China wil scoren

Natuurlijk is het nog helemaal niet over en uit met dat coronavirus in China. Vanuit China dook COVID 19, zoals de ziekte officieel heet, op in Italië. Niet verwonderlijk want tussen Wuhan en Milaan bestaan zeer intensieve handelscontacten. Op 27 februari manifesteerde het virus zich voor het eerst op in Nederland. Het betrof een Brabantse ondernemer die naar een lederbeurs was geweest in Noord-Italië. Vervolgens rukte het virus op naar alle Nederlandse provincies. Intussen was het virus ook begonnen aan een wereldwijde opmars. En kreeg het de schijn dat het aantal besmettingen in Europa, de Verenigde Staten en Australië al vele malen erger zou zijn dan in de communistische volksrepubliek. China doet zelfs graag geloven dat er geen inheemse besmettingen meer zijn.
Het land waar alle ellende begon, presenteert zich nu als reddende engel. Vol verve presenteert China zijn aanpak waaraan de rest van de wereld een voorbeeld moet nemen: afsluiting van steden, platlegging van vliegverkeer en ander openbaar vervoer, digitale surveillance, isolatie van zieken en het scannen van mensen. Royaal voorziet China de rest van de wereld massaal van medische middelen.
Of dit lof verdient?
De inmiddels aan het coronavirus overleden Chinese arts Li Wenliang, waarschuwde op 30 december 2019 voor de uitbraak van een SARS-achtige longontsteking. Vier dagen later had hij de politie aan zijn broek die hem waarschuwde tegen het verklaren van onwaarheden die de openbare orde ernstig hadden verstoord. Hij moest een verklaring ondertekenen waarin hij afstand nam van zijn gedrag.
De vrijheid van meningsuiting staat in China zwaar onder druk. Journalisten, bloggers en religieuze leiders worden regelmatig opgepakt en streng bestraft voor het verspreiden van berichtgeving die afwijkt van de mening van de Chinese Communistische Partij.
Inmiddels is duidelijk dat honderdduizenden mondneuskapjes die China zo royaal uitdeelde, onvoldoende beschermen tegen de overdracht van ziektekiemen. De hele zending wordt bij ons niet meer gebruikt. Onduidelijk is of in de ziekenhuizen al gebruik is gemaakt van het ondeugdelijke materiaal.
Er komt wel meer rotzooi uit China. Het tinnef dat aanspoelde op de stranden van de Nederlandse Waddeneilanden nadat het schip MSC Zoe zo’n driehonderd containers had verloren op de Noordzee, gaf hiervan een schrikbarende indruk.
Natuurlijk zijn er belangen, grote belangen. China wil scoren bij de Europeanen die met steeds grotere argusogen kijken naar hun oude bondgenoot Amerika waar een president aan het roer staat die de langdurige Atlantische betrekkingen almaar weer onder druk zet. Voor China valt er veel te winnen. De economische handel moet doorgaan, want zonder handel geen groei. Bovendien ruikt het land de kans om dankzij de coronacrisis een leiderschapsrol naar zich toe te trekken op het gebied van de internationale gezondheidszorg. Alle reden om te verkondigen dat zij de situatie onder controle hebben. Ook beelden van hun schenkingen worden uitgebreid op het internet verspreid.
Trump wekt al net zo graag de indruk er goed voor te staan en de zaken in de hand te hebben. Wat dat aangaat kan hij Xi Jinping de hand reiken, of gezien de beperkende maatregelen, een elleboogstoot geven.
Door beide leiders is COVID 19 gebagatelliseerd en zelfs ontkend.
Dit virus maakt maar al te duidelijk hoe makkelijk er dikwijls van wordt uitgegaan dat de mens grip heeft op wat zich zoal voordoet.
Wel zeker komt er een moment dat er een vaccin beschikbaar is dat het virus effectief bestrijdt. Maar voorlopig zitten we nog in quarantaine, een woord dat zijn oorsprong vond in de veertiende eeuw toen tijdens de pestepidemie de schepen veertig dagen (quaranta giorni) voor de haven van Venetië moesten wachten.
Ofschoon zich in de twintigste eeuw meermaals een pandemie heeft voorgedaan, circuleerden de daaraan ten grondslag liggende virussen voornamelijk in het oosten. De duizenden reisbewegingen die heden ten dage wereldwijd dagelijks plaatsvinden, zijn goed voor een snelle verspreiding naar alle mogelijke uithoeken.
Donald Trump vergiste zich echter toen hij de verantwoordelijkheid voor het verspreiden van ‘het buitenlandse virus’ in Amerika, bij ‘reizigers uit Europa’ legde. De genetische stamboom van COVID 19 laat zien dat de coronavirussen die in de Verenigde Staten zijn aangetroffen, niet overlappen met die uit brongebieden in Europa. Maar met zijn maatregel om de grens voor reizigers uit Europa te sluiten, kon Trump de kelderende beurskoersen wel afschuiven op ‘het buitenland’.
Inmiddels is de vraag gerechtvaardigd of het wel zo wenselijk is dat wij ons in steeds verdergaande mate afhankelijk maken van dubieuze regimes en dito systemen. Mondiaal samenwerken mag voor Europa geen synoniem worden van zichzelf compleet afhankelijk maken en daarbij ook nog eens zeer naïef het paard van Troje binnenhalen.
Een andere vraag dringt zich op in relatie met het vele reisverkeer. De komst van de Boeing 747 in de zeventiger jaren, maakte het wereldwijd vliegen voor een groot publiek betaalbaar. Nu, vijftig jaar later, wordt deze trendsetter rap en roemloos uitgefaseerd omdat Corona Airways vrijwel al het vliegverkeer wereldwijd heeft platgelegd. Daar blijft het niet bij. Ongetwijfeld zullen er meer luchtvaartmaatschappijen omvallen dan enkel het inmiddels failliete Flybe. Overheden zullen met staatssteun een aantal airlines redden. Maar ik verwacht niet dat vliegen voor enkele tientjes er in de toekomst nog zal inzitten. Om de vraag of het wel zo wenselijk is dat prijsvechters – zowel binnen als buiten de luchtvaartwereld – het speelveld bepalen, kunnen we niet langer heen.
Net zomin als om de vraag of het wel zo wenselijk is dat – onder meer – de zorg is vermarkt. Bij de zorgverlening aan coronapatiënten wordt immers maar al te duidelijk dat intensieve samenwerking in plaats van concurrentie tussen zorginstellingen, er werkelijk toe doet.