Het Parijs van Zuid-Amerika

Buenos Aires stond zeker niet bovenaan op mijn lijstje om eens te bezoeken. Sterker nog, het stond helemaal niet op mijn lijstje. Toch ben ik ernaartoe gegaan. Reden? Een bezoek aan Julio Poch, de voormalig Transavia-gezagvoerder die tijdens zijn pensioenvlucht in Valencia werd gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan dodenvluchten in het Argentijnse juntatijdperk.
Samen met een vriendin besloot ik het nuttige met het aangename te combimeren en het Parijs van Zuid-Amerika te ontdekken. De zomer is er net begonnen, dus de timing was uitstekend.
Zodra je komt aanvliegen zie je het meteen: Buenos Aires is een miljoenenstad.
Nadat onze Boeing 777 keurig is geland, we onze koffers hebben opgepikt en de douane door zijn, is het niet moeilijk voor ons om onze taxichauffeur te vinden: tussen de mensenmenigte zien we iemand staan die een bord in de lucht houdt waarop ‘Lieneke Koornstra’ staat.
Vanaf het vliegveld, de thuishaven van Aerolíneas Argentinas met zijn KLM-blauwe daken, is het, afhankelijk van de verkeersdrukte, ruim een uur rijden naar het Plaza de Mayo (het plein van de Dwaze Moeders) waar ons hotel zich niet ver bij vandaan bevindt.
Omdat onze kamer pas om drie uur beschikbaar is, trekken we er maar meteen op uit. Aan zorg voor de innerlijke mens zijn we toe, dus strijken we eerst neer in een restaurant. De vissalade op de kaart spreekt mijn reismaatje en mij allebei aan. De hap die ons vervolgens geserveerd wordt, doet me denken aan de associaties die ik altijd krijgt bij het spreekwoordelijke engeltje dat over je tong piest, ranzig dus. Gelukkig is het boeltje niet illustratief voor wat we verder die week eten. De steak is super mals, de vis fantastisch. Een goed glas wijn schenken ze er ook. En het is er best ijs eten.
Met de reisorganisatie ‘Ontdek Buenos Aires’ maken we de zogenaamde kennismakingsroute. Lekker met zijn tweetjes, onder begeleiding van een gids. Dezelfde taxichauffeur die ons kwam ophalen op het vliegveld, rijdt ons. De route voert langs de belangrijkste plekken van de stad. Allereerst naar het Plaza de Mayo, waar iedere donderdag nog enkele Moeders een aantal rondes lopen terwijl namen worden geroepen van vermiste kinderen. We staan voor het Casa Rosada, het werkpaleis van de Argentijnse president. Het verhaal gaat dat de roze kleur gemaakt is met behulp van ossenbloed.
We brengen een bezoek aan het standbeeld van José de San Martín, de nationale held van Argentinië die het tweehonderd jaar geleden opnam tegen de Spaanse kroon, wat resulteerde in het ontstaan van de Argentijnse republiek. Een duif heeft het hoofd van José als uitkijkpost gekozen. Vogels zoeken graag zo’n bronzen kop op, geen kop zonder vogel of een witgrijs toupet van hun uitwerpselen.
Bij het monument dat herinnert aan de strijd om Las Malvinas, in het Westen bekend als Falklandeilanden, biedt de vormgeving die mogelijkheid niet. De eilandengroep staat erop afgebeeld met daaronder een reeks plaquettes met daarop namen van gesneuvelden. Buenos Aires staat sowieso vol gedenkplaten waarop namen staan van omgekomen mensen. Het is een land met een bloederige geschiedenis.
En dan Puerto Madero, het moderne havengebied van de Argentijnse hoofdstad waar geen enkel groot vrachtschip varen kan. Wel ligt er het fregat Sarmiento voor anker, een oorlogsschip dat dienst doet als museum, zijn er tientallen restaurants waar het heel goed eten is, luxe hotels en wolkenkrabbers. Een futuristische brug, de Puente de la Mujer, verbindt de beide oevers. Passend zijn de oude havenkranen, die ’s avonds fraai zijn aangelicht. Niet eens mooi van lelijkheid is de oude graansilo die er nog altijd staat als herinnering aan de tijd waarin Argentinië het grootste graanland ter wereld was. En alsof het zo heeft moeten zijn bevindt zich uitgerekend daarvoor het Plaza Holanda, een pleintje waar het onkruid welig tiert en dat wordt afgebiesd door een lange roestige strook waarop staat ‘Reina de Holanda’, ooit een geschenk van Nederland aan Argentinië. Het maakt geen indruk van een gul gebaar.
