Let op dat je niet uitglijdt

In een ver verleden heb ik wel eens dolfijnen in een dolfinarium gezien. Maar nu zie ik er eentje ronddartelen in een van de omliggende wateren van het vissersdorpje Tai O. En nee, hij is niet grijs en ook niet wit zoals de benaming van deze walvisachtige doet vermoeden, maar roze. Deze albino wordt roze van kleur doordat de bloedvaten vlak onder de huid liggen. Door het warme tropische water bij Hongkong kleurt hij roze, net als mensen die rood worden na een inspanning.
Het mag bijzonder heten dat ik dit dolfijne dier heb gespot. Mijn vrienden, die hier vaker met gasten komen, hebben deze albino-tuimelaar al in geen tijden meer zien opduiken in de Chinese wateren. Scheepvaart, overbevissing, vervuiling en de aanleg van de nieuwe luchthaven waren al eerder debet aan het teruglopende aantal van deze dieren. De in aanleg zijnde Hong Kong-Zhuhai-Macau Bridge, een vijftig kilometer lange brug-tunnelcombinatie, is er de meest recente reden van dat de dieren zich nog minder thuisvoelen in deze habitat.
Ik slaag er niet in om zelf een foto van de dan weer hier en dan weer daar verschijnende tuimelaar te maken, het is sowieso al een kwestie van geluk dat ik hem zo nu en dan zie.
Het boottochtje voert ook door Tai O, dat wel het Venetië van Hong Kong wordt genoemd. De uitstraling is echter beduidend anders, enerzijds door de Aziatische sfeer en anderzijds omdat de huizen boven het water op palen zijn gebouwd. Kleine winkeltjes verkopen gedroogde vis, souvenirs van exotische vis en allerlei soorten schelpen. Katten hebben het hier goed. Prinsheerlijk liggen ze uit te buiken. Verder miegelt het er van de toeristen.
Over de hoofden van de toeristen kan je ook lopen bij de Grote Boeddha. Met zijn hoogte van 34 meter is dit bronzen beeld een van de grootste zittende Boeddha’s ter wereld. Het beeld, dat in meer dan 220 stukken is gegoten, zit op een troon van lotus, in het boeddhisme het symbool van reinheid. De rechterhand van de zogeheten Tian Tan Boeddha is opgeheven in een zegenend gebaar. De grootheid van het beeld is bedoeld om bij de bezoekers een gevoel van nederigheid op te roepen. De 268 treden die je moet betreden om bij het beeld te komen, beogen hetzelfde gevoel. De Tian Tan Boeddha is omringd door enkele kleinere beelden die goden of onsterfelijken voorstellen.
Het Po Linklooster bevindt zich in de nabijheid van het immens grote beeld. In dit klooster drie bronzen beelden van de Boeddha die het verleden, het heden en de toekomst verbeelden. Er klinkt gezang, wordt wierook gebrand en geknield. De beelden zijn anders dan in het katholicisme, maar de aanbidding, de rituelen en het gezang doen me er toch sterk aan denken. En daarbij verbaas ik me erover hoe het toch mogelijk is dat mensen knielen voor beelden, voor door hen zelf goot gemaakte creaturen. Sorry als ik hiermee vloek in de kerk, de tempel, de moskee of wat voor godshuis dan ook, maar ik kan er niet bij. Er staan ook overal bordjes met verboden. Verboden voor toeristen, verboden te fotograferen. En ook: let op dat je niet uitglijdt. De koeien die er in al hun heiligheid rondbanjeren mogen evenmin worden gevoerd of aangeraakt.
’s Avonds eet ik gezellig thuis bij mijn vrienden.
De volgende dag vertrekt mijn vliegtuig. Opnieuw een Boeing 747-400 van KLM. Niet de BFT die me naar Hong Kong vloog maar de BFD. Deze jumbo is een van de eerstvolgende die uit de vloot wordt genomen. Eerst de BFK en de BFA nog en dan is het aan haar én aan de BFP om een enkeltje te maken richting woestijn. Net als ik vinden enkele stewardessen en passagiers waarmee ik praat dat eeuwig zonde. De 747 is zo’n fijne kist, ruim van binnen, prettig om in te werken, prachtig als verschijning.
‘Dit is de enige kist waarin ik rechtop kan staan’, zegt een lange man.
‘Met de nieuwe indeling in de andere vliegtuigen kunnen we onze trolleys maar net door het gangpad krijgen’, vertelt een van de stewardessen.
En iedereen vindt het een verslechtering dat de stoelen smaller en de beenruimte krapper is geworden in de 777’s en de 787’s. Maar ja, in het evaluatieformulier dat KLM je soms na een vlucht stuurt, wordt daarnaar niet gevraagd.
‘Je merkt wel dat de 747 oud wordt’, aldus een stewardess. ‘Alles piept en kraakt. De nieuwe machines zijn ook veel stiller.’
Ach ja, ieder nadeel heb zijn voordeel, ook nu weer.
Dit keer zijn er wel twee kleine kinderen aan boord. Ze zitten weliswaar ver bij mij vandaan, maar de moeders gaan er geregeld mee op de trap zitten die een 747 rijk is. Bepaald geen onverdeeld genoegen, zeker niet als een van de kleintjes het op een brullen zet en van geen ophouden weet. Een duidelijk ‘sssst’ van mijn kant leidt ertoe dat de moeder toch terugkeert naar haar eigen stoel.
De landing wordt ingezet. Bij bevriende luchtvaartfotografen gedoe over op welke baan de jumbo neerstrijkt. Op het laatste moment toch de Buitenveldertbaan. Door de verkeersdrukte van dat moment geen kans meer die nog te bereiken voor wie het toestel daar voor me wil platen. Zelf zit ik aan de verkeerde kant om de wijk waar ik woon vanuit de lucht te zien.
Het regent in Amsterdam. Net als bij mijn aankomst in Hong Kong. En ook nu word ik verwelkomd door een vriend.
Wat heb ik het fijn gehad, top! Dankbaar en blij dat ik dit heb mogen beleven, een onvergetelijke ervaring. Een aanrader ook voor iedereen die van reizen houdt. Al was het verblijf bij mijn vrienden natuurlijk wel een fantastisch fijn extra!