Superburendagen Schiphol

In diverse jaarverslagen berichtte Schiphol al dat zij belang hecht aan een goede en open relatie met haar buren. Nu de inmiddels Koninklijke luchthaven haar 100-jarige bestaan viert nodigde zij haar buren uit voor een feestje. Maar liefst 10.000 buurtjes waren welkom tijdens de ‘Superburendagen’. Ik ging graag op de uitnodiging in!
De jarige Job pakte groots uit. Een introductiefilmpje gaf een indruk van hoe het allemaal begon op een drooggemalen drassig stuk grond van ene boer Knibbe. Daarna mochten we los in het OT-gebouw waar de geschiedenis van de jarige verder in beeld werd gebracht. Zowel enkele luchtmaatschappijen als een aantal onderdelen van Schiphol presenteerden zich.
Verrast keek ik naar een foto van een KLM-MD-11, de PH-KCG, voorzien van de naam Panama City, terwijl dit toch echt de Maria Callas was. De blauwe Boeing 747’s dragen stedennamen, maar Panama City zit ook daar niet bij. Maar omdat KLM tien jaar niet meer op Panama City had gevlogen en deze bestemming voor het eerst weer aandeed met de KCG, heette deze machine voor heel even anders.
Sporen van het MD-11-tijdperk waren ook nog op andere plaatsen waarneembaar. Boven een 1:50-model van een KLM 747 prijkte een foto van de PH-MCU oftewel de Prinses Maxima, nog in haar rozenlivery. Modellen waren er sowieso veel te zien, herinnerend aan machines die ooit frequent neerstreken op de inmiddels oudste internationale luchthaven ter wereld. Ook was er een giga grote poster met de Orange Pride, de KLM-Boeing 777 PH-BVA: goed voor een fotomomentje.
Op een 787 van karton konden de superburen wensen plakken. ‘Op naar de volgende 100 jaar’, schreef de één. ‘Fotoplek bij 06/24’, schreef de ander. ‘Dat KLM over 100 jaar nog bestaat’, wenste de volgende. ‘Mensen blijven verbinden’, las ik op een ander briefje.
Helaas miste ik de camera’s met biometrische gezichtsherkenning die de beveiliging van Schiphol gebruikt. Ik had best willen weten of die scanner het met me eens was dat ik me in een opperbeste stemming bevond. En of die apparatuur nog meer zou kunnen zien dan die opperbeste stemming van me. En of gekke bekken trekken invloed had op het geheel.
Als koffer maakte ik een virtuele reis van vliegtuig tot bagagehal. ‘Concentreer je op de koffer als je niet ziek wilt worden’, hoorde ik een bezorgde ouder tegen zijn kind. Ik kreeg inderdaad alle hoeken van de bagagekelder te zien en wel zo dat ik het gevoel had in de achtbaan te zitten. Mijn lijf voelde zich er wel bij, dat was weer mooi meegenomen.
Spelletjes waren er volop te doen, veelal in combinatie met prijsvragen. Ik ben er maar niet aan begonnen. Niet alleen omdat het geluk nooit met me is als het om dit soort zaken gaat, maar ook omdat ik me met mijn diverse relaties in de luchtvaartwereld, in verlegenheid gebracht zou voelen als ik er toch ineens met een prachtprijs vandoor zou gaan.
Buiten stonden allerlei voertuigen opgesteld, variërend van een ambulance tot een push-back-truc. Een man gaf uitleg over het weghouden en verjagen van vogels. In zijn hand een neproofvogel. Het was een drone die ganzen de schrik van hun leven bezorgt.
De volgende en tevens laatste stop was bij Firefly, een levensgroot stalen oefenvliegtuig dat met het upperdeck aan een Boeing 747 doet denken en met de staartmotor aan een MD-11. Het bevat alle voorzieningen die in een echt vliegtuig aanwezig zijn, zoals een cockpit, passagiersruimte en vrachtruimte. Wij, superburen, werden verwelkomd met tromgeroffel: de Douane Sambaband in actie. Een ingehuurde fotograaf op skates legde het geheel vast op de gevoelige plaat terwijl de tribune volliep.
Met een vlotte babbel leidde manager Stefan van der Weide, gekleed in helblauw kostuum en overhemd met allemaal kleine vliegtuigjes erop, al wat er nog komen ging in. Een sneeuwruimer. Een blower. Een sproeivoertuig. Twee de-icing-cabines. Van der Weide wilde weten wie er een stationcar heeft. Ik dacht aan mijn Volvo maar stak mijn vinger niet op. Soms ga ik liever onder in de massa. Mijn Volvo zou het niet hebben overleefd als hij aan de blower was blootgesteld. Of dat het geval was geweest met die totaal vernielde auto’s die iets verderop in een hoekje stonden?
De de-icing-cabines gingen aan de slag met het de-icen van Firefly. Het ging er heus aan toe, al vielen de mussen nog net niet gebraden van het dak. Normaliter wordt er speciale de-icing-vloeistof gebruikt, in dit geval uiteraard niet. De mannen in de de-icing-cabines maakten het nog even heel spannend voor het publiek toen ze de apparaten in stelling brachten om het publiek van een overvloedige douche te voorzien. Het bleef slechts bij dreigen.
Toen ging de vlam in het oefenvliegtuig. Opzwepende muziek vergezelde de opzwepende vlammen. De hitte was enorm. De brandweer rukte uit. Met enorme waterstralen was het algauw brand meester. Nee, nog een keer! Alles viel te regelen, dus opnieuw de vlam erin. Toen het echt gedaan was met de brand, kwam niet alleen de Douane Sambaband weer opdraven, ook de Dakota vloog laag over. Toeval?
Nog even terug voor die camera’s met biometrische gezichtsherkenning was er niet bij. Pendelbussen stonden klaar om de superburen terug te brengen naar de plek waar het feestje begon. Een jongetje voor me in de rij wachtenden wist het intussen wel: ‘Ik word later brandweerman, bij de vliegtuigen!’

vuurvliegje-2