Spinnenkop II

Ik heb weer eens wat beloofd. En nu moet ik het ook nog doen. Gelukkig heb ik er geen tijdstip aan verbonden, dus niemand die om die reden nu iets lulligs over me denkt.
Er kleven weinig voordelen aan het blijven uitstellen van iets. Ik ken het nog vanuit mijn middelbareschooltijd toen ik het leren voor een proefwerk altijd uitstelde tot het allerlaatste moment. Soms had het dan totaal geen zin meer om nog in de boeken te duiken – de leerstof was dikwijls compleet nieuw voor me omdat ik er een handje van had in mijn agenda alles aan huiswerk weg te strepen waar ik op dat moment geen zin in had. Alleen spieken bood dan nog uitkomst.
Om mijn belofte gestand te doen moet ik ook nu literatuur raadplegen. Als je schrijft moet je sowieso veel lezen en uitzoeken. Met enkel de geest, een grote duim, verstand van diverse zaken en de nodige levenservaring red je het niet. Ik zal een medestudent van weleer nooit vergeten die doodleuk neerpende dat zich in Bergen aan Zee krijtrotsen bevonden en dat een vrouw van het type broekrok rondreed in een Volvo 504LD.
Behalve een rijk gevulde boekenkast die ik kan raadplegen kan ik ook heel wat informatie met mijn laptop tevoorschijn tikken. Daardoor kan ik hier nu bijvoorbeeld schrijven dat in een hygiënisch huis gemiddeld 1500 spinnen zitten en in een natuurgebied ter grootte van een voetbalveld gemiddeld een miljoen. Geen idee hoeveel er in een fietstas kunnen zitten, maar van de week kwam er weer één zo’n geleedpotige uitgekropen. Het beestje had een heel eind met me meegelift en liet zich razendsnel aan een draad zakken terwijl ik mijn rijwiel op de standaard zette. In het oude China wordt zo’n zich omlaag bewegende spin geassocieerd met de verwachting van uit de hemel neerdalende vreugde. Kijk, zo heb ik daar nog nooit eerder bij stilgestaan.
Net zo min als op dierendag mijn gedachten uitgaan naar spinnen, gebeurt dat als ik een totemdier moet noemen. Dat laatste mag je in mijn geval best als verbazingwekkend beschouwen want de spin wordt door de Noord-Amerikaanse indianen als de leraar van de taal en de magie van het geschreven woord gezien. ‘Mensen die met hun geschreven woord toveren, hebben vermoedelijk een spin als totem’, lees ik zelfs.
De spin wordt sowieso met creativiteit in verband gebracht. Dat heeft alles te maken met het ingewikkelde en fijngevoelige web dat het dier weeft. Daar kan ik in komen.
Ook de associatie met ontwikkeling ligt voor de hand. De spin ontwikkelt immers haar eigen leefgebied. Daarbij vestigt ze zichzelf als het middelpunt van haar wereld. En daarmee herinnert ze de mens eraan dat hij zelf het middelpunt is van zijn eigen wereld. Ook dat kan ik begrijpen. Immers, de mens is hoe dan ook zijn eigen onderwerp.
Degenen die dat willen, kunnen in het spinnenlijf een acht zien. Omdat het uit twee delen bestaat. Het cijfer acht vertoont gelijkenis met de lemniscaat, een symbool dat staat voor eeuwige beweging, oneindigheid en onderlinge samenhang. Met haar lichaamsvorm representeert de spin de kunst om te leren beide lemniscaatcirkels te bewandelen en het midden te bewaren op het punt waar de twee cirkels in elkaar overgaan. Een kwestie van de weg leren vinden in de wereld van these, antithese en synthese. Is dat geen mooie levensopdracht?
Doordat een spin onafgebroken haar web weeft en daarna aan een nieuw begint, is ze tevens een symbool van de maan met haar wassen en tanen. In dit patroon toont zich de opdracht om in alle aspecten van het leven zowel evenwicht als polariteit te bewaren. Inherent daaraan is het leren van die zonet genoemde kunst om de beide cirkels van de lemniscaat te bewandelen en het midden te bewaren op het punt waar de cirkels in elkaar overgaan.
Nog een idee is dat de spin de mens eraan herinnert dat hij zijn eigen lot weeft. Ik citeer maar even: ‘Wij zijn de hoeders en schrijvers van onze eigen bestemming en weven het als een web door middel van onze gedachten, gevoelens en daden.’
Oeps!
Hebben we hier te maken met een geloofsbelijdenis van de volledige maakbaarheid, van de beheersing van wat niet beheerst kan worden? Of is dit een nieuwe vertaling van het oude knevelaarsgezegde ‘Eigen schuld, dikke bult’?
Geef mij maar even de ragebol.
Jazeker, er is onderlinge samenhang. Maar een mens weeft het patroon niet zelf van zijn slopende ziekte. Wél van de manier waarop hij er zijn eigen kleur aan geeft.
Sinds mensenheugenis wordt de spin geassocieerd met de dood. Dat heeft zeker te maken met het feit dat sommige vrouwtjesspinnen het mannetje opeten na het paren. En ook niet onbelangrijk: de meeste spinnen zijn giftig, al zijn de meeste spinnenbeten voor de mens niet dodelijk. In de christelijke symboliek wordt de spin als de boze pendant van de goede bij gezien.
In mijn speurtocht naar al die spinnensymboliek kwam ik een voor mij geheel nieuw spreekwoord tegen: ‘Een spin in de namiddag brengt geluk aan de derde dag.’
Wat ik me mag voorstellen bij die derde dag?
Zal het een dinsdag zijn? Of verwijzen naar het Bijbelse scheppingsverhaal, waarin God op de derde dag lichten aan het hemelgewelf creëerde om de dag te scheiden van de nacht, de seizoenen aan te geven en de dagen en de jaren? Aangaande de verrijzenis van de Bijbelse Jezus van Nazareth is eveneens sprake van de derde dag.
Voor de Noord-Amerikaanse indianen staat de spin evenzeer symbool voor hergeboorte. Eén van hun heilige wetten luidt: ‘Dood geeft hergeboorte, hergeboorte geeft leven, leven geeft beweging, beweging geeft verandering, verandering geeft dood, dood geeft hergeboorte, hergeboorte geeft leven, enzovoort.’ Nu ik dit stukje geschreven heb, waarmee ik mijn belofte aan mijn trouwe lezers heb ingelost, zie ik ook hier de relatie met de spin.
De cirkel is rond. Rond als een spinnenweb.