Hong Kong is een stad met vele gezichten

Mijn favoriete vliegtuigen streken er neer. MD-11’s, DC-10’s, Boeing 747’s, Lockheed Tristars en nog weer eerder de DC-8’s en de Boeing 707’s. Zelfs de Concorde liet er geen verstek gaan. Nu is het er een stille bedoening. In 1998 was het einde oefening voor Kai Tak, een luchthaven die bekend stond als de op vijf na extreemste en gevaarlijkste ter wereld vanwege de spectaculaire nadering pal over de wijk New Kowloon. De vliegtuigen scheerden zo laag over de huizen dat de mensen het landingsgestel bijna konden aanraken en de passagiers de was nog net niet van de rekjes konden trekken.
Kai Tak is nu een cruise terminal. Ergens ver weg ligt een groot schip voor anker, maar bij de terminal zelf is geen enkele schuit te bekennen. Het restaurant dat er gevestigd is opent haar deuren om 12:00 uur, geen idee hoeveel volk erop afkomt. Aan een van de muren hangen foto’s die de geschiedenis van Kai Tak in beeld brengen, in de andere zitten openingen die een uitzicht geven op New Kowloon.
In deze stadswijk wordt volop gebouwd. Nu Kai Tak niet langer is gerelateerd aan vliegverkeer gelden er geen beperkingen meer als het gaat om de hoogte van de bebouwing. Behalve van de bouwputten miegelt het er nu van de wolkenkrabbers, die bij mij een associatie opleveren met intensieve mensenhouderij. De oorspronkelijke bebouwing is nog niet geheel verdwenen. Daar vind je de eettentjes en de winkeltjes waar etenswaar en kleding wordt verkocht. Sleetse luifels hangen erboven. Bij de bovengelegen woningen hangt wasgoed buiten te drogen. Een overvliegende jumbo zou het beeld compleet maken, maar dat is nu dus echt verleden tijd.
Enkele straten verderop bevindt zich het Chi Linnonnenklooster. Naar verluidt is er geen enkele spijker gebruikt bij de bouw van deze replica van een gebedshuis uit de Tangdynastie. In de hal en de zijvleugels staan metershoge beelden van de Sakyamuni Boeddha, de godin Guanyin en andere boddhisattva’s. De beelden zijn van goud, hout, klei en steen. Een moeder houdt bij een van de beelden stil. Ze gebiedt haar dochtertje, een kind van een jaar of drie, te knielen. Het meisje kijkt haar moeder onbegrijpend aan. De moeder doet het voor. De blik van het kind blijft onbegrijpend. De moeder wijst naar het metershoge gouden beeld, zegt er iets over. Het kind zoekt nu bescherming bij de moeder. Terwijl de vrouw de peuter in haar armen neemt en verder loopt, denk ik na over de reactie van die kleine meid, die ik zo natuurlijk, zo begrijpelijk vind. Nee, ik weid verder maar niet uit over het geloof, ik laat het liever rusten.
Bij het tempelcomplex bevinden zich de Nan Liantuinen, kunstig ingericht met rotsen, bomen, bruggen en houten paviljoens. Er lopen veel dagjesmensen, waaronder ook moslima’s met hoofddoeken in felle kleuren. Sinds mijn verblijf in Hong Kong heb ik nog niet eerder zoveel moslima’s gezien. De islam heeft evenals het christendom weinig aanhangers in China. Bijna 90% van de Hong Kong’ers belijdt de traditionele godsdienst, een mengsel van boeddhisme, taoïsme en voorouderverering. In elk plaatsje staat wel ergens een oude grote boom waarbij een Boeddhabeeldje staat. Gebeden en wensen worden er uitgesproken.
In de metro kijkt een meisje naar mijn onderbenen die onder de bulten zitten, opgelopen tijdens een housewarming party waar behalve een hoeveelheid expats ook op fruitvliegjes lijkende insecten van de partij waren die niet vies zijn van een teugje mensenbloed. Vijf minuten later heeft Klaas Vaak bij de tiener toegeslagen en hangt ze met haar hoofd over haar knieën. Nog eens vijf minuten later rolt haar boodschappenwagentje door de metro. Een man rijdt hem terug en tikt haar zacht op de schouder. Ze lacht hem dankbaar toe.
Wat je hier ook ziet zijn mannen met opgerold shirt en een ontblote buik. En honden aan tafel, doorgaans poedels. ‘Raar volk toch, die Chinezen!’, zou Obelix zeggen.
Een schitterende hiketocht op het Hong Kongse schiereiland Sam Mun Tsai voert mijn gastvrouw en mij langs tientallen graven op berghellingen. In uit beton bestaande bouwwerken staan grote urnen met daarin de resten van de overledenen. Behalve bloemen brengen de nabestaanden hen ook zaken als pakjes frisdrank, fruit en allerlei zaken van papier gemaakt, waaronder auto’s en tablets.
De schrik slaat me om het hart als mijn gastvrouw vertelt dat zich in deze contreien handgrote spinnen bevinden. Handgroot! Gelukkig komen we ze niet tegen, wel vlinders in allerlei schitterende kleuren, geurende bloemen en nep ananassen. De kust bestaat uit zand, schelpen en gesteente. Op het water drijven vissersbootjes, in de verte zijn de wolkenkrabbers zichtbaar.
Hong Kong is een stad met vele gezichten.