Leuk, die Beluga

Je moet er geduld voor hebben. Echt heel veel geduld. En dan… dan ineens hoor je het gebulder van een toestel dat je maar op weinig luchthavens zal tegenkomen. Het is een Airbus A300-600ST Beluga, een speciaal type vrachtvliegtuig voor volumineuze vracht. Deze machine, waarvan er maar vijf zijn gebouwd, is vernoemd naar de witte dolfijn die ook wel beloega wordt genoemd. En ik begrijp het. Want met die op een tank lijkende uitstulping boven haar verlaagde cockpit, lijkt deze aparte Airbus inderdaad enigszins op die walvissoort.
Eenmaal geland taxiet het vliegtuig richting fabriek om vervolgens een van de gigantische gebouwen binnen te rijden en daar halverwege te stoppen. Het rolluik dat zich opende om de gigant binnen te laten blijft open, maar om het weer toch buiten de deur te houden sluit zich een soort gordijn nauwgezet om de vormen van de tweemotorige machine. Rompstukken voor de Airbus 320 en zusjes worden gelost om hier in Hamburg te worden geassembleerd. Zitten de diverse rompstukken eenmaal aan elkaar, dan is er een nieuw vliegtuig geboren, hoera!
Terwijl de Beluga wordt uitgeladen en getankt, stijgt een A320 op, knalgeel met Spirit erop in zwarte letters.
Daarna zijn er de eerste tijd geen vliegbewegingen meer. De spotters wachten geduldig. Een man met een paar benen waar een olifant stil van wordt en een buikomvang die goed is voor het vervoer van een dozijn sidesticks, checkt de inmiddels gemaakte foto’s. Hij heeft een geruite bermudabroek aan met daarboven een in de breedte gestreepte polo. Het maakt hem nog massaler. Dat zo’n man dat zelf niet doorheeft. Naast hem een slank echtpaar in wielrennersoutfit. Iets verderop een oudere heer, lichtbruin overhemd, grijze broek, bretels.
Op de weg die langs het enorme bedrijf loopt, is een vrij constante verkeersstroom te zien van personen- en vrachtwagens. Aan de andere kant van die weg bevindt zich een groot veld met fruitbomen. En dan ineens… ineens rent een viertal herten door het helgroene gras van die appelboomgaard. Een moment blijven ze staan, kijken met hun reebruine ogen naar die spotters die alleen maar belangstelling lijken te hebben voor alles wat zich bij de geparkeerde Beluga afspeelt.
De tankwagen die haar van brandstof heeft voorzien, rijdt weg. Langzaam schuiven de gordijnen weer open. Wederom een kwestie van geduld om het toestel te zien vertrekken.
Daar komt ze. Langzaam draait ze met haar neus richting spotters. Aanstalten om te vertrekken maakt ze niet. Waarom niet? In geen velden of wegen is ander vliegverkeer te bekennen. Of wel?
Turen in de verte. Een stipje aan de horizon dat groter en groter wordt, zo groot dat het zeker weten ook een Beluga is. Zij is nog maar nauwelijks neergestreken als haar vijflingzus het luchtruim kiest.
Opnieuw volgt het schouwspel van een zich openend rolluik, een tot halverwege het gebouw inrijdend vliegtuig en een gordijn dat zich traag om haar taille sluit.
Achter de hoge gebouwen stoomt in een nog trager tempo een grote tanker voorbij, een deel van de stuurhut is net te zien.
Sinds mei 2015 is Airbus zelf ook een megagroot schip rijk. ‘City of Hamburg’ heet het gevaarte, ‘Airbus on board’ staat in grote letters op de flanken. In twintig dagen tijd vervoert het onderdelen naar de Verenigde Staten voor de bouw van de A320-familie. Airbus vervoert vaker onderdelen per schip. Voor de A380-productie heeft het bedrijf enkele roll-on/roll-off schepen in dienst.
In Hamburg is niet iedereen blij met de aanwezigheid van de vliegtuigbouwer. Natuurlijk, het is mooi dat er maar liefst 16.000 mensen hun boterham kunnen verdienen, maar het bedrijf wordt ook ervaren als een lelijke onderbreking van het landschap. Bovendien wordt niet iedereen blij van vlieglawaai.
Wij wel als het aanzwellende geluid van de terugkerende A320 van Spirit zich laat horen. Met haar nieuwe vorm winglets is het toestel meer op een Boeing 737 gaan lijken. Toch heeft Airbus een nieuw woord bedacht voor deze opstaande verlenging van de vleugel: sharklets. De wingtip fences waarmee de vliegtuigbouwer haar oudere generatie A320’s en ook de A380 uitrustte, waren kennelijk toch een net even wat mindere vondst dan die van haar grootste concurrent Boeing.
Ach, nu de tweemotorige jets steeds meer in trek zijn bij de luchtvaartmaatschappijen en vrijwel alles wat vliegt vooral Boeing 737 look-alike is geworden, maakt deze nog verder toegespitste overeenkomst ook niet meer uit.
Ha, de gordijnen gaan weer open. Ja, leuk die Beluga, zeker als tegenhanger van Boeings Dreamlifter die me toch altijd aan een 747 in een ijzeren long doet denken.