Een roffelende warme kruik

Er klinkt geroffel. Nee, het is geen tromgeroffel. En ook geen Volvo-roffel. Het is onmiskenbaar een spechtenroffel. Zijn drumsolo, met snelheden van zeven meter per seconde, klinkt ver door. En daar is het hem ook om te doen. Of haar. Want zowel de vrouwtjes- als de mannetjesspechten laten graag overduidelijk horen dat ze er zijn. ‘Dit is mijn jachtgebied!’, hameren ze erin. Ze hameren in plaats van dat ze zingen. Slechts zo nu en dan produceren ze een roeptoon.
Behalve drummer is de specht houthakker, schrijnwerker en slager.
Hamer- en beiteltikjes zijn te horen als de vogel, op zoek naar insecten(larven), boomschilfers afhakt. Of als hij uit is op de inhoud van een noot. Of een zoveelste smidse aanlegt. Smidse? Ja! Want voor het kraken van een noot is houvast nodig. Aangezien een specht niet in het gelukkige bezit is van een bankschroef, hakt hij een gleuf om zijn maaltje in vast te zetten. Voor een noot is een andere smidse nodig dan voor een dennenappel of een zoetwatermossel. Bij één specht zijn ooit 57 smidsen geteld. De snavel van het dier dient bij al dit hakwerk als houweel.
Gaan de hamerslagen vergezeld van gekraak, dan bewerkt de specht het hout om er een hol van te maken. Zijn snavel werkt nu als beitel. Die beitelfunctie komt eveneens van pas om in fruitbomen spiraalsgewijs gaatjes te boren. Om het sap te kunnen drinken gebruikt de merelgrote vogel zijn lange, kleverige tong.
Is er sprake van geweld, dan is de specht op inbrekersvoeten. Hij breekt in een nestkastje in om er een mezenjong uit te roven. Op zo’n moment is zijn snavel een hakmes. Eén keer raden waar hij zijn prooi verorbert. Juist ja, in één van de smidsen.
Hoofdpijn kent de ijverige roffelaar niet. Een milliseconde voordat hij erop los begint te timmeren, trekt hij zijn spieren samen. Zo wordt de ergste klap door een ‘airbag’ van relatief veerkrachtige beenderen opgevangen. Dit beendergestel leidt de schokgolven zoveel mogelijk voorbij de hersenen. Schokgolven die zijn hersenpan wel bereiken, krijgen er amper grip op. Het spechtenbrein is namelijk van relatief weinig hersenvocht voorzien. Bovendien zijn de hersenkwabben glad in plaats van gekronkeld. Ook sluiten zij nauw aan in de schedel. Kortom, er is geen ruimte voor hoofdpijn. Is dat mooi of niet?
Ik teken er acuut voor: nooit meer hoofdpijn. Niet dat ik dikwijls met dit verschijnsel heb te kampen. Maar de enkele keer dat ik ermee ben behept, ben ik toch echt heel blij als ik paracetamol in huis heb. Overigens schijnt vrijen voor de mens ook goed te helpen. Moet je natuurlijk wel eerst een leuke partner hebben.
Spechtenmannetjes en –vrouwtjes leggen via trommelconcerten hun eerste contacten. De verdere toenadering is een kwestie van eindeloze ruzies en misverstanden. Is het eenmaal zo ver dat het vrouwtje een mannetje op haar rug toelaat, dan blijft het bij een vluggertje; enig voor- en naspel kan de sfeer zo weer bederven. Ach ja, romantiek is typisch een menselijke eigenaardigheid.
Spechtenhuwelijken hebben geen uitgesproken rollenpatroon. De inbreng van de man en de vrouw is gelijk. Allebei hebben ze een slaaphol tot hun beschikking dat tot een nesthol kan worden vertimmerd. Een vergelijkend warenonderzoek geeft hierbij de doorslag. Zo niet, dan hakt het stel een nieuw nesthol uit. Of wordt het nesthol van hun eerdere leg weer geschikt gemaakt.
In alle gevallen moet er veel werk worden verzet. Dat is nodig om de beide driftkoppen als toekomstige ouders (weer) aan elkaar te laten wennen. Het beitelen van een nesthol kost allebei de dieren minstens acht, maar meestal veertien dagen.
