De ongeslagen kampioen

‘Zat ik maar in een vliegtuig!’ Een sticker met die tekst prijkt op de auto van een van mijn vrienden. Het laat geen twijfel dat het hier een vliegenthousiast betreft die met het regelmatig boeken van een vlucht toegeeft aan dit verlangen. Hij heeft geen last van de vliegschaamte waar de redactie van NRC Handelsblad mee heeft te kampen. Het bleef bij deze mensen niet bij schaamrood op de wangen getuige de vliegspecial ‘Niet meer vliegen’ in hun krant van afgelopen weekend.
Vliegtuigen mogen in de afgelopen decennia als gevolg van de sterk verbeterde straalmotoren, de aerodynamisch betere vormgeving en het lichtere gewicht dan wel een stuk minder vervuilend zijn geworden, hier tegenover staat dat er steeds meer wordt gevlogen en dat het aantal vliegbewegingen de komende decennia alleen maar verder zal toenemen. Zowel de uitstoot van CO2, roetdeeltjes, stikstofoxiden, koolwaterstoffen en zwaveldeeltjes als de vorming van condenssporen zijn er de oorzaak van dat menigeen van oordeel is dat groeicijfers in de luchtvaart moeten veranderen in krimpcijfers.
Zelf behoor ik tot degenen die het in de zeventiger jaren toejuichten dat vliegen niet meer alleen mogelijk was voor mensen met een dikke portemonnee. Voor mijn vliegpret moest ik als werkstudent nog wel enige tijd sparen, maar je spaarvarken aan diggelen gooien hoeft niet meer nu er prijsvechters zijn die je voor enkele tientjes een heel eind over de grens brengen. Daar staat wel iets tegenover: een minimum aan beenruimte, bijbetalen voor je koffer, het reserveren van een zitplaats en dokken voor versnaperingen aan boord.
Pieter Derks rekende vier jaar geleden in zijn conference ‘Zo goed als nieuw’ stevig af met Ryanair. Toch was het uiteindelijk het personeel dat de grootste veeg uit de pan kreeg: een beetje vriendelijkheid was volgens hem te veel gevraagd. Arm personeel. Het wordt al door de zich onschendbaar voelende Michael O’Leary behandeld als pionnen. Dat zijn schaakbord niet leeg raakt hangt er direct mee samen dat het voor veel vliegers en stewardessen een keus betrof tussen werken bij de Ierse prijsvechter of geen baan, zoiets als kiezen tussen oudbakken brood eten of geen eten. Omdat de klanten blijven toestromen voor tickets tegen spotprijzen kan O’Leary ongehinderd de grenzen van zijn uitknijppraktijken steeds verder verleggen. Nu weer adverteert zijn bedrijf met stunttarieven voor een retourtje Eindhoven – Londen Stansted à tien euro. Zeker, daar komt nog van alles bovenop, nu zelfs voor het vervoer van je rolkoffertje, maar dan nog kan je bedenken dat een dergelijk tarief niet deugt.
Het internationale speelveld van de luchtvaartsector maakt het moeilijk om als enig land iets te doen tegen de jaarlijkse groei van de vliegbewegingen met circa vijf procent. Niet alleen is de belasting op kerosine in 1944 bij het prille begin van de luchtvaart internationaal afgezworen, ook ligt een gerechtvaardigde angst voor een verslechtering van de concurrentiepositie van de Nederlandse luchtvaart eraan ten grondslag dat de vliegtaks laag is gehouden die onze regering in 2021 wil invoeren per ticket.
Jan Paternotte (D66) en Chris Stoffer (SGP) hebben een motie ingediend om Nederland als groene koploper het initiatief te laten nemen om wereldwijd accijns te heffen op kerosine, vermeldt de vliegspecial. Die motie is aangenomen wat echter nog niet betekent dat deze wordt uitgevoerd. Maar net zo min als je wereldwijd alle neuzen dezelfde kant op krijgt tegen de walvisvangst, zal dat lukken in relatie met dit item.
NRC stelt in haar commentaar: ‘Zorg voor het milieu is ten diepste een zaak tussen het individu en de aarde waarop hij of zij leeft. Beleid is krachtiger, maar trager. Intussen is er ook de persoonlijke verantwoordelijkheid.’ Die persoonlijke verantwoordelijkheid lijkt mij belangrijk. Daar begint immers het eigen aandeel in het verhaal. Daar wordt het jouw verhaal.
‘Vliegen geeft vleugels aan je dromen’, aldus Hans Steketee in dezelfde krant. Zo heb ik dat zelf meer dan eens ervaren. Het verbindt werelden en mensen op een andere manier dan via het internet. Ik snap mijn vriend ook best die zo graag in een vliegtuig zit. Zelf vind ik het o zo leuk om in van allerlei vliegtuigtypes te hebben gevlogen. Al moet ik zeggen dat de lol er voor mij wel een beetje vanaf is geraakt sinds er steeds meer op beenruimte wordt bezuinigd en stoelrugleuningen almaar verder naar achter kunnen worden gezet. Toegegeven, hier pleit iets in het voordeel van de Ierse prijsvechter. Want een tjokvol toestel van dat – wat Metro-columnist Elfie Trom noemt – holle bedrijf zonder enige moraliteit, brengt het er helemaal niet slecht vanaf als het om de uitstof van schadelijke stoffen gaat per passagier-kilometer. Volgens Warna Oosterbaan die eveneens een bijdrage leverde aan de NRC-vliegspecial, is het vliegtuig voor trans-Atlantisch verkeer zelfs de ongeslagen kampioen; cruiseschepen hebben algauw een zeven keer zo grote uitstoot per passagier-kilometer. Daar hoor je veel minder over, over de bijdrage van de luxe pretscheepvaart aan het broeikaseffect.
Volgens Oosterbaan worden Amsterdam, Venetië en Barcelona weer bewoonbaar als de prijs van de vliegtickets flink stijgt want dan blijven vooral de pretreizigers thuis. Ik wil niet terug naar de tijd waarin alleen de gefortuneerden voor hun lol op het vliegtuig kunnen stappen. Maar het lijkt mij geen kwaad kunnen als we met zijn allen wat vaker stilstaan bij vragen als: moet ik echt voor enkele tientjes willen vliegen, wie en wat betaalt de prijs?

Foto: Wikimedia, Adrian Pingstone