Van dierenwelzijn heeft men hier nooit gehoord

Wat heb ik ernaar uitgekeken! Een trip naar Hongkong. De 747-400 van KLM brengt me erheen.
Als ik het vliegtuig bij de gate zie staan, realiseer ik me eens en temeer dat de eerste van haar zusters zijn uitgefaseerd en dat het over twee jaar over en uit is met de mogelijkheid om in een KLM-jumbo te vliegen. Nee, niet leuk maar wel alle reden om van deze vlucht driedubbel te genieten. En dat doe ik dan ook als de majestueuze kist het luchtruim kiest. De stoel naast me is leeg. Aan het gangpad zit een Belgische vrouw, naar spoedig blijkt een gezellige dame. Onder ons glijden de Waddeneilanden voorbij. Nee, we zitten te hoog om de molen ‘Het Noorden’ op Texel te herkennen, de Brandaris op Terschelling, de twee vuurtorens op Schiermonnikoog, maar de vormen van de eilanden zijn duidelijk zichtbaar.
Het is een nachtvlucht en de zon kleurt de lucht korte tijd rood in een lange horizontale lijn. Het donker valt, ook in de jumbo. Het wordt nog stiller dan het toch al was, want nee, er zijn geen kleine kinderen bij en de ervaring heeft geleerd dat dat heel veel herrie scheelt. Toch slaap ik zo nu en dan alleen maar een hazenslaapje.
Als we Hong Kong naderen blijkt de lucht grijs en grauw. Het lijkt er haast op dat de flightcrew stilletjes rechtsomkeert heeft gemaakt richting Nederland. Maar nee, tussen de wolkenflarden door doemen zo nu en dan beelden op van de dicht opeen gebouwde torenhoge flats en de lange bruggen over het water die typerend zijn voor deze Chinese stad.
Na de landing gaat het allemaal snel. Binnen een mum van tijd heb ik mijn koffer te pakken en kan ik de vriend begroeten bij wie ik deze dagen te gast ben. Buiten stort de regen in bakken naar beneden. Dat haalt een streep door de plannen die mijn gastheer voor mijn ontvangst had. Maar niet getreurd, na een bochtige autorit naar zijn huis gaan we heerlijk aan de wijn, knabbeltje erbij, goed gesprek, heerlijk relaxed na zo’n lange vlucht. Later die avond maak ik kennis met zijn vrouw en dochter, gelukkig met beiden een klik. Niet te laat mijn bed in, want het wordt steeds moeilijker voor me mijn ogen nog open te houden. Midden in de nacht word ik wakker van een roepie-roepievogel. Zijn repertoire is eindeloos saai. Ik maak me er allerlei voorstellingen van hoe het beest eruit zou kunnen zien, vooral kleurrijke. Hij blijkt echter zwart te zijn en op een kraai te lijken, zij het wel met een kuifje.
Die ochtend neemt mijn gastheer mij mee naar de zogenaamde wet market waar vis en vlees wordt verkocht. Veel vissen zijn al gekaakt, andere liggen nog levend in kleine bakjes te spetteren in een vergeefse poging hun vrijheid tegemoet te kunnen zwemmen. Padden zitten in een ronde glazen bak op elkaar gestapeld en worden in geval van interesse levend gevild. Kippen zitten opeen gepropt in kooien. Daarnaast hun soortgenoten in geplukte toestand. Van dierenwelzijn heeft men hier niet gehoord. Een man houdt een ruggengraat vast van een varken, daaraan de longen van het dier. In een toko verderop varkenssnuiten en varkensoren. Alles van de knorretjes wordt hier verkocht, niet alleen filetlapjes en karbonaadjes.
Verderop liggen de groenten en het fruit. Het meeste ervan is mij wel bekend. Perziken, watermeloenen, lychees, mango’s, bananen. Maar er ligt mij ook totaal onbekend spul bij. Mijn gastheer wijst naar de durians, meloengrote stekelige vruchten, groen van kleur. Hij mag ze als hij vracht vliegt niet meenemen omdat ze gaan gisten waardoor alras in het toestel de brandalarmen afgaan. Hij vindt ze goed te eten, zijn vrouw gruwt ervan.
We staan nog maar net buiten of er komt alweer nieuwe aanvoer aan. Een compleet varken ligt opengesneden op een handkar, die een man in een razendsnel tempo voortduwt richting de wet market. Geen mens die ervan opkijkt, alleen ik.
’s Middags brengt mijn gastvrouw haar man naar de luchthaven, zelf moet ze werken. Hun dochter is naar school. Met de metro ga ik op haar aanraden naar de flower market en de birds market. Bij de eerste komen de zoete geuren je tegemoet. Orchideeën, lelies, rozen, bonsai, bamboe en zelfs tulpen kan je er kopen. Bij de birds market honderden exotische zangvogels in kleine kooitjes, veel kooien overdekt met grauwe lappen tegen de felle zon. Ook nu kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dierenwelzijn hier niet echt telt, maar het gevederte zingt en kwettert dat het een lieve lust is. Papegaaien zijn er ook. Een blauw exemplaar hipt over de schouders van een jongeman die op zijn smartphone kijkt. Een rode soortgenoot wat verderop roept een blij ‘Hallo’. Een grijze lorre zit stilletjes op zijn stok, hij heeft zichzelf deels kaalgeplukt. Een groepje oude mannen legt een kaartje. Om hen heen tientallen vogelkooitjes waaruit lieflijk gezang opstijgt.
Als ik weer terugga richting het huis van mijn vrienden, raak ik op het metrostation het spoor bijster naar de plek waar de bussen moeten staan. Een Chinese man loopt helemaal met me mee de kant op waar ik moet zijn. Hij loopt voor me uit, niet te hard niet te langzaam. Groet me beleefd zodra de bussen in het zicht zijn. Ofschoon veel Chinezen erg chagrijnig kijken, tonen ze zich vriendelijk in het contact. Een aantal van hen draagt smoeltjes, van die monddoekjes uit de operatiekamer. Anderen kwakken hun fluimen zo op straat. Er is werkelijk veel te zien en te beleven in deze miljoenenstad.