Buiten de boot

Wegkijkstaat. Het is een woord dat in 2014 kwam oprukken als aanduiding voor een neoliberale staat die niet solidair is met burgers die door kansarmoede of tegenslag in benarde omstandigheden terechtkomen of in kommervolle omstandigheden moeten leven.
Wegkijken wordt dikwijls gedaan.
Onlangs verscheen in de media een foto van een meisje in een roze rokje en een knalgroene maillot. Levenloos drijft ze in een helblauwe zee. De foto roept sterk uiteenlopende reacties op.
Er zijn mensen die het wel best vinden. Scheelt uitkeringen, schrijven ze, kassa. Jammer van de overlevenden, stellen ze, want die komen op onze kosten hun trauma’s verwerken.
Er zijn ook mensen die het verschrikkelijk vinden, die boos worden van zoveel harteloosheid.
Resten de volksstammen die er het zwijgen toe doen, die niet weten wat te zeggen of wegkijken.
In de tijd waarin onder andere de PLO (Palestine Liberation Arganization) vliegtuigen kaapte, las ik een interview met een van de terroristen. De journalist confronteerde hem ermee dat de inzittenden van die toestellen onschuldig waren. ‘Onschuldig?’, was de reactie. ‘Geenszins. Wat hebben die lui ooit gedaan voor de Palestijnse zaak?’
In de wereld spelen zich meer zaken af waarvoor ik niets doe dan waarvoor ik wel iets doe. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me onmogelijk bekommeren om alles wat zich in de wereld voordoet, los van het gegeven dat ik zo mijn eigen gedachten heb over wat wel en wat geen goede doelen zijn.
Waarom geef je en waarvoor geef je?
Ik heb veel mensen lid zien worden van patiëntenorganisaties nadat zij zelf door een nare ziekte werden getroffen. En dan uitsluitend van die stichting of vereniging die zich bezighoudt met de verbetering van het leven in relatie met de eigen ziekte.
Hoe doorslaggevend is het eigen belang bij de keuzes die je maakt?
Laat ik ook maar eerlijk toegeven dat de tranen me wel over de wangen rolden toen ik een zoveelste MD-11 naar de schroot zag vertrekken en dat ik het droog hield bij de beelden die in diezelfde periode op het journaal verschenen van overstromingen in de Filippijnen. Van de week kreeg ik het bericht dat een van mijn vriendinnen maagkanker heeft met uitzaaiingen naar de lever. Ook dat houdt me meer bezig dan dat meiske in haar roze rokje en al die honderden andere bootvluchtelingen die de verdrinkingsdood zijn gestorven.
Hoe na, nader, naast is iets of iemand voor je?
Los daarvan, wat kun je concreet voor mensen zo ver van je bed doen?
Ja, geld storten. Daarbij rijst natuurlijk meteen de vraag waar dat geld terechtkomt.
En waar je die mensen moet opvangen. Hier? Van wie is Nederland eigenlijk? Ruimte zat, roept de een. Vol is vol, roept de ander. Vanaf welke plek wordt dat eigenlijk geroepen? Vanuit een flatje in een wijk waar meer allochtonen dan autochtonen wonen? Vanuit een vrijstaand huis in een buurt zonder verschoteling? Wie mag er bij jou in de back yard?
Ik wil het nog wat dichter bij huis halen. Met wie breng jij de Kerstdagen door en Oud & Nieuw? Is de decembermaand niet vooral een tijd van eigen volk eerst, het eigen gezin dus, het eigen kleine kringetje?
Terug naar dat meiske. Waarover ik toch moet schrijven. Want weet je, jij had ook dat meisje kunnen zijn. Ik bedoel dat je leven zomaar een wending kan aannemen die o zo anders uitpakt dan je ooit had kunnen denken.
Nooit had ik gedacht dat ik niet alleen een man zou verliezen aan de dood, maar ook een aan het leven. Dat wat een kroon op mijn eerste huwelijk beloofde te worden, een strop werd, zo benauwd dat ik uiteindelijk middenin de nacht mijn koffer heb gepakt en ben gevlucht. Nooit had ik het gered als er toen geen mensen waren geweest die de deur voor me hadden opengehouden.
In onze huidige participatiemaatschappij, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk steeds verder toenemen, zie je dat steeds meer mensen buiten de boot vallen. Buiten de boot, ja! En dat terwijl de aarde genoeg heeft voor iedereen, inclusief al die mensen die zich genoodzaakt voelen in Europa hun geluk te zoeken.
Of het niet opvalt dat die bootmigranten vooral mannen zijn? Absoluut. Wat daarvan te denken? Dat het vooral ISIS-koppensnellers zijn? Dat het gelukzoekers zijn die hun vrouw en kinderen vooruit reizen, net als al die allochtonen die Nederland ooit zelf binnenhaalde om het vuile werk op te knappen? Wat het antwoord ook zijn mag, wegkijken is geen oplossing.
Alleen kun je de wereld niet redden. Slechts één steentje is nodig om vele kringen in stilstaand water te laten ontstaan. Als iedereen naar vermogen iets doet voor iemand buiten het eigen kleine kringetje, geeft dat eenzelfde effect. Dan worden vele werelden gered.