|
||||||||||||||||||
|
Door Lieneke Koornstra . Handicap en
chronische ziekte kunnen intimiteit en seksualiteit belemmeren. Zowel
eigen als maatschappelijke beeldvorming kunnen een sta in de weg zijn om
van je eigen lijf te houden. Met enige creativiteit is er nog volop te
genieten, ook met je partner. Het dochtertje van één van mijn vriendinnen wilde laatst een tekening maken van een heks met een wrat op haar neus. Het eerste wat op papier kwam was de wrat met een heleboel haren erop. De rest was bijzaak. Okay, gezicht, lichaam, puntschoenen, puntmuts en bezem kwamen ook allemaal op papier, maar het draaide toch vooral om de wrat. De manier waarop deze dochter de wrat tot het belangrijkste van de hele heks maakte, is illustratief voor de manier waarop mensen dikwijls naar elkaar kijken. Voor het oog Aan het hebben van een huidskleur, een rollator en een rolstoel is weinig of niets te veranderen: je moet het ermee doen en daar kan je blij of verdrietig om zijn, maar je moet het ermee doen. Een huidskleur kan je mooi, zelfs sexy vinden ondanks alle stigma's die eraan vastzitten: mensen liggen uren in de zon of onder de zonnebank om er mooi gebruind uit te zien. Maar een rollator of een rolstoel, er zijn zeer geavanceerde types bij: al steel je er de show mee in de Paralympics, het Journaal haal je er niet mee, in tegenstelling tot alle andere topsporters die je drie keer op een avond opgediend krijgt. Marjan de Wijs, een astmapatiënte en studente sociale wetenschappen die zich bezighoudt met wat seksualiteit inhoudt voor onder meer mensen met een functiebeperking, stelt dat een eerste contact makkelijker zal verlopen als je, net zoals zij, een chronische ziekte hebt dan wanneer je in een grote elektrische rolstoel zit. Ze vervolgt ermee dat de kreet 'wennen is kennen' opgaat, dat als mensen aan je handicap kunnen wennen ze steeds meer naar je persoonlijkheid zullen gaan kijken.
"Alleen met je hart kun je goed zien", schrijft Antoine de Saint-Exupéry.
"Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar." Een diepe waarheid, maar
feit is ook dat in onze maatschappij het schoonheidsideaal heerst van
jong, slank, knap en gezond.
Ooit sprak ik een vrouw die een borstamputatie had ondergaan. De eerste
keer dat ze na haar ontslag uit het ziekenhuis weer samen met haar man
in bed lag huilde ze intens om het verlies van haar borst. Samen met
haar echtgenoot keek ze naar haar verminkte lichaam. Manlief aaide teder
over het litteken. "Weet je", zei hij al strelend, "zo komt die andere
borst veel beter uit." Meermaals krijg ik geschokte reacties te horen
als ik dit vertel, maar zij, zij verstond zijn liefde.
Hoe gehandicapt, of, zoals de
Duitsers het zeggen, 'behindert', zijn wij in het kijken, in het
waarnemen, in het zien? Kijken wij met een milde blik of met een scherpe
blik? Welke bril zetten wij op? Laten wij ons sturen door de economie,
door het maatschappelijk schoonheidsideaal?
Waardoor laten we ons
misleiden? Wat maken wij tot
de
waarheid terwijl het onze bekrompen, 'behinderte',
egocentrische waarheid is?
Lucille Werner (lichamelijk gehandicapt en presentator 'Lingo') zag een
jaar of vijf geleden in New York een billboard met de tekst: 'Iedereen
is anders, maar iedereen is gelijk.' Zij heeft het omgedraaid: "We zijn
allemaal gelijk, het enige verschil is dat ik een handicap heb en een
ander niet." Een terechte stelling of te kort door de bocht?
Eng
Over het algemeen hebben mensen met een functiebeperking een negatiever
zelfbeeld en minder zelfvertrouwen dan mensen zonder functiebeperking.
