Ik zie de staartmotor! (2)

Het was al aangekondigd, zo nu en dan een buitje. Eén zo’n buitje valt als de eerste auto’s het parkeerterrein bij de Polderbaan op rijden.
‘Het universum huilt mee omdat er weer een MD-11 voor het laatst een start maakt vanaf haar thuisbasis’, zegt een vrouw in een blauw windjack, haar muisgrijze paraplu openklappend.
Het gaat om de PH-MCR, een machine van Martinair. Op 30 maart 1995 kwam ze in dienst en vervoerde gedurende een groot deel van haar leven afwisselend passagiers en vracht. Vanaf het moment waarop haar maatschappij in 2011 stopte met passagiersvervoer, doet ze alleen nog dienst als ‘vrachtbak’. De raampjes waardoor ooit mensen gefascineerd keken naar wolkenluchten en landschappen, zijn voor altijd afgedicht.
‘Ik heb er nog in gevlogen’, zegt een man die, aan zijn postuur te zien, wel van lekker eten en drinken houdt. Een spiegelreflexcamera met een 70-200-lens hangt over zijn schouder. ‘Naar Kenia, Mombasa. Fantastische vlucht.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ongelooflijk hoe zo’n prachtig bedrijf ten gronde is gericht. Het was een perfecte low cost-dochter.’ Opnieuw schudt hij zijn hoofd. Met vuur in zijn stem vervolgt hij: ‘En nu overweegt Air France – KLM een low cost-dochteronderneming op te richten voor de langeafstandsvluchten. Als je ziet wat voor een naam Martinair altijd heeft gehad voor het vervoer van bloemen, paarden, eendagskuikens, auto’s en hulpgoederen! Terwijl zij hun vloot moeten terugbrengen van tien naar vier toestellen zie je hier steeds meer kisten uit Verweggistan de handel overnemen.’
Uit de discussie die volgt blijkt hoe zeer het doet dat steeds meer Nederlandse bedrijven verdwijnen en daarmee ook de laatste MD-11’s die Schiphol nog als thuishaven hebben.
‘Ik loop wat verder’, zegt een man in een zwarte bodywarmer. ‘Als de MCR lading meeneemt naar Chicago, roteert ze verderop en dat moment wil ik vastleggen.’ Ook hij heeft een spiegelreflexcamera bij zich, maar met een 100-400-lens.
Intussen is het opgehouden met regenen. De vrouw in het blauwe windjack heeft de paraplu weggestopt in haar handtas. ‘Ik zie de staartmotor!’, roept ze.
Samen met nog enkele mannen stapt ze op een van de betonnen zitbankjes. ‘Ze is vroeg’, bromt een man van onder zijn snor. ‘Twintig minuten vroeger dan aangekondigd.’
Dichter en dichter nadert de wit-rode vogel. Aan het begin van de baan wacht ze op haar startklaring. Zodra ze opnieuw in beweging komt begint het geratel van de camera’s. Dat is het enige geluid dat de eerstvolgende minuten nog klinkt, samen met het motorengebulder van de voorbijrazende MD-11.
De man in de zwarte bodywarmer had gelijk, het zwaar beladen toestel komt een eind verder pas los van de grond.
Terwijl een volgende machine zich opmaakt voor de start kijken de vliegtuigspotters het wit-rode elfje na, dat hoger en hoger opklimt, een bocht naar links maakt en dan in de wolken verdwijnt.
‘Waar wordt ze eigenlijk gesloopt?’, vraagt een vrouw met een hond op de arm.
Er ontstaat enige verwarring. Is het nou Victorville of Mojave?
Nieuwe spotters dienen zich aan. ‘Ze is al weg’, klinkt het links en rechts.
‘Nee, hè’, is de teleurgestelde reactie. ‘Kom ik daarvoor helemaal uit Eindhoven!’
‘Man, ik heb de hele nacht gewerkt en me rot gehaast om hier nog op tijd te zijn!’
Op de plek waar de man in de zwarte bodywarmer staat, is het ook stress. ‘We zullen het toch niet gaan beleven dat ze opstijgt vanaf de Kaagbaan? Die gooien ze net open!’
‘Dat halen we nooit meer’, antwoordt een jonge gozer in een donkergrijze hoodie, je weet wel, zo’n fleecetrui met capuchon, met de uitstraling van een afgeknipte pij.
Hij kijkt naar de inmiddels gemaakte foto’s. ‘In ieder geval mooi dat we de MCY hebben kunnen meepikken. Dat was toch een geweldig voorafje en ze staat er goed op. Her en der nog even wat bijwerken op de computer en hatseflatsie, later vandaag op Facebook.’
Een boomlange spotter mengt zich in het gesprek. ‘Wat zeg je nou? De MCR is toch weg?’
‘Nee, hoor, die komt nog’, is de reactie.
Maar eerst razen er nog verschillende Fokkers, Embraers en allerlei types Boeings en Airbussen in rap tempo voorbij.
‘Let op, de MCR is in aantocht’, klinkt het ineens.
Opnieuw toont zich een rood-wit vliegtuig met zo’n markante staartmotor. In een file gaat het richting startbaan. Dan is ze aan de beurt. Het camerageratel barst weer los.
‘Krijg nou wat! Ze roteert al!’, roept de gast van de hoodie.
‘Ik dacht dat ze een bende lading zou meenemen naar Chicago,’ zegt zijn maat. De teleurstelling over het vroege rotatiemoment is duidelijk hoorbaar in zijn stem.
Steil klimt het elfje omhoog, haar reputatie eigen. Verbazend snel verdwijnt ze in de grijze wolken, veel eerder dan haar eerder opgestegen zuster.
‘Nu hebben we hier nog maar drie elfjes’, verkeert de hoodie-man in de veronderstelling. Hij noemt Californië, Florida en Spanje als mogelijke plekken waar afgeschreven MD-11’s van Martinair staan. Maar de man met de zwarte bodywarmer weet het zeker: de MCT staat van haar motoren ontdaan in Miami, de MCS staat stored op Schiphol, de MCR vliegt na haar tussenlanding in Chicago door naar Mojave voor ontmanteling en de MCP, de MCU, de MCW en de MCY mogen nog even.
En zo is het.