De kunst van het vergeten

‘U weet toch dat er sprake is van een hoger belang?’ Die woorden staan bij voormalig Transavia-directeur Michiel Meijer in het geheugen gegrift, blijkt tijdens een verhoor bij de Rotterdamse rechtbank vanwege de zaak die Julio Poch heeft aangespannen tegen de Nederlandse staat. Nederland zou hem als verdachte van doodsvluchten tijdens het Videla-regime, met onzuivere politieke motieven in handen van de Argentijnse justitie hebben gedreven.
‘Toen ik aan Schram vroeg of hij (met dat hogere belang) doelde op een relatie met het Koninklijk Huis, antwoordde hij daar niet op’, zegt Meijer over zijn gesprek met hoofdofficier van Justitie Guus Schram, destijds teamleider en persvoorlichter. ‘Maar uit zijn lichaamstaal bleek dat ik het bij het juiste eind had. Daar heb ik geen enkele twijfel over. Tien jaar geleden niet, en nu ook niet.’ Meijer slaagt er niet in uitdrukking te geven aan die lichaamstaal. Hoe riskant het kan zijn lichaamstaal te interpreteren zonder hierover verdere navraag te doen, blijkt wel uit de verklaringen van de Transavia-collega’s Tim Weert en Edwin Reijnoudt Brouwer die destijds aan de basis stonden van de achtjarige detentie van Poch.
‘Als er al gesproken is over een belang, dan bedoelde ik dat het strafrechtelijke belang boven het commerciële belang van Transavia ging’, betuigt Schram een dag later. Voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin timmert enkele uren later wat hem betreft de zaak verder dicht nadat de weergave van de door hem onder ede afgelegde verklaring is voorgelezen ter ondertekening: ‘Alle suggesties over hogere belangen van het Koninklijk Huis hebben geen rol gespeeld in de maatstaven die ik in de kwestie-Poch heb aangelegd.’ Geert-Jan Knoops, de advocaat die de belangen van Poch verdedigt, wil erop reageren. Maar de rechter-commissaris timmert dat af. Het koningshuis blijft daarmee buiten schot, althans, voorlopig.
De verklaringen van Meijer en Schram verschillen nog in een ander opzicht van elkaar. Dat betreft de insteek van hun gesprek. Terwijl Meijer volgens Schram kwijt wilde wat de hele kwestie betekende voor de interne verhoudingen binnen Transavia en hoe bijzonder negatief de publiciteit hierover was voor dit bedrijf, stelt Meijer de onjuiste (persoons)informatie in het justitiële dossier van Poch te hebben aangekaart. ‘Ik verbaasde me erover dat het OM geen hoor en wederhoor deed bij Transavia’, aldus Meijer. Schram: ‘Het staat mij niet bij of Meijer ter sprake heeft gebracht dat Transavia intern zelf ook al onderzoek had gedaan. Maar het zou best kunnen.’ Een schoolvoorbeeld van twijfel zaaien zodra het goed uitkomt.
De kunst van het vergeten is ook troef. Schram kan zich niet herinneren dat er over rechtshulpverzoeken van Argentinië is gesproken. Hetzelfde geldt voor een bezoek van medewerkers van de nationale recherche aan medewerkers van Transavia. Ook Hirsch Ballin zegt meermaals zich iets niet te kunnen herinneren. Over de periode tussen 2007 (het moment waarop er voor het eerst Kamervragen werden gesteld over de zaak Poch) en 2009 (toen hij erover geïnformeerd werd dat het OM voornemens was de vluchtgegevens van Poch ter beschikking te stellen aan de Argentijnse autoriteit): ‘Het kan zijn dat ik in die tijd wel ben geïnformeerd, maar ik heb daar verder geen herinnering aan.’ En over het kort geding dat Poch in 2009 tegen de staat aanspande om zijn uitlevering aan Argentinië te voorkomen: ‘Ik heb geen herinneringen aan de stellingen die namens de staat in dit kort geding zijn betrokken.’ Maar natuurlijk kan er enkel sprake zijn van ergens geen herinnering aan hebben wanneer de kennis aanvankelijk wél aanwezig was. Anders zeg je toch gewoon dat je het niet weet?
Zowel Schram als Hirsch Ballin betuigen zelf geen kennis te hebben genomen van de dossierstukken aangaande de zaak Poch. Schram geeft aan dat dit aan de zaaksofficier was, in dit geval Ward Ferdinandusse. Hirsch Ballin stelt dat het niet de taak van de minister is om iets van het voor handen zijnde bewijsmateriaal te vinden. Hij verwijst naar procureur-generaal Harm Brouwer die hem adviseerde. Iemand die naar anderen wijst plaatst zichzelf lekker buiten de schijnwerpers. Het ligt voor de hand dat Knoops zowel Ferdinandusse als Brouwer nader aan de tand zal willen voelen. Grote kans dat ook zij aan spontaan geheugenverlies lijden.
Schram wijst naar persvoorlichter Wim de Bruin zodra ter sprake komt dat hij voorafgaand aan de januari-verhoren in 2011, in het 6-uurjournaal van de NOS kenbaar maakte dat uit de logboeken van Poch bleek dat hij wel degelijk met propellervliegtuigen heeft gevlogen. De vliegtuigtypes werden niet genoemd, anders zou meteen duidelijk zijn geweest dat het hier slechts om lesvliegtuigjes ging. Nu werd de suggestie gewekt dat Poch hierover zou hebben gelogen. Als Schram vervolgens wordt voorgehouden dat hij in 2014 tijdens een gesprek met de landsadvocaat zou hebben gezegd dat het de bedoeling was geweest de getuigen een hart onder de riem te steken met zijn uitlating over de propellervliegtuigen, antwoordt hij: ‘Dat was niet mijn insteek.’ Hij komt weg met de tactiek van slechts een half antwoord geven.
Hirsch Ballin twijfelde aanvankelijk nog sterk aan het verzoek van Argentinië om de vluchtgegevens van Poch door te geven. Zijn bedenkingen ‘hadden betrekking op de vraag of medewerking een verkapte uitlevering zou betekenen.’ Maar procureur-generaal Harm Brouwer nam die twijfel weg, met overwegingen die de oud-minister van Justitie als ‘valide en doorslaggevend’ beschouwde omdat: ‘Bij internationale misdrijven van de zwaarste categorie en zwaarte, bestaat op basis van het Verdrag tegen foltering uit 1984, een medewerkingsplicht. (…) Internationale misdrijven behoren bij voorkeur berecht te worden in het land waar ze zijn gepleegd. (…) Het OM ging ervan uit dat het Argentijnse OM een serieuze zaak had.’ Maar Poch kwam daar pas in beeld nadat het Nederlandse OM informatie in Argentinië vroeg. ‘Onderzoeksrechter Sergio Torres was al vijf jaar met zijn onderzoek bezig en Poch was toen nog totaal onbekend in Argentinië’, aldus Pochs Argentijnse advocaat Gerardo Ibañez in 2012.
‘We praten hier niet over iemand die een broodje gestolen heeft uit de trolley van een stewardess’, zei getuige à charge Tim Weert in 2009 tijdens een interview bij Pauw & Witteman over Poch, doelend op diens veronderstelde deelname aan dodenvluchten tijdens het Videla-schrikbewind. Des te verbazingwekkender dat noch Schram noch Hirsch Ballin zich de moeite heeft getroost het dossier van Poch grondig door te nemen.

Foto: Michel van de Mheen