Stille Tocht

Zij zijn er als een van de eersten, vier vrouwen die voor deze speciale gelegenheid een grote witte duif met een rood hart hebben meegebracht. Op de achterkant kunnen mensen een boodschap schrijven, ter herinnering aan hen die zijn omgekomen bij vlucht MH17 en ter ondersteuning van hun nabestaanden. ‘Rust zacht’, staat er meer dan eens te lezen. ‘Vreselijk, geen woorden voor’, schrijft een ander. ‘Only God knows why’, noteert een volgende. ‘We want justics!’, is de hartenkreet van weer iemand anders. Ja, het staat er echt zo: justics.
‘Ik kom regelrecht van mijn werk’, zegt een vrouw in lichtpaarse kleding. ‘Nou ja, zelf ben ik spierwit, dus het moet zo maar goed zijn. Wat telt is de intentie, niet je witte shirt of bloes.’
De organisator van de Stille Tocht loopt er ook rond. Hij draagt een geel hesje boven zijn witte shirt. Boven zijn ene oor huist een sigaret. Cameramensen weten hem te vinden.
Steeds meer mensen verzamelen zich op de Dam.
‘Dan maar geen ballon’, verzucht een vrouw. ‘Er staat een giga lange rij. Waar het om gaat is dat ik hier ben.’
‘Die beelden van die gesloten treinwagons, zo afschuwelijk’, zegt een andere vrouw. ‘Het roept allerlei herinneringen op.’ Ze heeft een kettinkje om met een Davidster.
‘Die Poetin is echt een boef’, zegt haar gesprekspartner. ‘Het is een tweede Gaddafi, dat stond gister in NRC. Hij is geen dictator die zijn troepen openlijk eropuit stuurt om buurlanden te veroveren. Hij stelt zich tevreden met haarden van instabiliteit die hij in een aantal regio’s veroorzaakt.’
‘En Nederland heeft in het afgelopen jaar zijn reet gelikt’, luidt een reactie.
Het wordt drukker en drukker op de Dam. Een vrouw heeft een bord in haar hand. ‘Rust in vrede’, staat erop. In het hart dat erbij is getekend staat nogmaals ‘vrede’. Vlaggen van alle landen die burgers hebben verloren bij de ramp met het toestel van Malaysia Airlines, hangen halfstok.
Cameramensen wurmen zich door de menigte. Sommige aanwezigen maken snel dat ze wegkomen, andere laten zich graag interviewen. Ergens knalt een ballon. Iemand vraagt zich af wanneer de Stille Tocht begint, het is inmiddels al acht uur geweest.
Om tien over acht komt er langzaamaan beweging in de mensenmassa. Twee stromen voegen zich samen richting Rokin. Een paar mensen praten. ‘Kijk, daar dat gebouw, dat wordt gesloopt.’ ‘Het schiet toch ook niet op met die metro. Hoelang is hartje Amsterdam nou al een bouwput?’ Maar de meesten zijn stil, met hun eigen gedachten en hun eigen verdriet, machteloosheid, woede, betrokkenheid.
Op twee van de honderden ballonnen staan namen.
Frank.
Helen.
Een ander draagt dicht bij haar hart een foto van een jong stel, dat elkaar verliefd vasthoudt en lacht naar de camera. Ik denk aan de toespraak van minister Timmermans bij de VN: ‘Hoe vreselijk moeten die laatste momenten van hun leven zijn geweest…’ En hoe vreselijk moet het voor deze jonge vrouw zijn haar dierbaren op deze manier te hebben verloren. Een kort moment streel ik haar over de rug, wissel ik een blik.
Langzaam beweegt de witte stoet zich voort van de Vijzelstraat naar de Weteringschans. Trams staan stil. Toeschouwers langs de route, toevallige passanten en mensen op terrassen, zwijgen bij het passeren van de ingetogen stoet. Nergens klinkt muziek. Op de schermen op de gevel van het DeLaMar Theater is het herdenkingsteken in beeld gebracht. Bij het politiebureau aan de Marnixtraat staan agenten respectvol opgesteld, bij de kazerne aan de Rozengracht brandweermannen. Overal hangen vlaggen halfstok.
Voor mij loopt een man in een wit T-shirt dat hij, getuige de verpakkingsvouwen, speciaal voor deze gelegenheid heeft gekocht. Een ander draagt een witte roos, de bloem naar beneden. Een oudere vrouw passeert me zwijgend. De hand waarmee ze het touwtje van haar ballon vasthoudt, ferm naast haar hoofd. Een enkele ballon kiest voortijdig het luchtruim, op weg naar een vogelmaag.
Niet iedereen kan het geduld opbrengen te wachten op de duizenden mensen die zich terug richting Dam bewegen. Ook de dronken zwerver niet die zich met zijn fiets naast zich, dwars door de lange, lange stoet heen boort. Een deelnemer aan de tocht trapt tegen het gammele rijwiel. ‘Schorem!’, reageert de dronkenlap in plat Amsterdams. Enkele seconden later roept hij het nog een keer, vanuit zijn behoefte te worden verstaan. Maar niemand besteedt er verder aandacht aan.
Langzaam komt de saamhorige mensenmassa tot stilstand. Voorzichtig worden de eerste ballonnen losgelaten. Gevolgd door honderden andere. Het overgrote deel zal een hoogte van acht kilometer bereiken, vervolgens door de druk en de lage temperaturen uiteenspatten en in zee terechtkomen. Een moment denk ik aan de vogels, de vissen en dolfijnen die de ballonresten voor voedsel aanzien. Dan gaan mijn gedachten weer terug naar de omgekomen passagiers en crewleden van vlucht MH17. Naar hun nabestaanden en naar Malaysia Airlines.
De dag van nationale rouw nadert het einde. ‘Een bijzondere dag, een bijzondere sfeer van harmonie met elkaar’, zegt een vrouw voor de camera.
Het is te hopen dat de diepst getroffenen iets van die sfeer ook mogen blijven voelen, in de vele uren van gemis, stilte, herinnering, leegte en pijn die nog zeker zullen volgen.