Is de gezondheidszorg in ons land wel zo goed als
wordt beweerd? Technisch gesproken wel, maar wat de communicatie betreft
schort er veel aan, vinden veel patiënten. Zij noemen hulpverleners en
vooral medisch specialisten 'zielig' en 'behoorlijk contactgestoord'.
In een periode van vijftien jaar medisch
maatschappelijk werk ben ik verscheidene malen benaderd door patiënten
die zich niet goed behandeld voelden door een arts.
'Het is de hoogste tijd dat artsen hun steeds
eenzijdiger wordende aandacht voor objectieve, verifieerbare verschijnselen en behandelingen gaan combineren met een hernieuwde
aandacht voor de mens, opdat de zegeningen van de vooruitgang kunnen
worden behouden en de vloek ervan kan worden teruggedrongen,' stelt Sherwin Nuland, algemeen chirurg en hoogleraar medische geschiedenis.
'Als ik me in die mensen ga verdiepen, kan ik dat
verminkende werk niet meer doen', bekende een andere chirurg mij. Een
kwestie van overleven. Tussen bot gedrag en je in de persoon van de
patiënt verliezen bevindt zich echter een gulden middenweg: die van
nabijheid met behoud van distantie.
'Die mensen kunnen toch met júllie praten, daar zijn
júllie toch voor?', hield de chirurg in kwestie mij voor. Ieder z’n vak.
Daar valt iets voor te zeggen. Zeker in een tijd waarin de kleinschalige
ziekengasthuizen plaats hebben gemaakt voor medische centra, die over
hun productie praten in plaats van over hun zorg. Ik krijg daar de koude
rillingen van: zorg wordt door de ene mens aan de andere betracht en
niet geproduceerd.
Rob Wesdorp, algemeen chirurg en hoogleraar chirurgie,
was iemand die almaar door, door, door moest. Toen hij zelf met de
ziekte van Hodgkin werd geconfronteerd, leerde hij de andere kant van de
zaak kennen: 'Al die nare onderzoeken, daar moet je aan wennen. Ik dacht
altijd: een beetje overdreven, zo naar kan het toch niet zijn.' Toen hij
zelf ziek werd, besefte hij wat patiënten moeten doorstaan als zij
slecht nieuws horen of zitten te wachten op uitslagen.
Wesdorp wilde zijn attitudeverandering terugzien op
zijn afdeling. Dus: de tijd nemen, eerlijk zijn, zorgen dat het gesprek
rustig plaatsvindt en dat er geen anderen binnenlopen, afspraken
nakomen. Zo werd Wesdorp, door lijden gelouterd, behalve een deskundig
arts ook een bewogen mens.
Maar lijden loutert niet altijd. Genoeg mensen zijn er
depressief, nors, hard, wraaklustig, apathisch of buitengewoon
egogericht door geworden. En sommigen van hen treft men helaas aan in de
gezondheidszorg.
Geregeld kaarten patiënten ongewenst gedrag van een
hulpverlener aan bij een medisch maatschappelijk werker. Maar uit angst
voor nóg meer ellende wensen zij niet dat de zaak verder wordt
aangepakt. Gevolg is dat de tekortschietende hulpverlener alle ruimte
blijft houden om zich te gedragen met de charme van een olifant.

Maak je je medeplichtig aan onaangenaam gedrag van de
ander als je hem er niet op aanspreekt? Ik ben de reumapatiënte die mij
erop attendeerde dat ik wel een erg stevige hand gaf, nog steeds
dankbaar. Niet iedere hulpverlener zal zich van één opmerking iets
aantrekken, maar als veel patiënten duidelijk maken onaanvaardbaar
gedrag van een hulpverlener niet te accepteren, kan deze daar
uiteindelijk niet omheen.
Hulpverleners neigen ertoe de relatie hulpvrager -
hulpverlener als gelijkwaardig te zien. Onzin. De patiënt is aangewezen
op de hulp van de ander, de zorgverlener heeft de rol van de reddende
partij en krijgt daarvoor betaald. Velen zien echter over het hoofd dat
de hulpverlener op zijn beurt afhankelijk is van de patiënt als het gaat
om het boeken van resultaat. En de hulpverlener kan daarbij stevig met
zichzelf worden geconfronteerd. De opstelling van de op zich
afhankelijke patiënt zal veranderen, als hij dat beseft.
Behalve een gemis aan communicatieve vaardigheden, kan
het niet kunnen hanteren van eigen gevoelens de oorzaak zijn van het
tekortschieten van de hulpverlener. In het ergste geval worden gevoelens
die gewoonlijk bij verlieservaringen optreden zelfs psychiatrisch
geduid, omdat de hulpverlener in kwestie vrijwel al het gedrag dat niet
past bij het beeld dat hij heeft van een flinke en goed gemotiveerde
patiënt, gestoord vindt.
Perimedische hulpverleners (medisch maatschappelijk
werkers, klinisch psychologen en geestelijk verzorgers) zijn intensief
getraind in communicatieve vaardigheden én in het omgaan met de eigen
emoties. Toch handelen ook zij niet altijd voorbeeldig. Ik herken dat
bij mezelf: soms zit ik niet lekker in mijn vel, raak ik de draad kwijt,
of mis ik de clou. Een enkele keer verwar ik mijn gevoelens met die van
de patiënt. En af en toe laat ik me ook wel eens overdonderen. Niemand
is perfect. Er bestaan geen perfecte hulpverleners en evenmin perfecte
patiënten. Maar niemand hoeft te accepteren dat een hulpverlener zich
gedraagt met de subtiliteit van een goederentrein. Mensen blijven
mensen. Een deskundig mens kan daar niet omheen.
Dit artikel verscheen eerder in zowel Medisch
Contact/21 augustus 1998 als in Wisselwerking/Nr 4. augustus 1997
terug naar boven