Een 747 in slakkengang

‘Een monsterproject’, zo noemt Gunay Uslu Project 747. Daarmee maakt de directeur van Corendon bepaald geen understatement want een Boeing 747 krijg je niet zomaar even in je achtertuin. Samen met haar broer Atilay, de oprichter van Corendon, en Arthur van Dijk, sinds januari Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Holland, zet ze met een druk op de rode knop het transport van de enige Corendon-747 in gang. Terwijl de verlichting in de Jumbo Jet aanspringt, dwarrelt confetti neer op de hoofden van de tientallen journalisten en genodigden. 

Daarna verlaat het hele gezelschap de Skybar 747 van het Corendon Village Hotel om zich met een pendelbus te laten vervoeren naar een in een weiland ingerichte spottersplek. Foto- en filmapparatuur wordt snel op de beste plekken geïnstalleerd, zoals in treinen en vergaderzalen tassen op stoelen worden neergezet en op het strand badlakens worden uitgespreid om impliciet duidelijk te maken dat deze plaatsen zijn gereserveerd.
Weldra arriveren er nog een paar goedgevulde bussen. Het uitstappende publiek mengt zich met het reeds aanwezige gezelschap.
‘Hé, jij hier?’, vraagt een vrouw, die over haar blauwe windjack een rood veiligheidshesje draagt met aan de rugzijde het opschrift ‘Corendon Hotels & Resorts PRESS Mission 747’. 
De man begroet haar op zijn Nederlands, eerst een kus op de rechterwang, dan één op de linker en dan weer één op de rechter. Hij is duidelijk gekleed op het koude weer getuige zijn flappenmuts. Een spiegelreflexcamera bungelt over zijn schouder. 
‘Wat een avontuur om hier te komen’, zegt hij. ‘Volgens de eerste berichten moesten we ons om tien uur verzamelen bij P4. Dat werd later dus half negen. Moet jij raden hoe laat de eerste pendelbus kwam.’
De vrouw trekt haar schouders op. ‘Toch om tien uur?’
‘Dat nog net niet. Half tien. Een uur staan te blauwbekken. Komt die pendelbus eindelijk, denk je linea recta hierheen te worden vervoerd, maar nee, we gingen eerst langs het Corendon Village Hotel. Het was daar uitstappen geblazen, waarna het daar nog eens anderhalf uur wachten werd voor ons. Uiteraard kon je eten en drinken kopen, maar daarvoor moest je eerst muntjes inslaan, vijf stuks voor tien euro. Stoelen waren er onvoldoende, dus ik heb daar anderhalf uur op de grond gezeten.’ Aan de stem van de flappenmutsman is duidelijk te horen dat hij er nog van baalt. ‘En hier is het ook nog eens allemachtig koud.’ 
‘Boffen dat het niet regent’, zegt de vrouw. ‘De voorspellingen voor aanstaande vrijdagnacht beloven niet veel goeds.’
‘Nou, dan weet ik nog niet of ik ga.’ 
‘Wanneer zie je nou een Boeing 747 vanuit het weiland de A9 oversteken?’, reageert de vrouw enthousiast. ‘Het is een soortgelijk avontuur als destijds met de PH-BUK, die nu bij het Aviodrome staat. Alleen ging het met die machine over het water.’
‘Haha, dat was ook een mooi projectje door die Amsterdamse grachten’, mengt een andere man zich in het gesprek. ‘Alleen was die kist deels gedemonteerd. De BFB maakt de reis naar haar laatste rustplaats compleet met vleugels, staart en stabilo.’ Hij schraapt zijn keel en vraagt dan, zijn zwarte muts verder over zijn oren trekkend: ‘Houdt ze haar registratie eigenlijk?’ 
‘Nee, dat is exit’, antwoordt de vrouw. ‘Maar Gunay Usla zei wel in haar speech dat ze haar gewoon de City of Bangkok blijven noemen en over haar zullen spreken als The Queen of the Skies.’
‘Toch apart dat ze een 747 hebben gekocht’, meent de zwarte muts. ‘Corendon vliegt enkel met 73-tjes.’
‘Het zal de enige KLM-747-400 zijn die niet linea recta naar de schroothoop gaat’, verwacht de flappenmuts. 
‘Ze hadden de 8 moeten kopen’, stelt een man waarvan het gezicht deels schuil gaat onder een grote leren hoed.
‘Viermotorigen zijn exit’, zegt de vrouw. ‘Naar verluidt wil Air France ook vijf van haar A380’s kwijt.’
‘Ik heb dat bericht ook voorbij zien komen. Zijn ook alleen nog goed voor de sloop’, zegt de flappenmuts. Hij haalt zijn smartphone uit zijn zak om de live stream te bekijken. ‘Het schiet nog niet echt op. Een 747 heeft zich nog nooit in zo’n slakkengang van A naar B bewogen.’ 
‘Dat komt omdat die kist wordt verplaatst’, zegt de zwarte muts. ‘Het is nogal wat om een dame van zo’n 175 ton op de rug te nemen. Nou ja, het kan ietsje minder zijn zonder de motoren. En ik heb ook geen idee wat AELS er allemaal heeft uitgehaald.’ Hij neemt zijn camera in de hand. ‘Welke sluitertijd gebruik jij bij iso4000?’, richt hij zich specifiek tot de flappenmuts. 
‘Met die slakkengang moet een kwart seconde voldoende zijn.’ 
‘Hoe zit jij op 1/125 seconden zonder licht?’, wil de vrouw weten.
‘Mijn f\2.8-lens zuigt het licht op’, is de flappenmuts overtuigd.
‘Die Canon 5D Mk IV is wel een topper voor deze situatie’, meent de leren hoed. ‘Zeker in combinatie met die hoge iso.’
‘Daar is ze!’, roept de vrouw, wijzend naar de zichtbaar wordende rode Condendon-staart. 
Camera’s gaan in de aanslag. Resultaten worden alras vergeleken. Stukje bij beetje wordt de luchtreus zichtbaar op de fraai verlichte trailer van transportgigant Mammoet.
‘Het is wel een veraf-show’, bromt de leren hoed.
Een graafmachine verschijnt in beeld. ‘Krijg nou wat, die is nu nog bezig met staalplaten neerleggen’, zegt de flappenmuts.
‘Ik heb geen idee hoe de route precies verloopt’, reageert de zwarte muts. 
‘Ze moet zeventien slootjes over’, meldt de flappenmuts. 
‘En niet te vergeten de A9’, lacht de zwarte muts. ‘Alleen weet ik nu nog steeds niet hoe de route verloopt.’
Langzaam maakt de tweehonderd ton wegende trailer waarop de Jumbo staat een bocht naar het publiek toe. Daarna is er de eerste tijd geen spoor meer van enige beweging te zien. Totaal verkleumd zoekt een deel van het publiek een plekje in een van de bussen die dankzij een draaiende motor enige warmte biedt. 
Er gaat zo’n half uur overheen eer de live stream weer enige beweging laat zien. Mensen haasten zich terug om vooral niets te missen.
Meter voor meter komt de Jumbo Jet dichterbij. Opnieuw wordt er een draai ingezet. 
‘Je moet er toch niet aan denken dat ze hier in de modder belandt’, grinnikt de zwarte muts.
‘Dat wordt dan alsnog sloop’, vermoedt de vrouw.
‘Wow!’, roept de flappenmuts blij als de machine op enkele meters afstand langszij in beeld verschijnt. ‘Daarop was het wachten!’

