Home
Artikelen
 
Boek - Mijn Liefde Kent Geen Dood
 
Lezingen & Workshops
 
Partner- & Rouwgroepen
 
Spreukenhoek
 
Contact
 
 
 
 

Door Lieneke Koornstra  .

Er zijn grote verschillen in iemand schuldig verklaren, iemand met een schuld opzadelen, zich schuldig voelen, zich schuldig laten maken.

Geregeld vertellen mensen mij dat zij zich schuldig voelen. Schuldig op grond van alles en nog wat: omdat ze op een cruciaal moment de verkeerde woorden hadden gebruikt of niets hadden weten te zeggen; omdat ze niet kunnen werken; op kosten van de gemeenschap leven; aan een erfelijke ziekte lijden en die hebben doorgegeven; omdat ze niet beantwoorden aan de verwachtingen van hun ouders of omdat ze anderen tot last zijn door het simpele feit dat ze bestaan en behoefte hebben aan warmte en begrip.

Zelfvernietigend
Erg verdrietig en behoorlijk opstandig kan ik worden als ik mensen hoor spreken over hun zich almaar herhalende, steeds weer aanvullende en volstrekt uitzichtloze gevoelens van schuld.

“Schuld is van alle zelfvernietigende gedragingen het meest nutteloze gedragspatroon”, stelt Wayne Dyer. “Het is de grootst mogelijke verspilling van energie. Waarom? Omdat je je per definitie in het heden immobiel voelt door iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden, en hoe groot het gevoel van schuld ook zijn mag, het zal niets aan dat verleden veranderen.”

“Schuld verwijdert mensen en maakt eerder kapot dan dat hij heelt”, meent J.R.M. Maas. “Schuld verenigt niets, maar stelt mensen tegenover elkaar.”

Toch wordt het schuldig zijn doorgegeven zoals een vredespijp rondgaat. Uitspraken in de trend van: “Dat komt er nou van”; “Wie niet horen wil, moet voelen”; “Hoe kun je me zo’n verdriet doen?”; “En dát na alles wat ik voor je gedaan heb”; “Ik krijg nog eens een hartaanval door jou”, zorgen ervoor dat die pijp brandend blijft. Degene voor wie een dergelijke uitspraak bedoeld is, wordt op een vermanende en/of kleverige manier geprikkeld zich slecht en derhalve schuldig te voelen.

Eigen verantwoordelijkheid
Je schuldig voelen kan een middel zijn om in contact te komen met je eigen verantwoordelijkheid. Een vraag daarbij is waar je je verantwoordelijk voor laat maken.

Ben je bijvoorbeeld verantwoordelijk voor hoe een ander zich voelt? Mensen kunnen totaal verschillend reageren in een zelfde situatie. Zo zal de ene dialyserende iedere keer weer opnieuw het moment van aangeprikt worden met angst en beven tegemoet zien, terwijl de andere het als een fluitje van een cent beschouwt. En de ene dialyserende zal verontwaardigd reageren bij het horen van de opmerking “Zo, ze zijn allemaal weer aangelijnd”, als iedereen eenmaal is aangesloten, terwijl de andere erom kan lachen.

Reacties van anderen en zelfinzicht kunnen leiden tot gedragswijziging, het toegeven van een fout, het intrekken van woorden, het herzien van een standpunt, het aanbieden van excuses, het treffen van een schaderegeling. Zo hoef je geen gevangene van je schuld te blijven.

Zaak is de verantwoordelijkheid daar te leggen en te laten waar hij thuishoort.

Voor je eigen waarheid staan
Van horen zeggen weet ik dat menig dialyserende maar liever thuisblijft omdat er in de omgeving weinig tot geen begrip bestaat voor het leven met een vochtbeperking. Opmerkingen als “Wat ben je weer ongezellig met dat ene pilsje, ben jíj nou een vent?”, zijn niet van de lucht. Voor menigeen aanleiding zich niet alleen vernederd, maar ook nog bezwaard, schuldig te voelen vanwege het verstoren van het gewone leven met al z’n natjes en z’n droogjes. En toch, als je voor je eigen waarheid gaat staan, wát ze ook zeggen, maak je je juist van dergelijke rotgevoelens los: “Je kan me zo ongezellig vinden als je wilt, beste kerel, dat is jouw probleem en daar maak ik me niet langer druk over.” Het inzicht dat anderen zélf verantwoordelijk zijn voor hun eigen bewuste dan wel onbewuste manier van reageren, voorkomt onverdiende schuldgevoelens.

