De mond gesnoerd

Het woord alleen al is misleidend. Mondkapje. Het is een neusmondkapje. Het bedekt immers niet alleen de mond, ook de neus.
Op 4 mei jl. kwam onze KLM er als eerste mee aanzetten: met ingang van 11 mei moeten passagiers verplicht neusmondkapjes dragen aan boord en bij boarding. Je zou maar op weg zijn naar Jakarta of Buenos Aires: vluchten die net geen veertien uur duren. Eten en drinken wordt lastig met zo’n schaamlap voor je snufferd. Of zal je je de vrijheid mogen permitteren om het ding even wat aan de kant te schuiven, zoals vroeger mijn oma in de kerk deed tijdens het Heilig Avondmaal met de voile aan haar hoedje: in een sierlijke beweging lichtte ze het gaasachtige aanhangsel een moment op, om vervolgens het brood en de wijn tot zich te nemen die volgens haar geloof in het lichaam en bloed van Christus waren veranderd.
Het overige Nederlandse openbare vervoer bleef niet achter met het verplichtstellen van de neusmondkapjesdracht. Vanaf 1 juni mag je de trein, tram, metro of bus niet meer in zonder deze gezichtsbedekkende kleding. Kom er maar in, boerka.
Je kunt niet zomaar alles promoveren tot neusmondkapje. Een zakdoek, sok, bh of onderbroek om je hoofd knopen mag bijvoorbeeld niet. Zo veel is duidelijk dat het gezichtsmasker van katoen moet zijn, dat er touwtjes of elastieken aan moeten zitten en dat het naadloos moet aansluiten op je gezicht.
Maar al té duidelijk is dat de virologen het er helemaal niet over eens zijn of zo’n doekje voor je mond en neus voldoende bescherming biedt om virussen te weren. In China dragen mensen al heel lang neusmondkapjes. Geen enkele garantie, de pandemie begon daar! En waarom? Omdat ze daar nog altijd niets geleerd hebben van eerdere uitbraken door hun handel in wilde bedreigde diersoorten en hun gebrek aan hygiëne binnen die enorme beestenbende.
De groene, blauwe of witte chirurgische kapjes die een vertrouwde verschijning zijn in het Chinese straatbeeld, beschermen ok-personeel tegen opspattend bloed. Niet tegen een (corona)virus dat een patiënt mogelijk onder de leden heeft. Maar om met een enkele jaren geleden overleden voetballend filosoof te spreken: ieder nadeel heb z’n voordeel. Deze ‘smoeltjes’ houden wel degelijk de vele druppeltjes van een hoest- of niesbui tegen. Op die manier wordt voorkomen dat ziektekiemen van het opererend personeel in open wonden van de patiënt belanden. Zit je toevallig naast een besmet persoon in het vliegtuig of in een ander openbaarvervoermiddel, dan raakt alleen het eigen gezicht van die onfortuinlijke dankzij een dergelijk masker onder spuugspetters en snotklodders bedolven.
Uitsluitend de ‘Filtering Face Piece’-neusmondkapjes (FFP) bieden een goede bescherming tegen virussen. Ze knellen stevig aan rond de neus en de mond, zodat alle lucht door het masker gaat en bij het ademen gefilterd wordt. Door dit stevige knellen is het ademen wel lastiger en meer vermoeiend. Je moet echt goed in- en uitademen. Dat houd je niet zo lang vol. Bovendien zijn deze kapjes schaars en met name bedoeld voor zorgpersoneel. Welbeschouwd ben je een aso als je je ermee vertoont.
De zaken die China met neusmondkapjes doet zijn niet alleen lucratief in financieel opzicht. NRC berichtte hierover in haar weekendeditie van 2 en 3 mei jl. Diplomate Mariëlle van der Linden hield zich voor de Nederlandse ambassade in Beijing bezig met de giften die door verschillende Chinese provincies, non-gouvernementele organisaties (NGO’s) en bedrijven aan Nederland zijn aangeboden. Het meest in het oog springend was de gift van de Chinese telecomgigant Huawei. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid nam de eerste – naar later bleek veelal ondeugdelijke – 200.000 neusmondkapjes persoonlijk in ontvangst. Publicitair een mooie slag voor Huawei: het bedrijf wil wat graag het nieuwe 5G-netwerk in Nederland helpen uitrollen. Maar daarbij heeft de Nederlandse overheid bedenkingen. Aan het verzoek van een Chinese NGO om een uitgebreide schenkingsceremonie te houden, werd geen gehoor gegeven. Volstaan werd met een bericht op sociale media. Hoe anders reageerde de Servische president op de komst van de Chinese goederen: hij kuste de Chinese vlag. Ook andere Oost-Europese landen zien China als de grote steunpilaar tijdens de coronacrisis, niet de EU.
Maar China is allesbehalve de weldoener waarvoor het land zichzelf zo graag uitgeeft. Je moet óf veel en snel betalen en risico’s nemen, óf bereid zijn in te gaan op China’s politieke en economische wensen. Het kussen van de Chinese vlag is daarbij een optie, een exportvergunning afgeven voor de geavanceerde chipmachine van ASML een andere.
De neusmondkapjesplicht die in Nederland mogelijk ook gaat gelden op andere plekken dan in het openbaar vervoer, staat symbool voor wat ons te wachten staat als we ons nog afhankelijker van China maken dan we al zijn: geen vrije ademhaling en de mond gesnoerd. Voor brildragers en slechthorenden komen er nog een aantal belemmeringen bij want een bril beslaat er makkelijk door en liplezen is er niet meer bij.
Om jezelf werkelijk te beschermen tegen virussen is alleen het dragen van een FFP-neusmondmasker niet afdoende. Ook een veiligheidsbril mag niet ontbreken aan de gezichtsbedekking. Virussen kunnen immers evenzeer via de ogen binnendringen. Het dragen van een katoenen neusmondkapje is dus enkel een verantwoordelijkheidsgebaar naar de ander. Misschien worden het nog eens felbegeerde mode-items. Mogelijk zelfs een opstap naar een volledig geboerkariseerde samenleving, niet onder de Islamitische vlag maar onder de Chinese.
Exact daarom pas ik ervoor om erin mee te gaan. Het openbaar vervoer laat ik zolang deze neusmondkapjesplicht geldt, links liggen. Ik ga wel met de fiets of met de auto. Verder blijf ik mijn verantwoordelijkheid nemen door de 1,5 meter afstandsnorm na te leven, buitenshuis niet aan mijn gezicht komen en weer terug in huis mijn handen te wassen. Daarvan weet ik tenminste zeker dat het geen schijnveiligheden zijn. Bij verkeerd gebruik van zo’n neusmondkapje kan je het per slot van rekening besmetten en jezelf alsnog infecteren. Grote kans dat mensen toch weer dichter bij elkaar gaan staan, ook als het ding niet deugt. Eén ding staat vast: de vele besmettingen die plaatsvonden met carnaval hebben we terug weten te brengen zonder al die muilkorven.