Onmiskenbaar merelachtig

Gewekt worden kun je door allerlei geluiden. De wekker. Kindergehuil. Motorgeronk. Gesnurk van je lief. Het mannetje van de wekkerradio. Hanengekraai. De snerpende tram. De torenklok. Een zoemende mug. Vogelzang.
Vogelzang?
Nu de dagen weer korten vallen de vogels stil. Maanden lang was het een gefluit, gekwetter en getjilp dat het een lust was, nu houden ze het voor gezien.
Jammer. In de warmte van mijn bed kan ik graag nog net niet ademloos liggen te luisteren naar het gezang van een merel. Het blijft moeilijk om in lompe letters de sierlijke merelmelodie weer te geven. Kenners komen aanzetten met omschrijvingen die voor een goede wijn niet misstaan: subliem, vol, aangenaam, fraaie tonen. Al met al toch begrijpelijk dat de druivensoort Merlot naar de merel is vernoemd.
Wanneer de merel haastig fluit kan je er een Merlot op drinken – dat doe ik liever dan er gif op innemen – dat het een tuinfluiter is. Een tuinfluiter is dus een snelle merel. Of een merel met ADHD.
Dat klinkt me beter in de oren dan een merel met USUV. Nee, het gaat hier absoluut niet over een merel met een SUV waar je U tegen zegt. Sterker nog, ik denk zomaar dat merels net als ik een ontmoedigingsbeleid voor terreinwagens helemaal prima vinden. Op de snelweg uitsluitend op de rechterrijstrook rijden, niet harder dan 90 kilometer per uur en samen met bedrijfsbusjes uitsluitend parkeren op bedrijfsterreinen, dat werk. Heel toepasselijk geeft het woord bedrijfsterreinen zowel ruimte aan bedrijfsbusjes als terreinwagens. Zet ze daar maar even neer!
Gelukkig kan een merel verontwaardigd opfladderen of een snelle opeenvolging van scherpe, harde, ratelende tonen laten horen die blijft aanhouden totdat zo’n gevaarte is geweken. Maar een confrontatie met USUV betekent helaas het einde voor deze lijstersoort. Het gaat hier om het dodelijke usutuvirus dat al in 1959 werd beschreven. Alleen kwam het toen nog uitsluitend in Zuid-Afrika voor.
In 2001 was de eerste melding in Europa. De mug is de boosdoener die het virus overbrengt. In Oostenrijk, Italië, Hongarije, Zwitserland en later ook in Duitsland dook het virus op. Honderdduizenden slachtoffers waren het gevolg. Niet alleen merels legden het loodje, ook zanglijsters, uilen en zelfs in gevangenschap gehouden kanaries. Bij onze oosterburen is de merel plaatselijk al uitgestorven.
In Nederland is de verwachte uitbraak tot op heden uitgebleven. Spijtig genoeg wil dat geenszins zeggen dat het gevaar geweken is. Het enige goede nieuws is dat er intussen in Oostenrijk de eerste tekenen van immuniteit te zien zijn.
Jaarlijks gaan er sowieso giga veel merels dood. De helft van de totale populatie, als ik de Vogelbescherming mag geloven.
In het eerste levensjaar van jonge vogels vallen de meeste klappen. Wie dat heeft overleefd, wordt hoogstens middelbaar. Net zomin als er sukkelaars in vogelland zijn, zijn er bejaarden. Dezelfde examinators die de jonkies eruit pikken, laten zich in met de dieren die aan hun pensioen toe zijn.
Vogel kun je alleen zijn als je topatleet bent.
Uit ringonderzoek blijkt dat een leeftijd van tien jaar voor merels tot de mogelijkheden behoort.
Tien lange jaren om van de daken te zingen. Tenminste, als je een merelmannetje bent.
Terwijl het blad aan de bomen goudgele en rode kleuren aanneemt, begint voor de jongen die dit voorjaar uit het ei kropen, het oefenen. Hun zang klinkt zacht, weinig overtuigend, eigenlijk helemaal niet overtuigend, maar toch onmiskenbaar merelachtig. Enige haast is er niet bij, de tuinfluiter is al lang naar Afrika vertrokken om te overwinteren.
Het gemurmel dat bij tijd en wijle te beluisteren valt in stadstuintjes en andere groengebieden, is subsong. Te vergelijken met het gebrabbel van een baby.
Nog in het ei hebben de bescheiden zangers de liederen ingeprent van de volwassen merels die in die tijd van leven het hoogste lied zongen. Dat is hun eerste inspiratie. Tegen de tijd dat hun subsong overgaat in de zogeheten plastic song, zijn er al weer leermeesters actief die de jonge vogels kunnen inspireren. Ook in de eindfase van de adult song of full song neemt de opkomende generatie nog voortdurend motieven en verfijningen van naburige vogels over. En ja, geloof het of niet, zelfs ringtonen worden verwoed gekopieerd.
Ach, waarom ook niet?
Rond 1850 was de merel nog een schuwe vogel die een teruggetrokken leven leidde in de dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar maakte het dier zich uit de voeten in het dichte kreupelhout en waarschuwde met zijn typische alarmroep de andere bosbewoners. Evenals de blauwe reiger, zwarte roodstaart, boeren- en huiszwaluw slaagde de merel erin zijn angst voor de mens te overwinnen en daarmee te veranderen van een cultuurvlieder in een cultuurvolger.
En dat is maar goed ook, want een stad zonder vogels is als een mens zonder ziel, een huis zonder boeken, een eitje zonder zout en een kusje mét een snor!