Lelijke landschapsverontreinigers

Visuele rust. Dat leveren ze op in het landschap, aldus de jury die in 2016 de Nationale Staalprijs in de categorie Industrie toekende aan TenneT voor Wintrack. Het gaat hier niet om ontwerpsoftware voor een modelspoorbaan, maar om een bepaald soort hoogspanningsmasten dat sinds 2011 oprukt in Nederland.
Weet u hoe ze er uitzien?
Als windturbines, maar dan met een drietal geleiders aan de mast in plaats van een gondel met wieken er bovenop. Deze meters hoge masten vormen twee aan twee lange linten door het land. Onmogelijk over het hoofd te zien dus.
Het prijswinnende TenneT stelt op haar website dat de wintracks door hun lichtgrijze kleur, ‘de kleur van de meest voorkomende luchten in Nederland’, veelal ‘wegvallen in het landschap’. In het dagblad Trouw noemt hoogspanningsmastdeskundige Gerrit Boudewijn ze ‘terughoudend in het landschap doordat ze gestileerd zijn in het silhouet en minimalistisch in detail.’
‘Het wordt aangenomen dat de meeste mensen een ranke conische buismast mooier vinden dan een vakwerkmast met brede armen – hoewel ons bij HoogspanningsNet geen enkel onderzoek bekend is dat deze aanname bevestigt, maar dat terzijde’, vermeldt de website Hoogspanningsmast.com.
Nou, geef mij die Eiffeltorentjes maar waar je tenminste nog doorheen kunt kijken en waar je als je eronder gaat staan, een verrassend lijnenspel te zien krijgt. Visuele rust? De mist moet dicht zijn, zeer dicht om optisch niet overrompeld te worden in de omgeving van een wintrackslint. In de buurt van Schiphol is een deel van de masten vanwege hun hoogte voorzien van obstructieschildering en markeringslampen. Het wekt de indruk van half werk omdat steeds een van de pylonen er gekleurd op staat en de andere zijde van de mastpositie niet.
Over smaak valt niet te twisten.
Alhoewel?
Een beetje scrollen op het internet maakt algauw duidelijk dat de inwoners van Westeremden geenszins zitten te wachten op de komst van deze ‘lelijke landschapsverontreinigers’. Volgens inwoners van Sauwerd ‘passen de masten niet in het landschap’ en zijn ze te zien ‘al zet je er bomen voor’. Kortom, ‘het is een ‘afschuwelijk gezicht’.
De provincie Groningen, acht gemeenten en zestien maatschappelijke organisaties bieden samen met bewoners moedig weerstand tegen het tracé voor de nieuwe hoogspanningsverbinding met wintracks tussen de Eemshaven en de stad Groningen. Tot op heden zonder het beoogde resultaat.
Door de bank genomen weten zogenaamde pylon geeks, zeg maar spottersvolk van hoogspanningsmasten, de metershoge tandenstokers ook maar ‘zeer matig’ te waarderen.
Vakwerkmasten zijn er in allerlei soorten en maten. Zomaar een greep uit vele. Hamerkoppen. Katten. Dennenbomen. Concordes. Portaalmasten. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat die lichtgrijze bonenstaken voor pylon geeks doorgaan als ‘weinig fantasievol’.
Het betreft ‘een nieuw hoogspanningsmastconcept dat de energievoorziening van de toekomst vorm zal geven’, schrijft TenneT op haar eigen website.
Intussen sneuvelen de vakwerkmasten bij bosjes. Niet omdat ze omvallen, iets wat overigens maar hoogst zelden is gebeurd, maar omdat ze het veld moeten ruimen voor wat Gerrit Boudewijn noemt dat ‘rank en strak vormgegeven ensemble van masten’.
Hoe de vogels dat waarderen?
Ik kan het ze niet vragen. Maar één ding is zeker. Ze zullen zich beroofd voelen. Hele kolonies aalscholvers hangen in de vakwerkmasten rond om er hun vleugels te laten drogen, grote hordes spreeuwen verzamelen zich erin, ooievaars en kraaien bouwen er hun nesten in, in Lelystad rept men zelfs over een babyboom.
De Gelderlander sprak twee maanden geleden met Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek en kon daardoor berichten dat het plaatsen van door mensenhanden gemaakte ooievaarsnesten niet meer nodig is. ‘De dieren zijn prima in staat zelf nesten te bouwen. Dit doen ze het liefst in oude bomen en in hoogspanningsmasten’, aldus De Jong. De krant plaatste er een foto bij van een door mensenhanden gemaakt ooievaarsnest in de nabijheid van een duo wintracks.
Nu heb ieder nadeel zijn voordeel, zoals we weten van een onlangs overleden voetballende filosoof. Omdat de wintracks de geleiders naar binnen toe dragen, zo dicht tegen elkaar als maar kan, resulteert dit in een zeer smal magneetveld aan de grond. Dat komt in dichtbevolkte gebieden mooi uit.
Maar dit voordeel ‘heb’ toch zo zijn nadelen.
Het magneetveld precies midden onder de wintracks is namelijk hoger dan pal onder een lijn met vakwerkmasten. Doordat de afstand tussen deze gigantische breinaalden kleiner is dan die tussen vakwerkmasten, 350 tot 400 meter tegenover 450 tot 480 meter, neemt de horizonvervuiling bovendien toe. De strakker aangespannen geleiders zijn ook meer in voor lijndansen, een wilde ritmische beweging van de draden.
‘In honderd seconden kan een man naar de top’, stelt de eerder geciteerde Gerrit Boudewijn enthousiast. Elders lees ik: ‘Ook hebben we bij HoogspanningsNet fijntjes mogen vernemen dat de wintrack (een gladde buis zonder houvast) en met name de ongemakkelijke (pardon, de ‘innovatieve’) ladder niet zo wordt gewaardeerd door werknemers van de bedrijven die met de constructie en het onderhoud van de masten te maken hebben.’
Patent vragen op de reuzensatéprikkers doet TenneT niet. De transmissienetbeheerder is ervan overtuigd dat ‘de innovatie die dit ontwerp meebrengt (smal magneetveld, elegant geachte verschijning) eigenlijk tot maatschappelijk nut van iedereen zou mogen zijn in binnen- en buitenland’.
We zullen met die lelijk in het oog springende toverstokken moeten leren leven, daar komt het op neer.