Een mooi Nederlands product

‘Sorry, mevrouw, maar dit moet ik weggooien.’ De beveiligingsbeambte pakt de pot bodycrème uit mijn toilettas. ‘Als het een pot van 100 milliliter was geweest had u hem kunnen houden, maar dit is 200 milliliter.’ Mijn gesputter dat de pot meer dan half leeg is weerhoudt de brave diender er niet van hem schouderophalend in de afvalbak te kieperen. ‘Het zijn regels, mevrouw.’
Tja, de Europese Unie voerde regels in voor vloeistoffen in handbagage na arrestaties in 2006 van terrorismeverdachten in Groot-Brittannië. Totaal niet bij stilgestaan dat crème ook onder de categorie vloeistoffen valt, evenals tandpasta. En ach, hoe kan de beste man weten dat als er iemand is die het niet in het hoofd haalt een vliegtuig te laten verongelukken ik dat wel ben? Samen met een vriend heb ik speciaal een retourtje Turijn geboekt om nog even lekker lang in een Fokker 70 te vliegen nu deze machine bij KLM na de MD-11 haar laatste jaar ingaat. Turijn omdat dit een van de verst gelegen bestemmingen is waar de Fokker nog op wordt ingezet.
Een bus brengt ons naar het gereedstaande toestel, de PH-KZK. Dit vliegtuigtype imponeert niet door haar grootte maar wel door haar vormgeving met een T-staart die associaties met een wuivende walvis oproept.
Onderweg merken we niets van nare natte sokkenluchtjes waar bemanning en passagiers wel eens ziek van zouden zijn geworden. Wel zien we het heldere zicht plaatsmaken voor grijsgrauwe wolkenmassa’s. De weersverwachting in de Italiaanse barokstad is niet om vrolijk van te worden.
We vragen ons af wat we met die pot bodycrème hadden kunnen doen. De stoelen onder smeren. Of de wanden. Ermee gooien zou natuurlijk ook nog een optie zijn geweest. De inhoud ervan aangelengd of verwisseld met een vloeibaar explosief. Maar dan zou 100 milliliter al genoeg zijn geweest. Zeker als we allebei 100 milliliter hadden meegenomen. Een klein gaatje in de vliegtuigromp veroorzaken is genoeg voor een hele hoop ellende.
Gerommel onder het toestel. Het landingsgestel klapt uit. Ons gesprek komt op de landing van de Transavia-Boeing die een week eerder het nieuws haalde. De kist gedroeg zich als gevolg van het noodweer als een dwarrelend blad in de storm, de flaps konden bij de landing niet worden gebruikt en het einde van de brandstofvoorraad kwam na twee doorstarts ook in zicht. Zoiets maak je liever niet mee. Zweet in de handen, braakneigingen, schietgebedjes, denken aan je dierbaren, weg willen, hopen dat de fightcrew er toch in slaagt het vliegtuig veilig aan de grond te zetten. Hoop is ten slotte toch het laatste dat sterft. En de bemanning, nee, de bevrouwing van die door de weergoden getergde kist maakte uiteindelijk toch een geslaagde landing. Velen lijken te vergeten dat voor dit soort omstandigheden de crew juist goed is getraind.
Geen idee of er klaptokkies aan boord waren, maar eenmaal op veilige bodem kreeg de chartermaatschappij toch klaagtokkies achter de broek.
Je staat er niet zo bij stil maar alleen wie dood is, is buiten levensgevaar. Dankbaar in de handjes knijpen als het je tijd nog niet blijkt te zijn.
En ja, zeker boffen dat onze Fokker in een vloeiende beweging neerstrijkt. En nee, geen klaptokkies aanwezig.
Als laatsten het vliegtuig uit. Dat schept doorgaans mogelijkheden voor een praatje met de crew. Geef je daarbij blijk van veel enthousiasme vergezeld van enige kennis van het vliegtuigtype, grote kans dan dat de cockpitdeur voor je opengaat. Zo ook nu. Mooi Nederlands product, deze kist. Helaas evenals onder meer Verolme, Hoogovens en Martinair te grabbel gegooid.
Na een verblijf van amper een etmaal in het stijlvolle maar tevens vrijwel levenloze Turijn, checken we weer in voor onze terugvlucht, dit maal met de PH-KZF.
De trolleykoffers van de passagiers voor ons worden geweerd als handbagage, ze krijgen een vrachtlabel en moeten mee in het vrachtruim. De man en de vrouw horen het de grondstewardess zeggen maar lopen desondanks met de beide koffers de slurf in. Enkele meters verder rukt de man de labels ervan af en frommelt ze in het zakje van zijn blauw met wit geruite overhemd. ‘Zo doen we dat. Op de heenweg geen enkel probleem en nu ineens wel? Kom nou!’, zegt hij tegen zijn verbaasd kijkende vrouw. ‘Moet je zien’, vervolgt hij eenmaal in het vliegtuig. ‘Allemaal nog grotere handkoffers van een stelletje voetbalhelden in de bagagevakken.’ Met een zwier tilt hij zijn eigen handbagage op en stouwt die in het vak erachter. Hij lacht voldaan terwijl hij naast zijn vrouw plaatsneemt.
Ik trek het doorzichtige plastic zakje open waarin de bodycrème zit die ik taxfree heb gekocht. Inhoud 200 milliliter. ‘Dat hebben ze toch weer mooi aan je verdiend’, zegt mijn reisgenoot. ‘Allemaal dankzij de terroristentokkies.’
Eén voor één worden de motoren van onze Fokker gestart. Enkele minuten later klimt het toestel omhoog. Een schitterend uitzicht over Italië ontvouwt zich. Het zicht blijft helder. We zien de Alpen, Brussel, de Deltawerken. Geleidelijk verliest de Fokker al weer hoogte. Mijn reisgezel vraagt of ik de indruk heb van een oude kist en voegt eraan toe de motoren vrij stil te vinden. Ik begin over de vormgeving die nog niet behoort tot de generatie 737 lookalike vliegtuigen.
Met een lichte schok raken de wielen de Zwanenburgbaan. Ook nu geen klaptokkies aan boord. Terwijl de deur en daarmee de trap van de PH-KZF openklapt, komt de bus er al aanrijden om ons op te halen. Daarom komt het nu slechts tot een kort praatje met de gezagvoerder. En ook nu weer zijn we het hartgrondig met elkaar eens. Jammer, heel jammer dat het vertrouwde beeld van ook dit vliegtuigtype binnenkort geschiedenis is.