Haar laatste groet

Het is druk bij de bushalte van de Beechavenue. Toch staat niemand van de aanwezigen op de bus te wachten. Het wachten is op de vierde MD-11 die de Martinair-vloot moet verlaten.
Bij de vrachtgebouwen is haar rood met witte staart zichtbaar. Daarachter staarten van twee Boeing 747’s met daarop duidelijk zichtbaar het KLM-logo. Toch opereren deze beide machines voor Martinair.
‘Het is toch wat’, zegt een man in een grijs windjack. ‘In mini-mini-mini letters staat ergens op de romp Martinair. Het bedrijf wordt steeds kleiner gemaakt, in alles.’
‘Het moet Martin Schröder aan zijn hart gaan dat vandaag de naar hem genoemde kist wordt uitgefaseerd’, reageert een man met een knalgele sjaal. Net als bij zijn gesprekspartner bungelt een camera met een giga telelens aan zijn schouder.
‘Ik heb gehoord dat hij met zijn vuist op de tafel heeft geslagen daar bij KLM. Hij eiste dat er ten minste één jumbo in het Martinair-kleurenschema vliegt’, antwoordt het grijze windjack.
‘Gelijk heeft hij’, meent de gele sjaal. ‘Onlangs las ik nog in de krant dat ze op Schiphol zitten te springen om vrachtvervoerders. KLM-Air France past gewoon een sterfhuisconstructie toe bij Martinair. Eerst gingen de passagiersvluchten eruit en nu worden de MD-11’s afgestoten zonder dat er iets voor in de plaats komt.’ Hij kijkt op zijn horloge. ‘Bijna drie uur. Ik denk zomaar dat ze niet op tijd vertrekt.’
Terwijl het grijze jack memoreert dat de MCW een van de laatste elfjes is die McDonnell Douglas bouwde, vindt er in het groepje naast de beide mannen een discussie plaats over smartphones. Twee vrouwen zweren bij hun iPhone, twee mannen bij hun Samsung. De toon is plagerig speels. In het water dat het de spotters onmogelijk maakt het Schipholterrein te betreden, zwemmen twee meerkoeten en een eend.
‘Duidelijk een vreemde eend in de bijt’, zegt een van de iPhone-vrouwen als een van de meerkoeten een poging doet de eend te verjagen.
‘Die beesten kunnen ongelooflijk vechten’, zegt de andere iPhone-vrouw. ‘Ze zien er vriendelijk uit met die witte snoetjes, maar het zijn verschrikkelijke krengen.’
De Samsung-mannen hebben er geen aandacht voor. Het wel en wee van de laatste nog op Schiphol opererende MD-11’s spreekt hen meer tot de verbeelding dan de run die een van de meerkoeten over het water richting de eend maakt. Het beest produceert er een venijnig keffend geluid bij.
‘Wat voor vogels hapte de MCP eigenlijk eergisteren?’, vraagt een van de Samsung-mannen.
‘Dat waren meeuwen. Motor kaduuk en idem de winglet’, antwoordt de ander.
‘Lekker schadepostje, nog net voordat ook het doek voor die machine valt’, is de reactie.
De eend houdt het voor gezien en vliegt weg.
‘Op Facebook dachten hele horden dat de MCP werd uitgefaseerd’, memoreert een van de vrouwen. ‘En die sukkels bleven maar vragen stellen over de vertrektijd, terwijl dat al wel honderd keer was vermeld. Te beroerd om even naar beneden te scrollen.’
‘Kijk! De MCW krijgt een push-back’, merkt het blauwe jack op.
‘Hopen dat ze zwaar beladen is, dan roteert ze laat’, zegt de gele sjaal.
‘Ik ben vanochtend nog op Oost geweest’, geeft een man in vliegerjack te kennen. ‘Ze was compleet bevroren.’
‘Ja, ik ben daar ook nog even geweest. Heb haar nog mooi kunnen platen’, zegt de sjaal. Hij pakt zijn camera en bekijkt zijn opnames op het schermpje. ‘Moet je zien!’
De andere mannen kijken naar het met ijs bedekte vliegtuig.
‘Een heuse ijsvogel’, grapt het grijze jack. ‘Schröders naam staat er nog gewoon op.’ Nu klinkt zijn stem ernstig. ‘De KLM-kisten werden ontdaan van hun namen, maar Schröder gaat zo de schroothoop op.’ Hij maakt er een wegjagend gebaar bij.
‘Dat die man dit nog moet meemaken!’, gromt het vliegerjack.
‘Het heeft nogal wat tijd nodig voordat daar enige beweging komt’, zegt de gele sjaal en gebaart met zijn hoofd richting de onfortuinlijke MD-11. ‘En het begint te betrekken.’
Het vliegerjack kijkt om, wijst naar de goudomrande donkergrijze wolken. ‘Mwah, met een beetje geluk schijnt de zon nog net mooi op haar romp. Of hebben we jakobsladders, dat doet het ook goed.’
‘En nu maar hopen dat ie de Kaagbaan pakt’, zegt het grijze jack. ‘Blijft altijd tot het laatste moment spannend.’
‘Balen toch als we hier met zijn allen voor joker staan’, reageert een van de Samsung-mannen.
Verderop komt de MCW in beweging. Voor de allerlaatste keer taxiet ze langs de vrachtgebouwen op de plek die ruim zeventien jaar haar thuisbasis was. Ze draait, wacht en krijgt dan voor de allerlaatste keer haar take-off-clearance op Schiphol. De wens van het publiek dat haar uitwuift komt uit: ze roteert laat.
De camera’s ratelen, het geluid van de Pratt & Whitney-motoren zwelt aan.
‘V-1!’, roept een jonge knul die met zijn handen in zijn zakken kijkt naar de zich losvliegende MD-11. Achter de omhoog klimmende kist verschijnen drie rookpluimen, kenmerkend voor de krachtbronnen van dit type. De wens van het vliegerjack wordt vervuld: een moment schittert haar romp in de zon. Ze creëert zelfs nog een vleugje vortex, als haar laatste groet aan haar vele fans.