Gracieus als altijd

Grijs, grauw, guur en nat. Bepaald geen lekker weertje. Echt weer voor mutsen, capuchons, petten en paraplu’s. Daaraan ontbreekt het dan ook geenszins bij het groepje mensen dat staat te kleumen aan de rand van de Polderbaan. Een van hen klapt een tafeltje uit waarop hij twee schaalmodellen plaatst, allebei van een KLM-Boeing 747-400. Het maakt de reden van hun komst meteen duidelijk: er wordt weer afscheid genomen van een toestel van dit type, dit keer de PH-BFT.
‘Heb je gezien wat er allemaal in die Farewell KLM-Boeing 747-groep op Facebook is geschreven over haar toekomst?’, lacht een man in een zwart jack.
‘Steeds maar weer dat ze naar Mojave gaat terwijl er al ik weet niet hoe dikwijls is gezegd dat ze naar Kansas gaat voor een D-check en een nieuwe outfit’, antwoordt de man die op de gepaste afstand van 1,5 meter naast hem staat.
‘Juist omdat dat bericht er bij een aantal niet in leek te gaan werd geopperd dat ze omgebouwd wordt tot een kunstmatig rif’, gniffelt het zwarte jack van onder zijn capuchon. ‘Een ander opperde dat de volgende op het spottersterras van Düsseldorf Airport wordt neergezet, en toen kwam er ook nog een bestemming voor de laatste KLM-74 door: die wordt tot tanker omgebouwd voor de luchtmacht van Monaco.’
‘Briljant!’, reageert zijn gesprekspartner. De enorme camera op zijn omvangrijke buik deint mee terwijl hij aanstekelijk lacht. ‘Wie wordt de nieuwe eigenaar?’, wil hij weten.
‘Dat is omgeven door een muur van geheimzinnigheid’, zegt een fan met rode muts. ‘Geen idee waarom, maar goed, vroeg of laat zal wel op het internet te vinden zijn voor wie ze is gaan vliegen.’
‘Voor zover ik weet wordt haar blauwe jas vervangen door een witte’, vertelt het zwarte jack.
‘Dat wordt dan een bruidstenue’, lacht de rode muts.
‘In die Farewell-groep wordt rondgebazuind dat deze 74 naar Western Global gaat’, meldt een man die zich extra goed heeft ingepakt met onder meer een Boeing-petje onder maar liefst twee capuchons.
‘O ja’, meesmuilt het zwarte jack. ‘Ze menen dat enkele van hun MD-11’s worden vervangen door de laatste drie Combi’s van KLM. Eén ding is zeker, Western Global is niet de nieuwe eigenaar.’ Hij doet enkele stappen naar voren als de PH-BKA zich aandient, de eerste Boeing 787-10 Dreamliner die KLM in haar vloot verwelkomde. De feestelijke sticker die aan het honderdjarige bestaan van de blauwe maatschappij herinnert, prijkt er nog vrolijk op. Het gebrul van de motoren wordt vergezeld door het geratel van de aan één stuk door klikkende camera’s.
‘Mooi hè?’, verzucht het dubbel gecapuchoneerde Boeing-petje. Verguld kijkt hij op het cameraschermpje naar het resultaat van zijn opnames. ‘Die zee water die erachter opspat! Geweldig toch? Dat is toch het voordeel van dit petweer.’
‘Ieder nadeel heb zijn voordeel’, citeert de rode muts een in 2016 overleden voetballend filosoof. ‘Volgende keer nemen we een partytent mee’.
‘Tel uit je winst als er op het laatste moment een baanwissel komt’, lacht een vrouw vanonder haar paraplu.
‘Wie wil er op de foto met deze modellen?’, wil de man weten die ze heeft meegenomen.
Het hele groepje is in. ‘Denk aan de 1,5 meter afstand!’, roept de rode muts die de foto maakt.
‘Ik zie de BFT’, meldt het zwarte jack. Hij wijst links van een bouwwerk. De witgekalkte staart van de Jumbo is duidelijk te onderscheiden.
‘Het blijft een troosteloos gezicht, zo’n blauwe vogel zonder KLM-logo’, meent de modellenman.
‘Keep Loving Me’, zegt de parapluvrouw. ‘En dat blijven we gewoon doen hoor, Alfa Bravo Tango.’
‘Was dit niet de machine waarin die panda’s naar Nederland zijn gevlogen?’, meent het dubbel gecapuchoneerde Boeing-petje zich te herinneren.
‘De BFT was wél de machine die dat klusje klaarde’, zegt de rode muts. ‘Daarom wordt zij ook wel de Berenboot genoemd. Maar officieel heet zij natuurlijk de Tokyo, the City of Tokyo.’
‘Zij is ook ingezet voor die hulpvlucht naar Sint Maarten nadat orkaan Irma daar had huisgehouden’, memoreert de parapluvrouw.
‘En zij had als eerste 747 die dropnose-livery’, voegt het zwarte jack er een volgend feit aan toe.
‘De 747-400 is het fijnste vliegtuig om in te werken’, aldus de parapluvrouw. ‘Zo heerlijk ruim! In de 777 en 787 lukt het zelfs de meest slanke den niet om in de gangpaden langs een trolley te komen. En die pantry, echt super. Niet voor niets zijn moderne keukens erop gebaseerd.’
Het zwarte jack kijkt haar aan met een opgetrokken wenkbrauw.
‘Lange werkbladen, veel opbergruimte’, verduidelijkt de parapluvrouw.
‘Hij is geen keukenprins’, lacht de rode muts. ‘Kan nog geen eitje koken.’
Het gezelschap doet er het zwijgen toe zodra de BFT geheel in beeld komt.
 
 
Zoals duizenden keren eerder draait de Jumbo de 36L op, gracieus als altijd. Geduldig wacht ze haar beurt af om op te stijgen.
‘Ready for take off!’, roept het zwarte jack.
Langzaam komt de luchtreus in beweging. Het geluid van haar motoren zwelt aan, een mist van waterdruppels doemt op achter het kwispelstaartende vliegtuig. Een triple die na haar aan de beurt is om het luchtruim te kiezen wordt geheel aan het zicht onttrokken, evenals het 73’tje dat erop volgt.
Ze is snel los, verdraaid snel voor haar doen. Omdat ze leeg is. Geen passagiers, geen vracht, geen cabin crew, enkel de drie mannen die haar naar haar nieuwe eigenaar vliegen.
‘Het zou mooi zijn als we haar hier op Schiphol nog eens terugzien’, zegt de rode muts.
‘Ik ben allang blij dat ze de shredder niet ingaat’, reageert de parapluvrouw. Ze kijkt de Jumbo na totdat die uit het zicht verdwenen is.
‘En toen waren er nog twee’, constateert de modellenman.
Het dubbel gecapuchoneerde Boeing-petje knikt instemmend. Zijn ogen glinsteren als hij zegt: ‘Het zou fantastisch zijn als de allerlaatste op 31 januari 2021 Schiphol verlaat, exact vijftig jaar nadat de eerste er landde.’
Het zwarte jack schudt zijn hoofd. ‘Reken er maar niet op. En vergeet niet, we hebben nog altijd een A-B-C’tje in de vorm van drie blauwe 747-400-F’s.’ Hij steekt zijn hand op als groet.
De modellenman ruimt zijn spullen op, de parapluvrouw klapt haar regenscherm in, duimen worden opgestoken, auto’s gestart. Intussen bevindt zich de BFT op zo’n 40.000 voet boven Groot-Brittannië, de allerlaatste keer vliegend onder een KL-vluchtnummer.
 

Foto’s: Rego Meijer