Ze vinden zelf hun lichaam niet aantrekkelijk en denken dat anderen dat
ook zo beoordelen. Ook wanneer een relatie stukloopt uit zich dat want
de oorzaak wordt al snel gezocht bij de handicap. Daarbij spelen normen
en waarden over uiterlijk en gezondheid een grote rol maar ook
beeldvorming. Soms stoot je je er ook echt aan, zoals een van mijn
vrienden die bij een bedrijfsongeval twee vingers is kwijtgeraakt. Bij
een nieuwe werkgever werd zijn aanstelling niet verlengd omdat diverse
klanten hadden aangegeven zijn hand eng, niet representatief te vinden. Vervreemding
De afstand die ontstaat tussen de wil enerzijds en
de fysieke mogelijkheden anderzijds draagt in sterke mate bij aan het
gevoel van vervreemding. Vooral mensen die te maken hebben met een
voortschrijdende ziekte geven te kennen dat ze zich veelal
buitenstaander voelen: er gebeurt van binnen
van alles waar zij, maar ook vaak de medici, geen greep op krijgen.
Hun lichaam wordt onvoorspelbaar en daarom helaas ook onbetrouwbaar: wat
gisteren nog kon gaat vandaag maar met moeite, wat nu lukt is over een
maand misschien een onmogelijkheid geworden. De consequentie is dat je
vaak met verbazing kijkt naar wat je lichaam doet of weigert: opeens
krijgt een spier een tic, wil een voet niet meer omhoog of stoot je je
kopje om omdat je je hand niet goed meer kunt sturen. Je wordt
toeschouwer van je eigen lichaam, probeert het in de gaten te houden om
voortekenen te zien of ontwikkelingen te volgen. Je lichaam staat naast
je, en kent een eigen ontwikkeling. Het gaat zijn eigen gang, los van
jou. Na veel operaties of andere medische ingrepen kan je je lichaam met
negatieve en pijnlijke ervaringen gaan associëren en het wellicht als
een medisch object gaan zien."
Om al die onplezierige aanrakingen en inbreuken maar niet te voelen, kan
het gebeuren dat je afstand neemt van je eigen lichaam. Er ontstaat
langzamerhand een scheiding tussen gevoel en lichaam, tussen gevoel en
verstand. In vaktermen wordt dat vaak onteigening van het lichaam
genoemd.
Vechtpartijen met je lijf (jezelf elke 24 uur
catheteriseren, de ontlasting stimuleren) is bepaald niet bevorderlijk
voor een aangename verstandhouding tussen jou en je lichaam.
"Gigantisch
is de energie die het lichaam alleen al je kost", schrijft Renate
Rubinstein. "Je moet het voeden, je moet het aankleden, je moet het
omdraaien in bed. Kostbare energie gaat daarin zitten want je moet je
voedsel snijden, smeren, koken en een bord op tafel zetten. Je moet het
lichaam ook weer uitgekleed krijgen en je moet het bed uitkomen zonder
in je lakens verstrikt te raken. Nooit geweten dat dit allemaal
inspanningen zijn." Tekenend is dat Rubinstein zo nadrukkelijk over 'het
lichaam' spreekt: het bezittelijk voornaamwoord is gesneuveld. Het is
háár lichaam niet meer, het is een ding geworden dat ze met zich
meezeult. Venus van Milo
Gelya
Frank, een onderzoekster, benoemt dat de manier waarop mensen hun
lichaam gebruiken en ermee
omgaan door veel factoren wordt beïnvloed.
Dat de cultuur waarin je leeft een grote rol speelt en als het ware
voorbeelden en modellen aanreikt. Mensen met een handicap daarentegen,
stelt Frank vervolgens, moeten leren met een afwijkend lichaam te
functioneren; ze moeten hun zelfbeeld aanpassen en zich wennen hun
lichaam naar vermogen en met een zekere vanzelfsprekendheid te gebruiken
– en meestal zonder lichtend voorbeeld. Frank vertelt over haar
gesprekken met Diane DeVries, een Amerikaanse vrouw die zonder armen of
benen is geboren. Tot Franks aanvankelijke verrassing blijkt DeVries een
uiterst positief beeld van haar eigen lichaam te hebben. DeVries
vertrouwde haar toe altijd haar eigen ideaal te hebben gehad: "Ik heb me
van jongs af aan vereenzelvigd met iemand die op me lijkt: de Venus van
Milo. Ze ziet er precies uit zoals ik – haar ene armstomp is ook korter
dan de andere. En om de overeenkomst nog groter te maken, Diane is een
andere naam voor Venus." Gelya Frank en Diane DeVries kwamen tot de
slotsom dat ze zich de Venus van Milo geen van tweeën kunnen voorstellen
zoals die er ooit moet hebben uitgezien, namelijk met armen en benen: ze
is mooi zoals ze nu is. De Venus van Milo en Diane horen zo; zo, en niet
anders.
