Herinnering aan voorbij

Ze staan er nog. En zijn nu al een herinnering aan voorbij gevlogen jaren. Omdat ik toch in Zeeland moet zijn, laat ik de kans niet liggen nog even een glimp op te vangen van die drie elfjes, die hetzelfde lot wacht als hun nooit meer teruggekeerde zusters: een enkeltje vliegtuigkerkhof, leeggeplukt worden, verschroot en tot slot omgesmolten om terug te keren als colablikjes, scheermesjes, steelpannetjes en motorblokken.
Ik ben te vroeg in Zeeland, veel te vroeg voor mijn afspraak. Bewust heb ik daarvoor gekozen. In geen jaren ben ik meer in die mooie provincie geweest, waar ik vroeger zo dikwijls kwam.
In Dishoek kuier ik over het zonovergoten strand en wring ik me tussen de golfbrekers door. Ooit liep ik hier met de man met wie ik later trouwde, onze armen stevig om elkaar heen. Bij die golfbrekers moesten we elkaar loslaten en moest hij op zoek naar een opening die groot genoeg was voor de passage van zijn buik. Ik zie zijn lach weer, hoor zelfs zijn stem terug na al die jaren. Hij stierf te vroeg, veel te vroeg, aan de slopende ziekte die kanker heet. Opmerkelijk genoeg ook op de elfde van de elfde, de datum waarop zo veel jaren later de MD-11 haar drie afscheidsvluchten zal maken.
Toen ik nog in Alkmaar woonde belden er op diezelfde datum zodra de zon onder was, horden kinderen bij mij aan. Verlegen, olijke en soms gehaaste gezichten, beschenen door het iele licht van hun lampionnen, verschenen in de deuropening en een nauwelijks verstaanbaar St.Maartensliedje kwam op gang. Soms vluchtte ik voor het hele gebeuren, ging ik lekker met een vriendin een vorkje prikken in het hart van de stad. Zo ook die ene keer toen ik daags daarna mijn overbuurman tegenkwam. ‘Je was er niet’, zei hij.
‘Nee’, zei ik.
‘Weet je wel dat die kinderen ook speciaal voor jou langskomen?’
Een moment was ik met stomheid geslagen. Ik heb nooit anders geweten dan dat al die kinderen de deuren langsgaan om kilo’s snoep te scoren. Heel snel rekende ik met hem af: ‘Ze zingen zeker ook speciaal voor mij: “11 november is de dag, dat mijn lichtje, dat mijn lichtje branden mag.” Nou, op 11 november ging er ook een lichtje uit. Het lichtje van mijn man om precies te zijn.’
Nu was het zijn beurt om met stomheid te zijn geslagen. Hij bood zelfs zijn excuses aan.
Terug naar Zeeland, waar ik inmiddels in Vlissingen over de boulevard slenter. Veel laagbouw heeft daar plaatsgemaakt voor hoogbouw. Rechts van de Gevangentoren torent nu de Sardijntoren. In al die jaren dat ik niet in het Zeeuwse ben geweest is hier een waar Bijlmer aan Zee verrezen. Mijn vader die in deze stad aan de Westerschelde opgroeide, zou zijn ogen niet geloven. Zoals ik van de luchtvaart houd, zo hield hij van de scheepvaart. Coasters, chemicaliëntankers, roroschepen: hij wist er alles van. Al dat langzame getjoek zei mij toen niet zo veel. Nu zou ik er graag nog eens met hem over praten.
Als vanzelf zie ik hem weer lopen, gearmd met mijn moeder. In eerste instantie als twee jonge mensen, jonger dan ikzelf nu. Maar gaandeweg verworden zij tot twee broze mensen, hij enigszins gebogen, zij wankel op de been, zich vasthoudend aan hem. Een auto-ongeluk, in de herfst, jawel, kostte hen beiden het leven. Zeker, dat was een enorme klap voor ons, hun kinderen. Toch heeft het me altijd getroost dat hem als dialysepatiënt en haar als cva-patiënt, een lange lijdensweg bespaard is gebleven. Dat ze zichzelf nooit door het wee hebben hoeven duwen als weduwe of weduwnaar.
Als vanzelf loopt mijn kat mij in mijn herinneringen tegemoet. Geloof het of niet, zelfs dit lieve dier heb ik moeten laten inslapen in de tijd waarin de blaadjes vallen.
Nu zet het mooie strijklicht van de herfst alles in een zachte glans. De stad, de zeeschepen die ik bijna kan aanraken, en ja, ook mijn herinneringen.
Aan de overkant schitteren de lichtjes van Breskens. Daar woonde het echtpaar waar ik jarenlang mee bevriend was. Mijn laatste boottocht op het nu voor auto’s gesloten veer op de Westerschelde, was na zijn begrafenis. Hij noch zij is overigens in de herfst gestorven. Ach, ik heb lang genoeg in het ziekenhuiswezen gewerkt om te weten dat de dood niet alleen toeslaat in dat jaargetijde.
Met het stijgen der jaren word ik steeds meer een mens met herinneringen aan voorbij. Ik heb nog meegemaakt dat de telefoons van bakeliet waren. Ik heb het cassettebandje zien komen. Ook weer zien gaan trouwens. Ik heb Lockheed Constellations op Schiphol zien landen. Met een kroontjespen leren schrijven. Op het ijs gekrabbeld op Friese doorlopers, die meer naast mijn schoenen zaten dan eronder.
Ik rijd door naar Arnemuiden, voor de mosselavond in Snaidero Keukenshowroom. Behalve een weerzien met Rudy en heerlijk smullen, een kennismaking met prachtkeukens en hypermoderne keukenapparatuur. Wow, er zijn tegenwoordig zelfs onopvallende plafondafzuigkappen. Weg met die hele installaties boven de kookplaat!
Ontwikkeling gaat door.
Ik treur omdat het gedaan is met de MD-11. Maar als er nooit een vliegtuig zou zijn uitgefaseerd, vlogen we nu nog steeds in de DC-2. En zouden de meeste mensen zelfs nooit gevlogen hebben.