Poch moet bij Oranjes aankloppen

‘Aan de Oranjes brandt de regering haar vingers liever niet’, aldus Lizzy van Leeuwen afgelopen weekend in NRC Handelsblad. In haar twee pagina’s grote artikel ‘Koninklijke familie moet zich koninklijk gedragen’ houdt de adviseur cultureel erfgoed van het Mondriaan Fonds een aantal aankopen en verkopen van onze flink cashende koninklijke familie tegen het licht. Denk aan de beruchte pandjesmelker prins Bernhard die tevens eigenaar is van het circuit Zandvoort en het in Hilversum gevestigde Mediapark. Of aan de bepaald niet op een houtje bijtende prinses Christina die eind deze maand een aantal kunstwerken uit de collectie van het Koninklijk Huis door veilinghuis Sotheby’s onder de hamer laat brengen, waaronder een zeer waardevolle, unieke houtskooltekening van Peter Paul Rubens.
De Oranjes verstaan de kunst goed om uit kunst en onroerend goed flink geld te slaan. In december 2017 berekende Quote dat er alleen al zo’n € 950 miljoen op de bankrekening van deze familie staat. Koning Willem-Alexander en zijn eega ontvangen jaarlijks zo’n € 1,1 miljoen voor hun werkzaamheden voor het Koninkrijk der Nederlanden. De beruchte blauwe envelop krijgen zij niet toegestuurd, ze zijn vrijgesteld van iedere belastingheffing. Het geld kan gewoon op hun rekening blijven staan, want vaste lasten kennen ze evenmin. Aan het Haagse paleis dat het koninklijk gezin onlangs betrok, is voor € 63 miljoen vertimmerd. Het mag iets kosten. De gemeenschap betaalt. Van ons belastinggeld wordt ook het personeel van de familie bekostigd. De auto’s en de koetsen, inclusief onderhoud. De paarden en hun verzorging. De vliegreizen. De beveiliging.
De echte rijkdom van het koningshuis komt echter niet van al deze royale regelingen. De Oranjes profiteren vooral van kunst, juwelen en aandelen die hun waarde behouden of zelfs aan waarde winnen.
Waarom de koninklijke familie wil ontzamelen? Omdat ze het nodig vindt. Kunstwerken staan ergens op een zolder van een paleis te verstoffen. Zonde natuurlijk. Maar denk niet dat de koninklijke familie deze kunststukken aan de Nederlandse musea aanbiedt. Nee, tegen zo’n hoog mogelijke prijs de boel vermarkten, dat is waar ze voor gaan.
In het tv-programma Nieuwsuur legde Fusien Bijl de Vroe, directeur van de Vereniging Rembrandt (tot behoud van Nederlands cultuurbezit) uit dat ‘Oranjekunst echt Nederlands erfgoed is’. Ze noemt het ‘heel jammer’ als dit uit Nederland verdwijnt. Prinses Beatrix, nota bene sinds 1980 beschermvrouw van Vereniging Rembrandt, doet alsof ze slaapt.
Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap) meent dat de koninklijke familie zelf mag beslissen omdat ‘er sprake is van privé-eigendom’. Minister-president Mark Rutte noemt het een ‘privékwestie’. Ik acht de kans groot dat hij het lachend opmerkte. Onze premier verstaat de kunst van het lachen erg goed, de kunst van het weglachen vooral.
Maar we hebben toch de Erfgoedwet? ‘De minister gaat in het algemeen terughoudend om met opname in erfgoedregisters’, aldus de informatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zo werkt dat. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst zijn eigenaren van privécollecties in Nederland vrij hun werken per veiling te verkopen mits, ‘zoals in dit geval’, alle wettelijke procedures worden gevolgd.
De poenige familie hield ook vast aan haar kapitaal toen luchtvaartfans haar benaderden voor behoud van een ander stukje erfgoed, het voormalige regeringsvliegtuig, een Fokker 70 met de registratie PH-KBX.
En de belastingbetaler? Die kan dag met zijn handje zeggen.
Dat kon Julio Poch ook toen hij op 22 september 2009 enkele uren voor zijn pensionering in Valencia werd gearresteerd. Dag met zijn handje tegen zijn vrouw en kinderen. En dag met zijn handje tegen zijn rechten. 2990 dagen zat hij achter slot en grendel, in voorarrest. ‘U is groot onrecht aangedaan’, gaf een van de Argentijnse rechters hem te verstaan na zijn vrijspraak.
In het radioprogramma Argos vertelt een politiefunctionaris dat de zaak Poch, na de aangifte door Jeroen Engelkes, niet als een sterke zaak werd beschouwd. Omdat er enkel indirect bewijs was. Maar als gevolg van een artikel van Harm Ede Botje in Vrij Nederland drong de toenmalige minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin er vervolgens bij de politie op aan het onderzoek ‘toch’ door te zetten. Zo kon de Nederlandse staat niet worden verweten dat ze Poch liet lopen vanwege de vader van Máxima. Niet alleen Michiel Meijer, voormalig directeur bij Transavia, spreekt over ‘hogere machten’ die te maken hadden met Jorge Zorreguieta en het koningshuis. Ook Theo van Boven, de emeritus hoogleraar internationaal recht, die de politie hielp met het leggen van contacten in Argentinië doet dit. Hij zegt: ‘Als Poch hier was berecht, viel moeilijk te vermijden dat iemand als Zorreguieta zou worden genoemd. Niet dat hij hier berecht zou worden, maar wel zijn naam en positie zouden hier aan de orde worden gesteld.’
In het programma komt niet ter sprake dat Liesbeth Zegveld, de advocaat van de drie Transavia-piloten die in eerste instantie zeer belastende verklaringen over Poch aflegden, al meerdere vergeefse pogingen had gedaan Zorreguieta voor de rechter te krijgen. En evenmin dat de minister-president een soortgelijke uitspraak heeft gedaan als Meijer en Van Boven. Nee, ook hier brandde de regering haar vingers liever niet aan de Oranjes.
Nu eist Poch zo’n € 5 miljoen schadevergoeding van de Nederlandse Staat vanwege de wijze waarop deze in zijn zaak heeft geopereerd. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie & Veiligheid) erkent de schadeclaim echter niet. Misschien moet Poch maar eens bij de Oranjes aankloppen. Als Willem-Alexander niet in het huwelijk was getreden met de dochter van Zorreguieta, was Poch immers veel onnodig leed bespaard gebleven.