Houding
Een handicap of chronische ziekte is
natuurlijk ook een keiharde werkelijkheid, getuige het verhaal van een
40-jarige bechterewpatiënt:
"Ik kan er maar niet aan wennen dat ik
op mijn leeftijd niet meer kan werken. Voor mijn oude werk ben ik
afgekeurd, dat is te zwaar voor me. Maar hoe ik ook zoek, overal stoot
ik mijn neus. Ik zit de hele dag thuis en heb veel tijd om na te denken.
Tegenover mijn vrouw voel ik me soms ook een nietsnut, want helpen met
zwaar werk kan ik niet. Aan seksualiteit kom ik niet toe, ik heb er geen
moed voor. Als ik op straat loop zeggen buren en kennissen wel eens:
'Hallo, hoe is het, nog steeds in de ziektewet, zie ik?' Meestal
bedoelen ze het goed, maar het is op zo'n moment voor mij
verschrikkelijk."
Er zijn twee van zulke stereotypen. Tegenover de zielige invalide staat
de opgewekte, altijd vrolijke gehandicapte, die zich zonder zeuren
vrouw- of manmoedig door het leven slaat, druk bezig de handicap te
compenseren. "We neigen ertoe, en dat geldt zowel gehandicapte mensen
als mensen die dat niet zijn, om gehandicapten heroïsch dan wel tragisch
te zien – maar nooit als gewone doorsnee-mensen met een
doorsnee-karakter", zegt Boris Esterik, directeur van een bureau van
acteurs met een handicap.
Een identiteit
Er zijn gehandicapten die er niet uitzien doordat ze totaal geen
aandacht aan hun uiterlijk besteden (negatief zelfbeeld? Waar maak ik me
nog mooi voor?). Of ze zien er niet uit doordat de buitenwereld hun iets
functioneels opdringt. Bijvoorbeeld een wijde blouse of een vormeloze
broek omdat die zo handig zijn bij het aan- en uitkleden en bovendien
hulpmiddelen zo prettig verbergen. Dat heet dan praktisch gekleed zijn.
Maar een urinezakje past heus ook onder een strakkere broek of rok en
waarom zou je niet met naaldhakken in een rolstoel kunnen zitten?
Wanneer je in een rolstoel zit kan je je per
definitie niet onopvallend opstellen, ook al zou dat voor sommigen een
natuurlijker houding zijn. Het gevoel met die stoel te moeten
concurreren, gaf een gebruikster een extra duwtje om er dan ook maar
iets moois van te maken toen ze erop uit moest: "Ik heb een sjieke
body-stocking aangetrokken, van glanzende zijde met veel kant. Een
beetje griezelig vond ik het wel, ik was zo opzichtig – maar dat wilde
ik juist, ik zag er prachtig uit. Het rare was dat ik me realiseerde dat
ik zoiets nooit publiekelijk
had durven dragen wanneer ik gewoon als de
anderen had moeten rondlopen: dan had ik me toch te kwetsbaar, te bloot,
te bekeken gevoeld. Mijn stoel bood me bescherming, en gaf me
tegelijkertijd een duwtje in de rug, hielp me over een drempel heen."
Normen en waarden
Heersende normen en waarden in de samenleving kunnen extra belemmerend
werken voor mensen met een chronische ziekte of lichamelijke handicap.
Het al eerder genoemde schoonheidsideaal waarvoor iedereen jong, gezond,
sportief en snel moet zijn degradeert mensen met een functiebeperking
naar de tweede rang. Door de maatschappij wordt het hebben van een
lichamelijke beperking veelal geassocieerd met tekortkoming, met zielig
en hulpbehoevend, met onaantrekkelijk en bovendien vaak een uitkering
trekkend. Dat wordt niet altijd met zoveel woorden gezegd, maar als je
bijvoorbeeld naar de media kijkt, dan komen mensen met een ziekte of
handicap het meest in beeld in een rol die deze stereotypen eerder
bevestigen dan bestrijden. Of je nu wilt of niet, op een of andere
manier ga je jezelf die beelden eigen maken en beoordeel je ook jezelf
eerder op de vooronderstelde tekortkoming en belemmeringen dan op je
mogelijkheden.
