Recensie Roger Waters 19 juni 2018

Welbeschouwd ben ik een grotere fan van David Gilmour dan van Roger Waters. Maar als Pink Floyd-fan kon ik de kans om naar de Us & Them Tour te gaan onmogelijk aan mijn neus voorbij laten gaan. En ik moet zeggen: ik heb Gilmour niet gemist. Dankzij de gitaarvirtuozen Dave Kilminster en Jonathan Wilson klinkt de vertrouwde Pink Floyd-sound bijna als vanouds. Ook qua stemgeluid weet Wilson Gilmour goed te evenaren.
Met Breathe als opener, gevolgd door One Of These Days en Time, keren mijn gedachten terug naar mijn studententijd en mijn vrienden van toen. Maar de aanvankelijk veelal psychedelische visuals op het podiumbrede scherm trekken voldoende aandacht om niet in dat verleden weg te zinken.
Gedurende het hele concert komen de bandleden zelf niet of nauwelijks in beeld. Een misser voor wie een band wil zien spelen. In het duidelijk politiek geladen optreden is het hoofd van Donald Trump vaker te aanschouwen dan van welk ander ook. Om de popartiesten te zien spelen moet je dicht bij het podium staan.
Dat Roger Waters een politiek dier is mag als bekend worden verondersteld, evenals dat het sneuvelen van zijn vader bij de geallieerde landing bij Anzio in Italië, hiervoor de basis legde.
De songs die de rockmuzikant ten gehore brengt van zijn vorig jaar verschenen album Is This The Life We Really Want?, vormen de opmaat voor een stevig uithalen naar autoritaire leiders.
Bij het klinken van de eerste tonen van Another Brick In The Wall Part 2 & 3, verschijnen twaalf kids op het podium, gekleed in oranje Guantanamo Bay-overalls en met zwarte kappen over hun hoofd. Roerloos staan zij daar, totdat zij al handen klappend en kleine danspasjes makend hun gevangeniskleren mogen uittrekken en vrijuit bewegend verder mogen in T-shirts waar Resist op staat. Die tekst verschijnt ook op het podiumbrede scherm als dringende oproep aan de concertbezoekers.
Na de pauze zakt over de volle lengte van de zaal een aantal doeken voor projecties uit het plafond, daarboven rokende schoorstenen waartussen een varken hangt. Op de doeken verschijnen beelden van een vuile grimmige hond als Dogs wordt gespeeld. Daarna is de beurt weer aan het varken. Het opblaasbare zusje van het dier dat sinds het satirische boek Animal farm van George Orwell symbool staat voor machtswellustelingen, zweeft sierlijk boven het publiek bij het nummer Pigs. In de tijd van Bush jr. richtte Waters hiermee zijn pijlen op deze president, nu is het Trump die er genadeloos van langs krijgt. Het opblaasvarken is niet alleen beplakt met afbeeldingen van de huidige bewoner van het Witte Huis, op het immense videoscherm worden tegelijkertijd zijn omstreden uitspraken geprojecteerd met aan het eind slechts één conclusie: ‘Trump is een varken’. Om dit ‘varken’ flink de maat te kunnen nemen hoefde Waters de teksten van de oude Pink Floyd-hits nauwelijks aan te passen.
Er worden meer ‘varkentjes’ gewassen waaronder Poetin, Erdogan, Wilders, Le Pen, May en Berlusconi. Luid gejuich is het gevolg maar de vraag blijft wat Waters hier werkelijk mee bereikt. Het is mij te veel. In plaats van de overdaad aan koppen van politieke figuren had ik graag de bandleden zo nu en dan eens op de grote schermen willen zien.
De finale waarin laserstralen het prisma van Dark Side Of The Moon vormen, maakt een einde aan het spervuur. Als Waters uiteindelijk de microfoon pakt om de bandleden aan het publiek voor te stellen, grijpt hij tevens de kans om een uiteenzetting te geven over het lot van de Palestijnen en daarbij aan te tekenen dat hij daarom nog geen antisemiet is.
De sfeer kachelt enigszins in tijdens de toegift die uit enkele nummers van Waters’ nieuwste album bestaat. Maar met het slotnummer Comfortably Numb komt de spirit er weer helemaal in. Luidkeels galmt het publiek mee met het voortreffelijk gespeelde nummer, terwijl regenboogstralen over de duizenden hoofden flitsen.
Voor Waters, de man die in 1964 samen met Syd Barrett aan de wieg stond van Pink Floyd maar die zelf na een ruzie in 1985 de groep verliet, was het jarenlang zuur om te moeten ervaren dat zijn oud-collega’s volle stadions trokken, terwijl hij zelf met zijn optredens weinig indruk maakte en soms zelfs afging. In 1992 wist hij zich te revancheren met het studioalbum Amused To Death. Na een lange stilte besloot hij weer op te treden. Dat werd een succes, zoals ook deze avond in het Ziggo Dome.