‘Ge-wel-dig!’, toont de zwarte muts zich niet minder verheugd. 
‘Wat een apparaat, die trailer’, constateert de leren hoed. ‘En wat een bende wielen!’
‘192 stuks. Je zult ze maar allemaal moeten oppompen’, lacht de vrouw, kijkend naar het schermpje van haar camera. Ze knikt tevreden.
‘Ik ga naar huis’, zegt de flappenmuts. ‘Morgen om negen uur moet ik bij de tandarts zijn.’
‘Dat wordt een kort nachtje’, reageert de vrouw. ‘Ik ga ook. Tekst maken, foto’s bewerken, de boel opsturen en dan gauw het bed in.’ 
‘Tot vrijdag dan maar’, zegt de zwarte muts.
‘Voor de pers zijn er plekken op het viaduct, geen idee of we elkaar daar dan ook weer treffen’, zegt de vrouw, haar wenkbrauwen optrekkend.
‘We gaan het merken’, reageert de leren hoed. 
‘Een 747 zie je niet zo gauw over het hoofd’, lacht de zwarte muts.
De vrouw steekt haar hand op naar de beide mannen, werpt nog een snelle blik op de in het weiland verzeilde Jumbo Jet en maakt zich dan gehaast uit de voeten, richting pendelbus.

Foto 747: Ralph Jaspers