Kortom, de maatschappij vindt dat je om mee te tellen jong, mooi en
gezond moet zijn en het anders zijn, omdat je een functiebeperking hebt,
wordt negatief gewaardeerd. Maar het is natuurlijk de vraag of de
maatschappij gelijk heeft. Die visie werkt depersonaliserend, slopend.
Jij bepaalt jouw cultuur, wat je wel of niet wilt: ook in relatie, ook
seksueel. Rolpatronen Relatie lichaam en geest
Soms lijkt het of in onze westerse maatschappij het lichaam niets meer
is dan een symbool. Fitnesstrainingen, anti-rimpelcrèmes en afslankkuren
verwijzen elk op hun eigen manier naar een te ver doorgetrokken
lichaamscultuur: een gezond en gespierd lichaam is geen teken meer, maar
het bewijs geworden van een gezonde geest. We neigen steeds verder naar
de opvatting dat het uiterlijk een weerspiegeling is van de innerlijke
gesteldheid.
Zie maar klaar te komen met een
weliswaar prachtig lijf dat geveld is. Dat vraagt zorg en roept angst
op. Hoe zal de aandoening, de ziekte zich ontwikkelen? Hoe komt de
toekomst eruit te zien? Wat is goed voor de patiënt en wat moet hij of
zij juist vermijden?
"Niet iedereen met een chronische ziekte of handicap heeft van dit alles
zoveel last", schrijft Karin Spaink. "Ook degenen voor wie dat wél geldt
hebben niet altijd en eeuwig ruzie met dat lichaam. Zoals eerder gezegd,
je went aan je beperkingen en vindt wegen om die te omzeilen of minder
zwaar te laten wegen. Er gaan weken of maanden voorbij dat je lichaam
stabiel is, en je niet voor nieuwe vragen plaatst. Er zijn genoeg mensen
die in de loop van de tijd volstrekt vertrouwd zijn geraakt met hun
handicap, en met evenveel kunnen als anderen zonder. En er gaan, ook al
is de eerste reactie die je bij buitenstaanders oproept er gewoonlijk
een van 'wat triest toch..', dagen en dagen voorbij dat je er niet aan
denkt. Omdat er een nieuwe vanzelfsprekendheid ontstaan is in die
verhouding tussen lichaam en geest, tussen wensen en beperkingen; een
vanzelfsprekendheid waarmee je goed kunt leven. Heel prettig zelfs." Onverkende zintuigen
Je kunt blijven hangen in je beperking, je slachtoffer, je verlies: je
kan er ook uit stappen, een ander kan je er ook uit helpen. Het is
levenskunst om creatief te worden.
Voor Gareth Branwyn
begon het gevecht met pijn op zijn achttiende. Hij kreeg toen te horen
dat de ziekte die hem al jaren kwelde ongeneeslijk was. Een zeldzame
vorm van artritis die het bottenstelsel steeds verder aantast. Gewone
pillen boden geen soelaas. Tarwegras-therapie, Bachremedie,
geneeskrachtige kristallen en visualisatietechnieken evenmin. De pijn
bleef, depressies kwamen. Aanvankelijk sloeg Gareth het advies om dokter
Patch Adams te bezoeken in de wind. Hij had voor zijn gevoel meer dan
voldoende geëxperimenteerd. Maar nieuwsgierigheid dreef hem tenslotte
naar de man die door de telefoon monter had gezegd dat 'als er niets te
doen viel aan de pijn, hij die pijn moest beleven.' En dat was een nieuw
verhaal: alle therapieën die hij had geprobeerd hadden hem vermindering
van de pijn in het vooruitzicht gesteld. Behoefte aan intimiteit
Mensen kunnen niet zonder lichamelijke nabijheid, liefde en troost. Van
lichamelijke nabijheid zijn we vervreemd. Aanraken en aangeraakt worden
wordt eng gevonden. Kinderen krijgen frequent te horen: niet aankomen.
In musea staan overal bordjes: niet aanraken. Op het werk geldt ook dat
er niet aangeraakt mag worden: ongewenste intimiteit heet het daar. Als
leerkracht, therapeut of arts moet je tien keer nadenken voordat je
iemand troostend aanraakt. Alsof troost iets met aanranding te maken zou
hebben!
De tast is een van onze belangrijkste zintuigen. Om te ervaren dat iets
bestaat raak je het aan, pak je het vast, betast je het. Een baby'tje:
wie wil dat niet even aanraken, strelen, vasthouden? Moeder koe likt het
pasgeboren kalf met haar tong. In de aanraking zit de bevestiging: jij
bestaat. Mensen die iets met elkaar hebben raken elkaar ook aan, omarmen
elkaar. Zij komen elkaar na, betreden elkaars ruimte: jij mag er zijn.
