Recensie Muse 4 juni 2013

Voor mij is er maar één reden om naar een voetbalstadion te gaan: popconcerten. Zeker nu Muse optrad moest en zou ik naar de ArenA. Het geleidelijk binnenstromende publiek werd opgewarmd met optredens van Bastille (bekend van de hit Pompeï) en Biffy Clyro (van de hit Many of Horror). Hun repertoire was weliswaar sterk maar in de galmbak die het Amsterdamse voetbalstadion is, was het geluid slecht. Vooral de zang kwam daardoor in de verdrukking.
Nog voordat Muse het gigantische podium betrad, waren er in het middenveld al mensen onwel geworden. Hangend tussen twee Rode Kruisvrijwilligers werden ze afgevoerd, hun gezichten witter dan de uniformen van hun helpers.
Muse zette de ArenA letterlijk en figuurlijk in vuur en vlam. Metershoge vlammen maakten deel uit van een spectaculaire show, waarin je geregeld ogen te kort kwam. Zo was er een vrouw te zien die lurkte aan een benzinepomp, een man die bedolven werd onder geldbiljetten, een immense dubsteppende robot en een zwevende reuzengloeilamp waaronder een acrobatisch hoogstandje werd uitgevoerd. Zelfs Obama, Merkel, Hollande, Poetin en Rutten werden in een cartoonversie op grote schermen aan het swingen gezet.
Het publiek swingde vol overgave mee, geenszins gehinderd door de geluidskwaliteit die ook nu niet optimaal was. Bij krakers als New Born, Uprising, Time is running out en Supermassive Black Hole kon niemand stil blijven zitten, ook ik niet. Massaal lichtten de lighter-apps op en werd er vredig mee gezwaaid toen de eerste tonen van het nummer Explores klonken. Op zo’n moment lijkt de boze wereld ver weg, al schetste Muse in haar show juist een beeld van machtsmisbruik, hebzucht en corruptie.
Het rocktrio, aangevuld met de verdekt opgestelde toetsenist Morgan Nicholls, liet duidelijk zien en horen tot de toppers te behoren. Matt Bellamy weet, evenals ooit Freddie Mercury, met zijn unieke stemgeluid te imponeren, zeker nu hij het heeft afgeleerd iedere nieuwe tekstregel te beginnen met zijn hinderlijk luide inademingen.
Na ruim twintig nummers zei hij zijn publiek vaarwel. Daarbij gooide hij zijn gitaar de lucht in. Met een enorme klap belandde het instrument enkele meters verderop op het podium. Dit akelige kunstje herhaalde de voorman van Muse ook nog eens. Als hij dan toch zo graag van zijn gitaar af wilde had hij hem beter het publiek in kunnen gooien, zoals de drummers van die avond deden met hun drumsticks.
Op die twee klappen na een perfect optreden, goed voor een zeer geslaagde avond!