Toeristisch maar wel erg leuk is het straatje Caminito in de wijk La Boca met zijn kleurrijke huizen. Het voetbalstadion van de topvoetbalclub CA Boca Juniors bevindt zich er ook en wordt in de volksmond de bonbondoos genoemd. De clubkleuren doen ogenblikkelijk denken aan de Zweedse vlag. Het verhaal gaat dat Boca in 1906 precies hetzelfde shirt als Nottingham de Almagro had en dat beide clubs tegen elkaar speelden om te beslissen wie het truitje mocht houden. Boca verloor en moest op zoek naar iets anders. Er werd besloten de kleuren van de vlag te nemen van het eerste het beste schip dat in de haven aankwam. Dat was het Zweedse vrachtschip Drottning Sophia.
Onze tocht gaat verder naar San Telmo, de Jordaan van Buenos Aires. Barretjes en eethuisjes, mensen die hun koopwaar op de grond hebben uitgespreid of in een kraampje hebben ondergebracht. Een gezellige drukte van jewelste.
In de wijk Recoleta brengen we allereerst een bezoek aan een begraafplaats. Wellicht niet meteen een plaats die je wilt bezoeken tijdens je vakantie, alhoewel ik het zelf altijd wel interessant vind om te zien hoe een volk omgaat met zijn doden. Voor onze begrippen heeft de begraafplaats weinig te maken met een kerkhof, het is eerder een dorp met tientallen straatjes en complete familiegraven in de vorm van kleine huisjes, zo’n 4500 in totaal. Grootheden liggen hier opgebaard, waaronder de door de Argentijnen geadoreerde Eva Perón. Bij een van de graven houdt een hond van koper de wacht. Het verhaal gaat dat het geluk brengt als je de neus van het dier aanraakt. Een aantal graven is in verval geraakt. Door kapotte ruitjes zijn kisten te zien, onder een dikke laag stof, de deksel soms een weinig verschoven. Dat er leven is na de dood bewijzen de planten die er groeien.
In een park iets verderop staat een boom die tijd van leven heeft, een ficus die al zo’n tweehonderd jaar meegaat. Een van zijn takken wordt ondersteund door een Atlasachtige figuur. Allerlei gewassen doen het heel goed in Argentinië vanwege het deltalandschap.
Aan een bezoek aan El Parque del Rosedal, een park met wel 15.000 rozensoorten, een zoetwatermeer met ganzen, fonteinen en – uiteraard door vogels bescheten – borstbeelden van bekende literaire figuren, komen we die dag niet meer toe. Geen punt, want nog een week te gaan.
Een schril contrast met de leuke manier waarop reisorganisatie ‘Ontdek Buenos Aires’ je voor € 60,- per persoon laat kennismaken met de stad, is de citybustour waaraan een prijskaartje hangt van $ 37,- per deelnemer. Via een uitgereikte hoofdtelefoon word je getrakteerd op muziek waarop je zelf geen enkele invloed kunt uitoefenen. Vijf nummertjes staan op een voorgeprogrammeerd bandje en nadat je dat geheel drie keer hebt gehoord, is het wel genoeg. Maar nee, het toetert onverdroten door. Ook wanneer er informatie wordt gegeven blijft het getetter doorgaan, zij het op een iets minder luid niveau. De informatie gaat welbeschouwd nergens over. Terwijl een bezienswaardigheid al is gepasseerd hoor je dat je naar het huppeldepup-gebouw links moet kijken. Schiet lekker op zo. Als klap op de vuurpijl wordt de bus nog zo’n minuut of vijftien geparkeerd om de passagiers in een bepaalde tent de gelegenheid te geven iets te consumeren. En dat met een hop-on-hop- off!
Reisorganisatie ‘Ontdek Buenos Aires’ verzorgt ook onze dagtour naar de Tigre Delta, zeg maar het Giethoorn of het Venetië van Argentinië. Opnieuw is Sander Weeda onze gids en neemt ons mee de boot in. We varen langs de skyline van Buenos Aires richting de plaats die naar de aanwezigheid van tijgers verwijst, maar het waren jaguars die er in een ver verleden leefden. In het weekend reist menig stadsbewoner deze kant op, even de goede lucht opsnuiven die in Buenos Aires, de naam van de stad ten spijt, hier niet meer komt aanwaaien.