Een klop op de schouder als waardering. Een arm om de schouder als
troost. Een kusje op de bezeerde knie van een kind doet wonderen.
Aanraking is van levensbelang. "Wat je niet meer kunt helen, moet je
aanraken en strelen", las ik ooit in de receptie van een verpleeghuis.
Genezing door respectvolle aanraking. Daar hebben mensen huidhonger aan.
Inbreuk
Daarin zit een deel van de pijn van het gehandicapt of chronisch ziek
zijn: de afhankelijkheid van anderen. Veel van die anderen verstaan
niets van de kunst om nabij te zijn met behoud van distantie, die tonen
zich alleen maar koud en afstandelijk. Bang om aan te raken, bang om
zelf geraakt te worden, behept met het taboe dat nog altijd rust op
ziekte, handicap en seksualiteit. Al helemaal als het over seksualiteit
gaat wordt er gelachen of gezwegen.
Omdat seksualiteit zowel de lichamelijke nabijheid als de liefde en de
troost in zich draagt, zou het de normaalste zaak van de wereld moeten
zijn dat seksualiteit bespreekbaar is. Ook in die zin dat behandelaars,
professionals, dit kwetsbare onderwerp aan de orde stellen. Hoe langer
je kwetsbare zaken niet deelt, hoe moeilijker het wordt daar alsnog over
te beginnen. Menig professional denkt eveneens: "O jeetje, moeten we het
dáár over hebben?!" Behoefte
Zo vertrouwde een dialysepatiënt me eens toe dat hij geen erectie meer
kon krijgen. "Wat heb ik nog aan dat ding. Ik kan er niet meer mee
plassen, ik kan hem niet meer omhoog krijgen, ik kan niet meer
binnenkomen bij mijn vrouw. En dan wordt er gezegd: je kunt ook leuk met
elkaar vrijen zonder gemeenschap." Zie daar maar eens mee klaar te
komen. Dat vraagt allereerst verwerking, rouwverwerking. Waarom zouden
we wel mogen rouwen omdat we niet meer kunnen lopen, niet meer kunnen
zien, niet meer kunnen horen, en niet omdat we niet meer kunnen
copuleren?
Nancy Friday heeft veel onderzoek verricht naar de
erotische fantasieën van vrouwen en mannen. Copulatie bleek daar
een wezenlijk onderdeel van uit te maken. Heel menselijk, heel
natuurlijk. Verwerking begint doorgaans met opstand, verzet. Deze
nierpatiënt komt in opstand omdat hij hem niet meer in opstand kan
krijgen. Het verlies aan seksuele mogelijkheden wil nog niet zeggen dat
ook je seksuele verlangens ingeperkt raken. Verstoorde balans
De seksualiteit is in het leven van de meeste mensen - ook als ze gezond
zijn - een moeilijke opgave. Een seksuele relatie opbouwen zodanig dat
beide partijen er voldoening aan beleven en er tevreden mee zijn is geen
eenvoudige zaak. Als een van de twee te maken krijgt met een chronische
ziekte of lichamelijke handicap wordt deze opgave moeilijker, want de
verhouding tussen geven en nemen verschuift en een evenwicht is slechts
met moeite terug te vinden.
Gezelschapsspel
Een relatie is voor velen de belangrijkste context waarin seksualiteit
plaats kan vinden. Een paar dat de vaardigheden bezit om openlijk zorgen
en problemen te bespreken en tevens verlangens en wensen aan elkaar
duidelijk kan maken, heeft veel in huis om eventuele problemen, ook op
seksueel gebied, het hoofd te bieden.
Het is bekend dat mannen in dit opzicht meer problemen hebben dan
vrouwen. Dat geldt zeker in seksualiteit. Mannen hebben het zwaarder
omdat vrouwen al eerder geleerd hebben dat er hindernissen genomen
moeten worden, bijvoorbeeld bij het menstrueren met alle bijkomende
ongemakken van dien, terwijl mannen bij spontane zaadlozingen het vanaf
het begin alleen maar als lekker hebben ervaren. Met name mannen vinden
het vaak moeilijk om een andere manier van vrijen te accepteren. Echte
seks is vaak synoniem voor prestatie. Bij vrouwen zie je dat ze zich
zorgen gaan maken over hun aantrekkelijkheid voor anderen en dat ze zich
schuldig gaan voelen als ze niet voldoen aan de eisen van hun partner.