De heren klaren bij al dat gehak de grootste klus. De dames zijn goed voor het opruimen van de spaanders die in het hol vallen. Niet alles wordt weggehaald, het restant dient als nestbekleding.
Nadat het vrouwtje minimaal twee en maximaal zeven witte glanzende eieren heeft gelegd, is het vooral het mannetje dat broedt. Dat begint al een dag of twee voordat het laatste ei is gelegd. De oudste jongen hebben daardoor een grote voorsprong. Is er genoeg voedsel voor handen dan zullen de laatstgeborenen ook groot worden. Maar doorgaans worden ze op een kwade dag dood en ondervoed het hol uitgekieperd. Wie zei er dat de jongste kinderen de meest verwende zijn?
De jongen die het wel halen verblijven evenmin lang in het hol. Reden? Het is er snikheet. Met hun lichaamswarmte van om en nabij de 43 graden zijn spechten warme kruiken. De vader slaapt daarom al heel gauw weer alleen. Zo’n dag of 22 na hun geboorte krijgen de jongen geen eten meer thuisbezorgd. In plaats daarvan zitten de ouders wat verderop met een snavel vol lekkers naar hen te roepen. Een variant op ‘Kom uit de bedstee mijn liefste’. Zijn de jongen uitgevlogen dan blijven de beide ouders ze nog heel lang voeren en helpen met voedsel zoeken.
De leergierige kleuters klauteren hun ouders actief achterna, langs boomstammen en takken. Ze zijn net zo wendbaar als koolmeesjes. Evenals eekhoorntjes verstoppen ze zich achter de stam zodra ze merken dat ze worden gezien. Maar ze doen dat veel beter. Niet met een paar zichzelf verradende pootjes om de stam. Ze zouden het niet eens kunnen. Behalve op hun papegaaiachtige klauwen steunen ze op hun wigvormige staart, die voor hen de functie heeft van een krukje. Toch handig. Als ik ergens in de rij sta, in de verkeerde rij dus, kan ik heftig naar zo’n attribuut verlangen.
Vleugels zou ik ook wel willen hebben. Omdat er meer mensen zijn met diezelfde wens is ooit het vliegtuig uitgevonden. Waarom ik dit vertel? Omdat KLM in 1937 één van haar kisten, een DC-3, Specht noemde. De machine verongelukte nog in hetzelfde jaar.
Ofschoon spechten zich massaal kunnen exporteren, gedragen ze zich doorgaans als standvogels, die hun hele leven trouw blijven aan het bosje waarin ze wonen. Bovendien houdt een specht er een vreemde manier van vliegen op na. Hij klappert even met de vleugels, houdt vervolgens in, stort als een baksteen een eind naar beneden, slaat de vleugels weer uit, houdt vervolgens in, enzovoort. Zo ontstaat er een merkwaardige golfbeweging. Hoe pittig het woord specht ook mag klinken, ik zou never nooit een vliegtuig naar die vogel noemen.
Vandaag de dag vliegen er bij KLM Boeing 737’s rond met vogelnamen. Eentje met de naam Korhoen. Dat is helemaal een slechte vlieger! Ben benieuwd of KLM één van haar kisten ook nog ooit Emoe noemt. Toen ik dat woord voor het eerst hoorde zag ik lichtelijk de contouren voor me van een reeds lang uitgestorven hertensoort. Maar nee, het is een struisvogel. Een vliegend hert bestaat overigens wel, het betreft een grote keversoort. Spechten zijn dol op de larven van deze inmiddels zeldzame verschijning.
Dankzij natuurgericht bosbeheer waarbij half rotte en dode bomen zo veel mogelijk blijven staan, wordt de specht zelf weer een minder zeldzame verschijning. Wie zich eraan stoort dat de bossen steeds rommeliger worden, moet maar denken dat vogels en andere dieren zich er helemaal thuis in voelen. Tenminste, zolang de rommel gevormd wordt door vermolmd hout en afgestorven blad en niet door afval als bierblikjes, petflesjes en patatbakjes.