit moment drie keer per week voor. Op 14 september aanstaande is ze er klaar voor om samen met vijfhonderd anderen in Den Bosch twee kilometer te zwemmen door de Singelgracht en de Dommel. Zij doet dat in Team 3 van de Theater Parade. Waarom? Omdat ze zich inzet voor de strijd tegen kanker. Bewonderenswaardig, extra bewonderenswaardig omdat ze zelf reuma heeft. Ooit waren wij collega’s in het ziekenhuiswezen. De genadeloosheid van kanker is ons al te zeer bekend. Nog al te vaak is er geen redden aan. “Ik heb de keuze mezelf in te zetten, om geld in te zamelen voor onderzoek naar oorzaken en geneesmethodes van kanker”, zegt Manon. “Mensen die zijn getroffen door deze ziekte hebben weinig keus. En we weten allemaal dat het onderzoek noodzakelijk is en dat daar heel veel geld voor nodig is.”
Kanker is in Nederland nog altijd doodsoorzaak nummer 1. Dat betekent dat iedereen er direct of indirect mee te maken heeft of krijgt. Volkomen terecht dus dat er voor kanker heel veel aandacht is. In relatie met kanker wordt vaak in oorlogstermen gesproken: de strijd tegen kanker, het gevecht tegen de ziekte. Bij andere veel voorkomende ziekten hoor je dat niet vaak. De strijd tegen nierfalen? Het gevecht tegen een hartinfarct? Als iemand aan kanker is overleden is er dikwijls in de rouwadvertentie sprake van het verlies van een ongelijke strijd. Bij kanker is het idee dat je ertegen kunt vechten. Voor patiënten met kanker is het zwaar te horen dat je moet vechten en niet moet opgeven. Het creëert een schuldgevoel en dat is niet terecht. En mensen die gaan sterven aan kanker verdienen het niet ook nog een schuldgevoel te krijgen.
Veel beter kunnen we de oorlogstermen inzetten om nieuwe inzichten te krijgen, betere behandelingen te bedenken, de ziekte vroeger te ontdekken, kanker te voorkomen, het samen te redden. Daarom draait de strijd, het gevecht. Swim to fight cancer is daarbij een prachtig initiatief.