Uit onderzoek blijkt dat sommige zieken in eerste instantie zeggen: laat
de seks voortaan maar zitten. Harry van de Wiel, hoogleraar
gezondheidspsychologie en seksuologie, daarover: "Dat kan je wel zeggen,
maar seks is wel een gezelschapsspel. Met andere woorden als je een
relatie hebt, bepaal je met zo'n beslissing ook voor de ander dat hij of
zij geen seks meer heeft. Letterlijk aan den lijve ervaren dat je nog de
moeite waard bent, is enorm belangrijk. Seks is een teken van
vitaliteit. Ook als chronisch zieke wil je een zo vitaal mogelijk leven
leiden. Wie zich erbij neerlegt dat de seksualiteit uit het leven
verdwijnt, legt zich misschien ook wel op andere vlakken neer bij de
ziekte of handicap. Seks is wat dat betreft wel een graadmeter: als het
daarmee weer beter gaat is dat een teken dat je je vitaliteit
terugvindt.
Gezamenlijke
opgave
Enige humor kan geen kwaad: "Eén van de voordelen van mijn aandoening is
dat ik heel gevoelig ben voor aanrakingen maar dat betekent ook dat je
heel voorzichtig moet zijn als je me op bepaalde plekjes aanraakt."
Als je al heel lang geen relatie hebt gehad kan je het vertrouwen in je
mannelijkheid of vrouwelijkheid verloren hebben. Het opnieuw ontdekken
hiervan kan geweldig zijn. Je kunt meer vertrouwen krijgen in je lichaam
en je veel gelukkiger gaan voelen.
Gelijkwaardig
Als de patiënt weet dat er geen
eisen zullen worden gesteld die hij of zij niet kan waarmaken en de
partner weet dat met zijn of haar wensen als het maar enigszins mogelijk
is rekening wordt gehouden, is de vertrouwensbasis aanwezig.
Het feit dat de ene partner door
toedoen van de andere partner een seksueel gevoel kan krijgen, kan
worden opgevrijd, een orgasme kan krijgen, geeft plezier en bevestiging.
Na
confrontatie met ziekte of handicap is het voor beide partners een
zoeken naar wat kan. Het is net als bij het verwerken van alle andere
verliezen: momenten van weer genieten en blij zijn worden afgewisseld
met tegenvallers en intens verdriet, daar kan je de partner niet voor
sparen.
Vicieuze cirkel
Een posttraumatische
dystrofiepatiënt hierover: "Mijn man is bang dat hij mij pijn doet. In
de jaren dat ik zoveel pijn had, gebeurde dat ook onbedoeld. Maar nu kan
ik het best weer
Seksueel-affectieve voorgeschiedenis
Harry van de Wiel nogmaals: "De seksuele relatie van vóór de ziekte
heeft veel voorspellende waarde voor hoe het á de diagnose zal zijn. Als
beide partners altijd aandacht hadden voor elkaars behoeften, zal dat
tijdens de ziekte vaak zo blijven. Als praten over seks altijd al
moeilijk was, zal dat niet zomaar veranderen. Voor sommige stellen is
veranderen en creatief zijn dus moeilijker dan voor anderen."
Is dat begin er, dan komen de praktische
oplossingen voor lichamelijke beperkingen vaak als vanzelf. En die
oplossingen zijn vaak verrassend simpel. Een astmapatiënt die een extra
'pufje' neemt voor het vrijen. Een reumapatiënt die een warme douche of
een glaasje alcohol neemt om de pijn wat te verzachten en zo toch te
genieten. Een lekkere massage voor de man of vrouw met een huidziekte
die zich toch al met zalf moet insmeren. Wie het lukt samen een nieuwe
weg te vinden, creëert behalve een nieuw seksleven ook een ongelooflijke
intimiteit.
Woet Gianotten, medisch seksuoloog: "Mensen weten nog hoe ze het altijd
deden en denken dat dit de enige manier is om het samen fijn te hebben.
Maar het is net als het vinden van de route naar het theater, je
therapeut, je tante. Je denkt op een bepaald moment dat je de handigste
manier gevonden hebt maar er zijn misschien nóg meer mogelijkheden. Je
kunt wel op 25 manieren seks met elkaar bedrijven. Veel mensen weten
bijvoorbeeld niet dat je kunt klaarkomen zonder een erectie te hebben.