Schilderachtig is het natuurlabyrint waar we doorheen varen, met meer dan tienduizend kilometer aan waterlopen, moerassen en talloze eilanden met prachtige zomerhuizen die nu en dan worden afgewisseld met een in verval geraakt exemplaar. Dat er in deze omgeving scheepvaartverkeer is te zien, laat zich raden. Plezierjachtjes, kano’s en boten die dienen als busverbinding of als bevoorradingsverkeer. Tigre zelf is vooral beroemd vanwege zijn roeiverenigingen en regatta’s. De verenigingen zijn gehuisvest in statige, wat pompeuze gebouwen.
De terugreis gaat per trein. Daardoor krijgen we ook een indruk van de zogeheten villa miseria, de sloppenwijken van Buenos Aires. Je bent daar als toerist je leven niet zeker, als je er in de buurt komt staat er algauw iemand met een mes klaar om je van je spullen te beroven. Zeker Villa 31, vlak naast Retiro, het belangrijkste treinstation van de hoofdstad, is berucht. Toch, met het uitzicht op bebouwing waar je zelfs geen kippen zal willen houden omdat het er te tochtig is, heb ik wel enig begrip voor de misdadigheid van deze mensen, al kijk ik wel link uit me in hun buurt te begeven.
Met aan de ene kant van het station deze sloppenwijk en aan de andere kant een van de meest welvarende wijken van Buenos Aires, komen de tegenstellingen die hier bestaan wel heel duidelijk in beeld.
De tegenstellingen blijken ook in de dagen van de presidentsverkiezingen. Na de – nipte – overwinning van neoliberale Mauricio Macri op het ‘kirchnerisme’ lopen de straten vol met duizenden protesterende vakbondslieden. Ze trommelen, toeteren en zwaaien met vlaggen met daarop de logo’s van hun bond en soms ook de beeltenis van de cultusfiguur Che Guivara, waarvan maar weinigen lijken te weten dat dit een man was van soortgelijk allooi als Osama Bin Laden.
Gezien de verkiezingsuitslag laat het zich raden dat er ook veel mensen zeer te spreken zijn over het einde van het presidentschap van Cristina de Kirchner. De hoop is dat Macri, die veel meer westers is georiënteerd, het economisch tij waarin het land verkeert, ten goede kan keren. Naar verwachting zal het credo ‘cambio, cambio’ van de geldwisselaars binnen afzienbare tijd niet meer te horen zijn in de straten van de grotere Argentijnse steden. Met die lui is het flink oppassen geblazen, want menig toerist wordt afgescheept met een aantal valse geldbiljetten. Tel uit je winst.
Vermeldenswaard is zeker ook nog de 9 de Julio, de breedste straat ter wereld. Een continue verkeersstroom beweegt zich er voort. Het wagenpark bestaat uit zowel de meest recente modellen als zeer oude. Iedere dag zag ik wel enkele Peugeots 504 rondrijden, een auto waar ik zelf in de tachtiger jaren met veel plezier in heb gereden. Het schijnt zo te zijn dat bekeuringen in Argentinië worden verrekend bij de inruil van een auto. Kan dus een reden zijn om een oude bak nog heel lang aan te houden. Bezienswaardigheden in de 9 de Julio zijn een enorme obelisk en een bouwwerk met de beeltenis van de Argentijnse voetbalheld Pablo Aimar.
Als boekenwurmen kunnen mijn reisgenote en ik onmogelijk voorbijgaan aan Ateneo Grand Splendid. Deze boekenzaak is ondergebracht in een theater en evenals de in de Kerk der Dominicanen gevestigde Maastrichtse boekhandel, genomineerd als een van de mooiste boekwinkels ter wereld.
En ja, een tango-avond hebben we ook beleefd. Niet zo mijn ding, ik ga liever naar een concert van Guns n Roses of Muse, maar goed, als je in Argentinië bent is het zien van een tangoshow toch een must.
Over mijn bezoek aan Julio Poch valt natuurlijk ook het nodige te vertellen. Daarbij denk ik met een dankbaar hart terug aan de taxichauffeur Oscar Bustos, die ons al eerder reed en tijdens de rit naar Marcos Paz en na de barre bevindingen mijn steun en toeverlaat was.

Mijn ervaringen tijdens het bezoek aan Julio Poch leest u hier: JULIO POCH HOOPT OP BETER RECHTSSYSTEEM IN ARGENTINIË