Behalve ziektes zijn er ook ziekmakende gedachten. Daar wordt niemand
beter van. Door ziekte niet alleen als uitgangspunt te nemen, hoeft
ziekte niet langer alleen maar vijand te zijn waarvan je het slachtoffer
bent.
Net zoals er spoorboekjes zijn waarin je kunt
opzoeken waar, wanneer en waarheen er een trein vertrekt, zijn er ook boeken op de markt (New Age) waarin je kunt zien welke
eigenschappen van toepassing zijn bij veel voorkomende ziekten. Zo kan volgens Thorwald Dethlefsen en Rudiger Dahlke
aan de hand van het aantal dioptrieën dat ik als bijziende nodig heb om mijn blik op scherp te
krijgen, worden vastgesteld hoe groot mijn weigering is om tot zelfinzicht te komen. Als ik Louise Hay moet geloven,
ben ik bang voor de toekomst. Met nierpatiënten weet Hay ook raad. Ze hebben te kampen met kritiek,
teleurstelling, mislukking en schaamte en reageren daarbij als een kind. Volgens Dethlefsen en Dahlke komen
nierpijnen en nierziekten altijd voor in geval van conflictsituaties met de eigen partner. Er wordt hierbij niet
gedoeld op seksualiteit, maar heel wezenlijk op de manier waarop de medemens tegemoet wordt getreden. Ten
aanzien van de dialyseafhankelijke wordt gesteld dat "de perfecte machine de nieuwe
partner wordt, omdat de patiënt niet bereid was met levende partners actief te werken aan de oplossing van zijn
problemen." "Via deze omweg wordt wellicht geleerd dat er nu eenmaal geen perfecte partner bestaat -
zolang men zelf nog niet volkomen is", luidt hierna nog de conclusie. Geen enkele bewering in relatie tot
ziekte lijkt deze heren te ver te gaan. Ik citeer nogmaals: "Dat mensen toch altijd hun spiegel willen stuk slaan
wanneer hun het eigen gezicht niet bevalt: de mensen hebben kanker omdat zij kanker zijn. (....) Kanker is
het symptoom van de verkeerd begrepen liefde; kanker heeft alleen maar respect voor de ware liefde."
Moordend scherpe uitspraken. Bepaald geen
voorbeeld voor de ware liefde. Gewoon afschuwelijke varianten op het Calvinistische: "Je bent ziek geworden omdat je zondig bent." Een
nieuwe versie van het oude knevelaarsgezegde: "Eigen schuld, dikke bult." Als je dergelijke geluiden
ten gehore brengt over een bepaalde bevolkingsgroep, heb je meteen een proces verbaal wegens discriminatie aan
je broek!
"Ziekte is geen wrede straf", meent dr. Edw.
Bach, "maar enkel een correctie, een instrument waarvan onze eigen psyche zich bedient om ons op onze fouten te wijzen, ons te
weerhouden van grotere dwalingen en ons te beletten nog meer schade aan te richten - en om ons terug te leiden
naar de weg van de waarheid en het licht, die we nooit hadden mogen verlaten." "Genezing (is ge-heel-d
worden) is slechts mogelijk wanneer de mens zich bewust wordt van het in het symptoom verborgen schaduwgedeelte
en dit vervolgens integreert opdat het symptoom overbodig wordt", is de stellige overtuiging van
Dethlefsen en Dahlke.
Factoren
Alsof het allemaal tussen de oren zit! Waar kénnen we die kreet toch van?
Ze wordt nog al eens gebezigd in de reguliere gezondheidszorg als medisch onderzoek geen uitkomst biedt en de
geconsulteerde arts zich met het geval geen raad meer weet.
Tot voor kort werd alle verantwoordelijkheid
bij God gelegd, of het nu het uitbreken van een ziekte of een oorlog betrof, de geboorte van een gehandicapt kind of het zich voltrekken
van een natuurramp. In de hedendaagse ik-cultuur is de overtuiging gegroeid dat met name emotionele,
mentale en spirituele factoren bepalend zijn voor de wijze waarop het leven zich voltrekt. In mijn
gesprekken met patiënten en/of hun naaststaanden komen deze factoren bijna altijd wel aan de orde. Vanuit
mijn professie als maatschappelijk werker vind ik het belangrijk de blik niet alleen in de diepte maar ook
naar de breedte te richten. Door oog te hebben voor omgevingsfactoren, kan namelijk een brug worden geslagen naar
factoren die evenzéér van cruciaal belang zijn in het leven casu quo in het grote geheel, zoals
onder meer sociaal-economische, milieu, wettelijke, morele, fysieke. De almacht die de mens vandaag de dag op
grond van emotionele, mentale en spirituele factoren wordt toegekend, doet mij denken aan de kokervisie van
een aantal vliegtuigkapers dat crew en passagiers schuldig verklaarde omdat zij geen van allen ooit iets
hadden ondernomen dat het belang van de Palestijnse kwestie diende.