Liefde en ongenade
Blijven tobben met schuldgevoelens kan in sommige gevallen een weigering inhouden om de machteloosheid onder ogen te zien. De woorden ‘had ik (jij/hij/zij) maar’ maken vaak deel uit van een belastende en in ongenade brengende verklaringen in de richting van de één, terwijl ze tegelijkertijd blijk geven van liefde in de richting van de ander: “Had ik mijn man maar niet gevraagd die boodschappen nog even te doen, dan zou hij niet zijn verongelukt”; “Had ik die nier van mijn zus maar niet aangenomen, ik heb hem nog geen drie maanden kunnen houden”; “Had ik maar nooit kinderen gekregen. In die tijd wist ik nog niets over de erfelijkheid van cystenieren. Vroeg of laat moeten zij ook aan de dialyse.”

Schuldeloze schuld
Feit is dat wij de dingen die gebeuren wel tot grote hoogte in de hand hebben, maar niet totaal. Toen in 1992 een vrachtjumbo van El Al in de Bijlmer neerstortte, werden er onder meer stevige beschuldigingen richting bemanning geuit. Toch kan ik me onmogelijk aan de gedachte onttrekken dat die vliegers niet alles hebben gedaan om vooral níet neer te storten. Het ene defect aan die ongeluksmachine lokte het andere uit en toen het hydraulische systeem het ook nog eens begaf, was er geen redden meer aan. Als ik aan die jongens op de bok denk, zie ik mezelf terug bij het ziekbed van wijlen mijn man: alles wilde ik ervoor geven het lot te keren, maar dat was volslagen onmogelijk, het was wat was en voltrok zich ‘gewoon’.

Natuurlijk zijn er altijd aanwijzingen te vinden om tóch schuldig te verklaren. Iemand moet schuldig zijn aan door niemand gewilde gebeurtenissen. De illusie greep te hebben op het leven kan zo in ieder geval in stand worden gehouden en de pijn van het snijdende, haast dodelijke gevoel van machteloosheid kan dan tenminste verdwijnen.

In de film “Free Willy” sluit het verschoppelingentje Jesse vriendschap met de in ieders ogen zo knorrige orka Willy. In samenspel met Jesse ontpopt de zwaardwalvis zich als een innemende, sierlijke kunstenmaker. Maar wanneer Jesse zijn eerste show met Willy wil opvoeren, laat deze het afweten. Jesse, die niet weet dat enkele kinderen keihard op de wanden van het bassin bonken, probeert alles om Willy tot ander gedrag te bewegen. Het mag niet baten. Zich machteloos voelend, teleurgesteld en boos, besluit hij de walvis over te laten aan zijn droevig lot in het veel te kleine dolfinarium: dan had hij maar mee moeten werken! Nee, de jongen laat zich niet vermurwen door de smartelijke geluiden die het dier maakt. Jesse blijkt overigens niet de enige bij wie de orka in ongenade valt: zijn eigenaars beschouwen hem als een financieel fiasco en besluiten het bassin waarin hij rondzwemt leeg te laten lopen, zodat hij zal sterven, waarna de verzekering zal betalen. Op het moment dat Jesse het dolfinarium verlaat, loopt hij het wegspuitende water tegemoet. In een flits beseft hij dat Willy in levensgevaar is. Zijn liefde voor de orka wint het van zijn boosheid. Hij zet een reddingsactie op touw die het dier terugvoert naar de vrijheid van de zee.

“En altijd is het zo geweest dat de liefde haar eigen diepte niet kent dan op het uur der scheiding”, schrijft Kahlil Gibran. Ik denk dat het erom gaat zowel oog in oog met de naderende dood als met alle andere aspecten van het leven, verantwoordelijkheid te nemen voor de alles dragende liefde. Wellicht ontstaat daarmee tevens de ruimte om in geval van door niemand gewilde gebeurtenissen, te spreken over schuldeloze schuld.

Dit enigszins bewerkte artikel verscheen eerder in het blad “Wisselwerking”, een uitgaven van de Nierpatiëntenvereninging LVD (Nr 1/februari 1997).

terug naar boven