Lekker makkelijk

Sommigen kijken naar me met een blik alsof ik gek ben. Een politiehelikopter cirkelt enkele malen boven mij rond.
Een Marokkaanse man, ik schat hem ergens in de vijftig, spreekt mij aan. ‘Dank u wel, mevrouw. U heeft respect voor de mens. Dank u wel dat u dit doet.’ Hij maakt een buiging.
Ik weet niet of ik op dit moment respect heb voor de mens. Eigenlijk niet. Maar ik waardeer zijn aardige opmerking wel.
‘Super!’, reageert een andere man op mijn activiteit. ‘Ja, het waait hier enorm op IJburg. En het waait allemaal het water in.’
Maar de wind is niet de oorzaak. De mens is de oorzaak.
Ik erger me er groen en geel aan, aan al die troep die mensen op straat gooien. Bierblikje leeg? Achteloos wordt het op straat gemikt. Idem flesje frisdrank, patatbakje, chipszakje, sigarettendoosje en ga zomaar door. Iemand heeft een mandarijntje lopen te pellen. Een spoor van enkele meters getuigt ervan.
Niet ver bij mijn woning vandaan staan vier afvalcontainers. Altijd troep eromheen. Er zijn zelfs lieden die het presteren hun vuilniszakken ernaast te zetten terwijl die bakken zo goed als leeg zijn. Vogels pikken de zakken vervolgens kapot, katten krabben ze open. Al weken ligt er een babyluier.
In Amsterdam zijn ze helemaal niet vervelend met het ophalen van grof vuil. Op vaste dagen worden afgedankte meubels, matrassen, tapijtrollen, huishoudelijke apparaten en snoeiafval opgehaald. Maar als die grofvuilophaaldienst nou net gisteren is geweest en vandaag het nieuwe meubilair wordt bezorgd? Ach, dan biedt de straat wel voor de rest van de week uitkomst. Moet kunnen. Toch?
Wat me vooral zo verbaast is dat mensen bij de benzinepomp en de pinautomaat wel aantikken dat ze een bonnetje willen en het vervolgens daar achterlaten.
Nog verbazingwekkender de mensen die hun post op straat openmaken en alles wat hen niet bekoort uit hun handen laten vallen.
Overal laat de mens zijn rotzooi achter. Lekker makkelijk.
Mensen houden er niet van om in hun portemonnee gepakt te worden. Vette bekeuringen uitdelen dus aan degenen die van onze wereld een vuilnisbelt maken. Wel heel simpel om alleen maar de industrie, de agrarische sector en luchtvaartmaatschappijen te blaimen. Verbeter de wereld begin bij jezelf. Of geldt dat enkel voor die ander?
Kleine kans echter dat degene die laat als dank, op heterdaad wordt betrapt door een ijverige ambtenaar. Veel makkelijker om zo’n man met camera- en meetapparatuur ergens op een onopvallende plek langs de snelweg te stationeren, zodat degenen die een paar kilometer te hard rijden grof kunnen worden beboet.
Af en toe komt er op Facebook een filmpje voorbij. Van stervende vogels en vissen als gevolg van de plastic soep. Dergelijke filmpjes zouden ze eens op scholen en een paar keer per week bij de Ster-reclame moeten vertonen.
Het zijn vooral de vogels en de vissen waarvoor ik, gewapend met een vuilgrijper, de straat op ga. Eerst de zooi rond die afvalcontainers maar eens zien weg te krijgen. Ik griezel vol afschuw als ik de babyluier in de door mij meegebrachte vuilniszak laat verdwijnen. Het kreng is intussen loodzwaar van de vele regen die de afgelopen dagen is gevallen.
Er ligt ook veel glas. Mensen hebben er geen zin in om met hun lege flessen een kleine honderd meter verder te lopen naar de glasbak. Mijn buurman, die naar buiten komt om zijn hond uit te laten, noemt mijn actie ‘geweldig’. Een van de poten van de trouwe viervoeter zit in het verband. ‘In het glas getrapt’, aldus mijn buurman.
Natgeregende dozen, laminaatrepen, onderdelen van wat ooit een lamp was: ik laat het allemaal verdwijnen op de plek waar het thuishoort: de afvalcontainer. Voor een wastafel en twee loodzware vuilniszakken contact ik met de gemeente.
Aan de vuiligheid tussen de stenen die de wandelpromenade van de Bert Haanstrakade scheiden van het IJmeer, erger ik me ook al lange tijd. Nu ik toch gesignaleerd ben met die vuilgrijper in actie, ga ik ook daar nog maar wat aan de gang in plaats van die tijd te besteden aan het door mij geliefde baantjes trekken op het ijs.
Het valt niet mee de zooi tussen de stenen vandaan te vissen. Je moet sowieso al een bergbeklimmer zijn om bij de troep te kunnen die verder weg is gewaaid of gesmeten. Zelfs hier duikt weer een babyluier op. Opnieuw is het vol afschuw griezelen voor mij. En je gelooft het niet, er liggen zelfs kattenbakkorrels. Daar is geen beginnen aan.
Die Marokkaanse meneer schreef mij respect voor de mens toe omdat dankzij mijn actie iets minder plastic in de voedselketen belandt en daarmee uiteindelijk in de maagjes van de mensenkinderen. Ik investeer in de toekomst, aldus deze man.
De oogst van twee uur: vijf volle vuilniszakken. Ik schaam me plaatsvervangend voor al die mensen(kinderen) die te beroerd zijn om hun troep zelf in de vuilnisbak te gooien. Je moet er soms wat verder voor lopen, maar is dat echt een probleem als het leven je lief is?