Gelukzoekers

Ik moest weer eens bij de oogarts zijn.
Op vrijwel iedere stoel in de wachtkamer zit wel iemand. De stoel naast de stoel waarop ik plaatsneem wordt deels bezet gehouden door een tas.
‘Wilt u uw tas ogenblikkelijk weghalen?’, zegt de eigenaresse als ik mijn tas ernaast plaats. Terwijl ik haar verbaasd aankijk geeft ze mijn tas een zet. ‘Ik moet in mijn eigen tas zijn’, bitcht ze verder.
‘O, pardon’, reageer ik op een toon waaruit duidelijk blijkt dat ik er geen snars van meen.
Ik neem mijn tas op schoot en terwijl ik mijn smartphone eruit haal denk ik aan de vluchtelingenstroom waarmee Europa wordt geconfronteerd. Intussen rommelt de vrouw naast me in haar rood met zwarte tas. Ze haalt er niets uit, ze zet hem alleen zo neer dat er echt geen andere tas meer naast past.
Ik scroll mijn Facebook-berichten door. Tussen allerlei foto’s van vliegtuigen, treinen, vogels, mooie luchten en grappige zaken, flitsen zo nu en dan items voorbij over de vluchtelingenstroom. Ook de foto van dat jongetje komt weer voorbij, dat levenloze jochie in zijn blauwe broek en rode trui. Ofschoon zijn gezicht nauwelijks is te zien wordt over deze foto gezegd dat hij de vluchteling een nieuw gezicht gaf.
Ik vraag me af bij wie.
Voor mensen die op Facebook teksten schreven waarin ze zichzelf identificeerden met de vluchtelingen, eraan herinnerden dat we zelf ook ooit op uitgeholde boomstammetjes via de grote rivieren naar de Lage Landen kwamen afzakken en een link plaatsten naar ‘Mag ik dan bij jou?’, had de vluchteling al lang een gezicht. En ook voor mensen die berichten deelden over slaagse asielzoekers in opvangcentra, de vele uitkeringen die naar die mensen gaan, de vrouwen die worden aangevallen en de dreiging van moslimterrorisme. Bij deze mensen een link naar ‘Kom dan maar naar hier’ en ‘Zie ginds komt de stoomboot uit Afrika al aan.’
Ik kijk naar de intolerante dame naast me en vraag me af hoe tolerant ik zelf ben. Dikwijls hangt het af van mijn eigen situatie. Ben ik gehaast, dan gun ik in het verkeer een andere weggebruiker heel wat minder ruimte dan als ik volop de tijd heb. Wil een opgepompte personenwagen of een busje invoegen dan is het algauw lienekealleenopdewereld.nl , want ik vind het helemaal niet leuk als mijn uitzicht op de rest van het verkeer wordt belemmerd door zo’n gigant. Wie erin zit kan me op zo’n moment niets schelen. Tenzij het busje het Volkswagenbusje is van mijn zus. Dus mijn tolerantie hangt ook af van het gevoel dat ik bij iemand heb.
De mens laat zich vaak leiden door gevoelens aangaande de ander.
Bij Pauw stelde een vrouw dat 50% van de vluchtelingen crimineel is en dat het hier over twee jaar oorlog is. Op feiten baseren kon ze het niet, het bleek haar gevoel te zijn. Edwin Reinout Brouwer en Tim Weert hadden het gevoel dat Julio Poch betrokken was bij dodenvluchten in de Argentijnse juntatijd. Poch zit nu al zes jaar vast terwijl er in al die tijd nog geen enkel aantoonbaar feit is gepresenteerd.
Over Tim Weert gaat het verhaal dat hij jaloers was op Julio Poch. Jaloers omdat hij tijdens de wet-lease van Transavia aan Air Paradise eerder terug moest naar Nederland dan Poch, die lager stond in senioriteit. Of het verhaal waar is of niet weet ik niet, maar ik kan me wel iets voorstellen bij die jaloezie. Als je al jaren rondvliegt op Europese bestemmingen is het toch een leuke afwisseling om enige tijd vanuit Bali te kunnen opereren.
Ik kan me sowieso wel iets voorstellen bij jaloezie, ben het ook wel eens geweest. Vrijwel altijd zonder degene op wie ik jaloers was zijn geluk te misgunnen, maar een enkele keer was ik minder loyaal. Vanuit die enkele keer kan ik me goed voorstellen dat mensen die bijvoorbeeld met langdurige werkloosheid en steeds lager wordende uitkeringen worden geconfronteerd, met scheve ogen kijken naar de duizenden vluchtelingen die naar ons land toestromen. Geld speelt geen rol, kan je makkelijk zeggen als je genoeg hebt te besteden. En loyaliteit is moeilijk op te brengen als je zelf in een rotpositie zit. Je gunt jezelf toch ook een beter leven, net zoals die gelukzoekers uit den vreemde.
Er is toch niets tegen om geluk te zoeken?
Nee, ik zit niet te wachten op extremistische vluchtelingen die mensen met een andere levensbeschouwing onthoofden, vrouwen minachten en homo’s stenigen. Maar ik zie de witteboordengraaiers die de kloof tussen arm en rijk steeds verder vergroten zeker zo graag gaan. Want zonder al die wreedheid, zonder al die hebzucht, zonder al die machtswellustigheid, opent zich de weg naar levensruimte en geluk voor iedereen.
De vrouw met de tas wordt opgeroepen. Met een lach drop ik mijn tas op de stoel. Er kunnen makkelijk nog twee andere bij.