Gods Geest is hier wel heel ver te zoeken

Ik wist niet wat ik zag. Bovenop een metershoge toren van hout hing er een heks aan een kruis. Toegegeven, het was slechts een pop, toch liepen de rillingen me over het lijf.
Direct dacht ik aan die kerk ergens in Leuven, waar ik het ook koud kreeg tot op het bot bij het zien van talloze schilderijen van heksenverbrandingen. Het toeval wilde dat daar een gastenboek lag. Ik greep zowel mijn kans als mijn pen en schreef er iets in als: ‘Gods Geest is hier wel heel ver te zoeken. In mijn beleving zou het Huis van God een plek van Licht moeten zijn, van vreugde en genade. Ik ga maar gauw naar buiten. In de mensen die ik op straat tegenkom loop ik eerder de kans het gelaat van God te aanschouwen dan hier, in deze naargeestigheid.’ Ja, met mijn naam duidelijk leesbaar eronder.
Het zou me niet verwonderen als het blad uit het gastenboek is verwijderd. Zodra je de vinger op de zere plek legt heb je maar al te vaak geen recht van spreken meer en ben je de kwade genius.
Nu hing die heksenpop daar, als symbool van het kwaad. ‘Haar buik zit vol springstoffen. Het is de bedoeling dat ze wordt afgeschoten, als een raket. Lukt dat niet, dan wordt ze begraven’, lichtte een van de mannen toe die de toren enkele uren later in vuur en vlam zou zetten. ‘De winter wordt verdreven en daarmee ook het moeizame verleden.’ *)
In een Zwitsers dorp verderop geen heks hoog op de brandstapel maar enkele kerstbomen. Het moeizame verleden wordt zo meer geassocieerd met oude meuk. Opruimen die zooi is het motto, opgeruimd de lente in!
Nu moet je weten dat ik nauwelijks twee weken geleden in twee huishoudens nog twee volledig opgetuigde kerstbomen voor het raam zag prijken. Kerstboomlijkjes spot ik ook nog meer dan eens. Meest recente oogst: twee bij de rand van het IJmeer, één in het gezelschap van een paraplulijkje bij een container, en nog eentje in een duinpan. Terwijl de chocolade paashazen, paaskippen en paaseieren bij de supermarkten alweer sinds enkele maanden volop te koop zijn ontdekte ik vandaag, ja echt, een etalage met een setje kerstballen en een Kerstman. Zal het er dan toch ooit van komen? Een Drie-Eenheid van de Paashaas, de Kerstman en Sinterklaas?
Mijn kerstboom stond dit jaar maar één week. Ik had hem twee dagen voor Kerst opgezet, dat vind ik vroeg genoeg. Bij sommige mensen staat ie er in november al. Gezellig, zeggen ze dan. Daags na Kerst is het met die gezelligheid gedaan en kieperen ze hem de straat op, soms met het engelenhaar er nog in.
Bij mij stond hij dit jaar maar een week. Een hele set nieuwe lichtjes gekocht die er binnen een week al de brui aan gaven. Omdat ik met de jaarwisseling toch buitenshuis was besloot ik hem maar eens niet te laten staan tot Drie Koningen.
Het blijft een hele klus om van zo’n boom af te komen. Zelfs met het afbreken van de kunstboom die ik sinds enkele jaren rijk ben, ben ik een hele middag in de weer. Misschien hebben die mensen uit de Anna van den Vondelstraat en de Keizersgracht gewoon geen zin in dat heidense karwei. Toch de komende dagen eens in de gaten houden of ze de kerstballen vervangen door paaseieren.
Zelf zou ik wat graag al die kruisbeelden langs de kant van de weg voor de helft vervangen door paaseieren. Niet steeds die herinnering aan het lijden maar veel meer de nadruk op nieuw leven, nieuwe kansen, zonder dat een ander daarvoor hoeft te boeten, te hangen, te branden.
Ik denk zomaar dat we het dan met zijn allen een stuk makkelijker hebben.

*)’Funkensonntag’ is een 150-jaar oude traditie die voorkomt in Zwitserland, Oostenrijk en Lichtenstein.