Nutteloze kennis

Nutteloze kennis. Dagblad Trouw gaat er op haar achterpagina een rubriek aan wijden die twee keer in de week verschijnt. Er bestaat zelfs een ode aan nutteloze kennis in de vorm van de Ig Nobelprijs, waarbij Ig de afkorting is van het Engelse ignoble en een kwinkslag is naar niet nobel, met de klemtoon op de laatste lettergreep.
Dierenwetenschapper Bert Tolkamp is de meest recente winnaar met zijn bevinding dat hoe langer een koe heeft gelegen, des te groter de kans is dat die koe spoedig zal opstaan. Is het rund eenmaal opgestaan, dan blijkt het niet makkelijk te voorspellen hoe snel het weer zal gaan liggen.
Wat ik me nu afvraag is hoe het zit met al die andere dieren. Zal de kans ook toenemen dat, om maar eens wat te noemen, een kat spoedig zal opstaan naar gelang de ligtijd langer was? Toch voel ik de behoefte niet er onderzoek naar te doen. Net zomin als ik in mijn middelbareschooltijd de behoefte voelde wiskundesommen te maken, molecuulformules erin te stampen en me bezig te houden met het verleden van allerlei dode burgers, stadhouders en koningen. In mijn agenda streepte ik vrolijk al het huiswerk door dat ik als nutteloos beschouwde en dan bleef er niet veel over.
Nu was in mijn tienertijd het onderwijs dat ik genoot allesbehalve te genieten. De grootste kwelling waren de scheikundelessen. In een schrift had de stoffige man een naar zijn mening betere uitgave van het scheikundeboek geschreven. Zijn tekst legde hij onder een overheadprojector en het hele lesuur was het pennen geblazen. Proefjes doen was er niet bij. Nog minder stimulerend was zijn wijze van beoordelen. Het hoogste cijfer dat je bij hem kon halen was een elf. Het laagste een één met tien minnen erachter. Bij het teruggeven van schriftelijk werk rangschikte hij het van de hoogste naar de laagste cijfers. Als je dan eindelijk aan de beurt was, somde hij na het noemen van je naam al die minnen op. Dus: ‘Lieneke de Doelder: één min, min, min, min, min, min, min, min, min, min.’
Bemind maakte hij zichzelf en zijn vak er niet mee. Terwijl het onderzoek van die Bert Tolkamp toch goed is voor een glimlach, zeg nu zelf. Daar komt bij dat de koeienman een beroep doet op de verbeeldingskracht. De stoffige chemicus daarentegen ramde die er totaal uit.
Niet dat ik het met verbeeldingskracht altijd redde. Bij wiskunde moest ik ooit vertellen waarom a tot de derde macht maal a tot de vierde macht als uitkomst a tot de zevende macht had. ‘Omdat er een schuine plus tussen staat’, zei ik wijzend naar het maalteken. Helemaal fout natuurlijk!
Het belang van kennis van wiskunde, scheikunde en geschiedenis ben ik pas vele jaren na mijn leerplichtigheid gaan inzien. Immers geen bruggen zonder wiskunde, geen medicijnen zonder scheikunde en geen begrip voor andere mensen en culturen zonder aandacht voor hun geschiedenis. En daarmee is meer niet gezegd dan wel.
Welbeschouwd bestaat nutteloze kennis niet.
Ik geniet meer van wijn sinds ik er meer van weet. Sterker nog, ik kan mijn gasten er ook meer van laten genieten sinds ik er meer van weet. Als het bij de gangen past schenk ik wijn in de volgorde rood, rosé en wit. Buiten alle regels, maar omdat ik rekening houd met een alcoholpercentage van licht naar minder licht, wel geslaagd. Een bierdrinker of iemand van de blauwe knoop zal dit niet boeien, maar wie chemie heeft met wijn heb ik nu aan het denken gezet.
Zes jaar geleden landde op Tweede Kerstdag ’s werelds grootste en zwaarste straalvliegtuig waarvan maar één exemplaar is gebouwd, op Schiphol. Omdat de kist zeven uur was vertraagd, hadden de vele belangstellenden die erop afgekomen waren, al die tijd staan blauwbekken. Vlak voordat de gigantische Antonov 225 zich dan toch eindelijk aandiende, streek een DC-10 neer. ‘Dat was ie dan’, zei een man tegen zijn zoontje. ‘Echt niet’, reageerde ik. Mijn kennis van vliegtuigtypes kan voor menigeen nutteloos zijn, maar de man kon mij wel omhelzen.
Als kennis economisch niet van belang is, betekent dat nog niet dat zij nutteloos is. Fascinatie voor zaken als schilder- en beeldhouwkunst, muziek en natuur kan juist zinnig zijn voor een andere blik op de wereld.
Ik weet het, fascinatie kan irriteren. Op Facebook passeren veel luchtvaartfoto’s die ik mooi vind. Mijn enthousiasme om ze te liken heb ik uiteindelijk gematigd. Een aantal van mijn volgers knapte erop af frequent vliegtuigen op hun scherm te zien verschijnen. Daar volgden ze mij niet voor, vlieg op!
Gelukkig kan fascinatie ook aanstekelijk werken. Als die stoffige scheikundeleraar zijn leerlingen eens olifantentandpasta had laten maken en lachgas, dan was ik nu wellicht werkzaam geweest in de chemie en bracht ik een groot deel van mijn tijd door met de ontwikkeling van een klimaatneutraal, duurzaam alternatief voor kerosine.
Grote kans dat ik dit stukje tekst dan niet had geschreven. Hoe groot de kans is dat ik spoedig zal opstaan nu ik hem af heb? Groot, want ik heb wel zin in een kop thee.