Een mens kan veel, heel veel, maar toch is
hij ook beperkt. Hij kan veel invloed hebben, op situaties, op anderen, ja zelfs op zijn lichamelijke gesteldheid (denk bijvoorbeeld aan
het eet-, drink- en rookgedrag, de ontplooiing van lichamelijke activiteiten, de ontwikkelingen in de
medische wetenschap). Hij heeft echter ook zijn nietigheid te erkennen en derhalve te leren zijn machteloosheid op
veel fronten te hanteren.
Ziekmakende gedachten
Vaak zie je dat mensen die aan ernstige ziekten lijden door die ziekte
belangrijke en diepgaande veranderingen doormaken. Dat wil echter nog niet zeggen dat zij die ziekte
hebben gekregen omdat het hun aan een bepaalde ontwikkeling op emotioneel, mentaal en spiritueel niveau
ontbrak. Met een dergelijke verdraaiing van feiten kan je, in geval je een aspirine slikt tegen de
koorts en de koorts vervolgens zakt, óók
beweren dat je koorts krijgt als gevolg van een tekort aan aspirine.
Ik denk wel dat emotionele, mentale en
spirituele factoren een rol kunnen spelen bij fysieke kwalen en fysieke genezing. Als het erop aankomt kunnen deze factoren net voldoende zijn om
de weegschaal te doen doorslaan naar levend, levend dood, of dood. Veel mensen hebben ziekmakende
gedachten over zichzelf. Talloze somatisch zieken vormen daarop geen uitzondering. "Er is niets aan om bij
een patiënt op bezoek te komen", houden zij zichzelf voor. Ho, wacht eens even: héb jij een ziekte of bén
jij die ziekte? Er zijn legio patiënten die werkelijk alles in het kader van hun ziekte plaatsen: van de zon wordt
niet meer genoten, al het simpele wordt moeilijk gemaakt. Een avondje naar de schouwburg of de bios? Nee
hoor, ik ga al drie keer per week naar de dialyse. Sporten? Toe nou, dat spoelen kost me al zo veel energie.
(In de patiëntenbespreking blijkt dat de medicus geen enkel bezwaar heeft tegen lichamelijke activiteit van
betrokken patiënt, integendeel, het wordt zelfs toegejuicht!) Zelf de
thuiszorg bellen? Maar maatschappelijk
werkster toch, ik heb terminale nierinsufficintie, hóórt u mij, ter-mi-náál! (Betreffende patiënte is zeer
mondig en heeft al veel vaker en steeds naar volle tevredenheid, gebruik gemaakt van betreffende
voorziening.) Over het logboek in een caravan van de Nierstichting in het Drentse Eext, schreef Sniertje in het
blad Wisselwerking dat de gemiddelde nierpatiënt er steen en been in klaagt over zijn of haar
gezondheid: "Daar waar het logboek bedoeld is om samen de ervaringen van gelukzalige vakanties te delen, is
het logboek een smartlap geworden, vol zelfbeklag. Foei toch! Dat nierpatiënten ziek zijn weten we allemaal.
Dat daardoor de kwaliteit van ons leven onder druk staat, staat als een paal boven water.(...) Maar
zelfbeklag is dom omdat het meer nog dan de nierziekte zelf, de kwaliteit van het leven aantast."
Genieten
Constant bezig zijn met je ziekte. Je verschuilen achter je ziekte. Uit je
ziekte bestaan. Om doodziek van te worden! Okay, je bent patiënt én... je bent méér dan dat. Je bent patiënt
én je bent man/vrouw; kind van je ouders; misschien zelf ook vader/moeder. Wellicht kan je beamen dat je
liefdevol bent, hartelijk, moedig, oprecht, soms chagrijnig, kortzichtig, verdrietig, bang. Mogelijk ben je
een liefhebber van dieren, muziek, boeken, bepaalde sporten. Misschien ben je handig met de computer, de
naai- of boormachine, misschien ben je wel een kei in wiskunde, in kunstgeschiedenis of weet ik het waarin
én.... je bent altijd méér dan dat.
Als je jezelf in je ziekte begraaft en niet
meer van het leven kunt genieten, loop je de kans om op je sterfbed de ontdekking te doen dat je eigenlijk veel meer hebt verloren dan
'alleen' je gezondheid. Je hebt het dagelijks brood, waar christenen voor bidden, in de betekenis die de
theoloog Eugen Drewermann eraan geeft, aan je voorbij laten gaan: blind ben je geweest voor de lachende ogen van
de mensen die van je houden, voor de eerste viooltjes die bloeien in het voorjaar, voor de vrolijk
springende hond in een waterplas, voor het melancholieke aanmeren van een schip, voor de droefheid rond een
sterfgeval; doof ben je geweest voor het tikken van de regen tegen de ruiten, voor het klapwiekend opvliegen van de
duiven, voor het zingen van de merels in de meidoornstruik. Confrontatie met ziekte is geen eeuwig
geldend excuus om hier niet meer in te delen.

Dit artikel verscheen eerder
in het blad ‘Wisselwerking’ een uitgave van de Nierpatiëntenvereniging LVD (Nr.4/augustus 1997)