Bijtende muggen

Ze zijn er weer, de muggen. Niet dat ze mij daar een lol mee doen. Als ik lekker in mijn bed bijna in slaap rol en plotseling opschrik door dat naargeestig gezoem, weet ik niet hoe gauw ik eruit moet. Zeer moordlustig word ik dan. Die diertjes moeten mij altijd hebben. Voor mensen die in mijn buurt vertoeven natuurlijk heel plezierig, zeg nu zelf.
Sinds kort weet ik iets meer over muggen. Dat kun je zo hebben als je mensen interviewt. Nu weet ik dus dat die plaagdieren niet steken maar bijten. In plaats van een angel hebben ze een slurf, een zogenaamde zuigsnuit. Het is dus niet terecht dat deze kwelgeesten steekmuggen worden genoemd. Maar ja, er zijn wel meer woorden in leven geroepen die nergens op slaan. Nierdialyse bijvoorbeeld. Bij een dialysepatiënt zijn de nieren compleet verschrompeld of operatief verwijderd, dus wat nou, nierdialyse?
Enfin, ook oom agent heeft zich er ooit bij moeten neerleggen dat iedereen het heeft over stoplichten in plaats van verkeerslichten. Met de bioloog en de nefroloog zal het wel idem dito zijn, alhoewel ik het van die eerste niet zeker weet.
Goed.
Muggen.
Behalve plaagdieren zijn het toch ook nuttige dieren. Niet zoals vee dat de mens voor zijn karretje kan spannen, maar wel als een essentieel onderdeel van de voedselketen. Uitroeiing ervan betekent ook het einde voor vogels, vissen en amfibieën. Dat moeten we toch maar niet willen. Gewoon een horretje plaatsen, dan is de nachtelijke jacht niet nodig. Dat scheelt meteen weer zo’n rode vlek op de muur want meestal blijkt de mug mij al eerder te pakken te hebben gehad dan ik haar. Ja, haar. Het zijn alleen de vrouwtjes die bloed nodig hebben voor de ontwikkeling van de eitjes. Het zijn dus de mannetjes die lijden voor de vrouwtjes zodra de muggenjacht wordt geopend.
Tja.
Ook zijn er muggen die niet bijten. Heel vrolijk heten ze veder- of dansmuggen. Eenmaal in huis blijken het slome duikelaars die binnen enkele uren dood in de vensterbank liggen. Op IJburg vormen ze een plaag omdat ze met zovelen tegelijk komen aanzetten.
Op dit Amsterdamse schiereiland van opgespoten zand heerst nog een andere plaag. Verzakkende riolering. Woningen zijn onderheid, maar de riolering is er niet aan vastgebeugeld en zakt weg in de nog altijd in beweging zijnde grond. Maar liefst zeven van de vijftien willekeurig door mij ondervraagde bewoners in de Lisdoddelaan zijn aan de beurt geweest met deze ellende. Ook op vele andere adressen in IJburg is de loodgieter komen opdraven vanwege afbrekende rioleringsbuizen. Bij Waternet weten ze van niets. Waarmee ze overigens niet willen zeggen dat het probleem niet bestaat.
Een strategisch antwoord heet dat.
Je moet er maar mee aankomen.
Er komt nog veel meer aan op IJburg. Een viertal pony’s. Verwaarloosde beestjes die bij De Schuur op krachten kunnen komen.
De Schuur?
Jip. Het meest kinderrijke gebied van Europa heeft geen kinderboerderij. Dat kan natuurlijk niet. De Schuur die nu gebouwd wordt is weliswaar geen boerderij en mag evenmin huisvesting bieden aan boerderijdieren omdat de functie van de grond waarop hij staat is beperkt tot sport en spel, maar omdat paardrijden een sport is kan er binnenkort toch blij worden gehinnikt. Niet alleen boffen voor die nu nog sneutige pony’s, ook al die tienermeisjes die dol zijn op paarden knuffelen, kunnen hun hart ophalen.
En daar blijft het niet bij. Er staan allerlei activiteiten op het programma. Zoals hutten bouwen. Touwtrekken. Boogschieten. Samen naar de sterren kijken. Zeker voor dat laatste ben ik in. Maar behalve mensen en pony’s zullen de muggen ook wel weer van de partij zijn. Met hun zuigsnuiten.
Nooit bij die slurven stilgestaan als ik het gezegde bezigde van die mug en die olifant. Nu weten we dat ze toch iets heel bijzonders gemeenschappelijk hebben.
Ach, ik kijk nergens meer van op sinds ik weet dat de vervaarlijke piranha familie is van de neontetra, een vreedzaam visje dat zeer geliefd is bij aquariumhouders.
Er zijn soms meer verbanden dan je voor mogelijk houdt.
Als je goed kijkt, zie je ze dikwijls wel. Een piranha en een neontetra hoef je echt niet onder de microscoop te leggen om te zien dat ze allebei een vetvinnetje hebben. Waar die kleine zachte vin op hun rug, tussen de grote rugvin en de staartvin in, voor dient? Een vis heeft er baat bij snel te kunnen reageren op stromingen. Omdat de vetvin het meest voorkomt bij riviervissen en minder bij vissen in meren, wordt aangenomen dat deze vin wellicht belangrijk voor de waarneming van stroming. Ook leeft het idee dat de vetvin de vis stabiliteit geeft en helpt bij het voortbewegen. Vissen waarbij het vinnetje is weggehaald, blijken bredere bewegingen te maken met hun staart. Maar nutteloos kan het ook zijn.
Nutteloos, ja.
Toch weiger ik dat te geloven. Niet alleen omdat zelfs het schijnbaar nutteloze staartbeen bij de mens nog altijd een functie heeft als aanhechtingspunt voor verschillende skeletspieren die de beweging van het skelet mogelijk maken. Juist door mijn ongeloof op dit punt ervaar ik enige bescheidenheid. Want al is een mug maar een mug, daarom vlieg ik nog niet beter. Sterker nog, zonder de inzet van een vliegtuig vlieg ik helemaal niet.