Mensen moeten het lef hebben om samen een plezierig alternatief te
vinden voor datgene wat voor hen zo vertrouwd was."
EEen vrouw zei: "Ik geloof wel dat als je je niet meer kunt bewegen, dat
het dan moeilijk is. Maar is het ook niet zo dat vrouwen die vóór hun
ziekte al een tik van frigiditeit hebben, dat dat dan erger wordt? Het
lijkt mij vanuit mijn instelling moeilijk te geloven dat er mensen zijn
die er niets aanvinden. Die hebben er volgens mij nooit wat aan
gevonden. Want je blijft toch steeds naar een alternatief zoeken om het
te kunnen doen, dus een houding die zo min mogelijk pijn doet zodat je
er dus toch de lol van hebt." Vertrouwen
Seksualiteit is een spel van geven en
nemen; als het goed is wisselen geven en nemen elkaar af. In geval van
een lichamelijke handicap of langdurige ziekte van één van de twee kan
bij de partner het gevoel ontstaan dat het alleen nog maar een kwestie
is van geven en dat er weinig meer terugkomt. Er kan een zekere wrevel
ontstaan die niet gemakkelijk geuit wordt, maar die vaak leidt tot een
houding van onverschilligheid of berusting van de kant van de partner.
Als de gezonde partner te veel vraagt van de gehandicapte of zieke en
regelmatig eigen wensen doordrukt, ook op momenten dat dit de
gehandicapte of zieke eigenlijk te zwaar valt, wordt het voor deze heel
moeilijk om genegenheid en warmte te blijven voelen voor de partner. Het
vertrouwen kan alleen ontstaan als de persoon met de lichamelijke
beperking weet dat hij of zij op werkelijk moeilijke momenten op begrip
kan rekenen.
Het kan echter ook gebeuren dat de gehandicapte of zieke partner
regelmatig het seksuele contact afwijst door bijvoorbeeld te zeggen: "Ik
kan niet, ik heb te veel pijn", terwijl het eigenlijk met de klachten
meevalt, maar hij of zij er gewoon geen zin in heeft. Als iets
dergelijks langere tijd achter elkaar gebeurt, leidt dit bij de gezonde
partner tot het gevoel dat op zijn of haar begrip wel een beetje te
groot beroep wordt gedaan en dat de eigen wensen helemaal geen rol meer
spelen. Dit kan - op langere termijn gezien - leiden tot rancune bij de
gezonde partner die zich genomen voelt door de zieke of gehandicapte.
Dan ontstaat er een tekort aan vertrouwen bij de gezonde partner, omdat
de ander zich verschuilt achter zijn of haar lichamelijke gebrek en te
veel op zichzelf en de eigen wensen is gericht. De andere kant van het
verhaal is dus dat ook de partner op de redelijkheid van de patiënt of
de gehandicapte moet kunnen vertrouwen.
Praten over seks
Uit een onderzoek
naar de gevolgen van de ziekte van Crohn op
de relatie blijkt dat 43% van de ondervraagden vindt dat hun relatie
door de ziekte beschadigd is. Het gaat daarbij voornamelijk om
neveneffecten van de toegenomen afhankelijkheid, zoals niet uitgesproken
gevoelens, verwijten en dergelijke. Er zijn ook onderzoeksresultaten
waaruit geconcludeerd wordt dat de ziekte of verkregen handicap de
partners juist dichter bij elkaar heeft gebracht. Zoals al eerder
gesteld: aals
een seksuele relatie goed is voordat er beperkingen optreden, vallen de
aanpassingen later ook erg mee.
En als ik het dan heb over een goede seksuele relatie gaat het niet
zozeer om het kunstje, maar veel meer om waardering en respect voor
elkaar en met elkaar kunnen uitwisselen over ideeën en fantasieën,
alsmede over de prettigste plek om te vrijen en het meest geschikte
tijdstip. Praten over seks dus en niet alleen maar doen.
Gemeenschappelijk avontuur
En als mensen een ander patroon ontwikkelen kunnen technische
hulpmiddelen daarbij uitkomst bieden. Er is van alles: vibrators,
vacuümpompen, glijmiddelen en pillen die de erectie bevorderen of bij
vrouwen maken dat ze wat vochtiger worden. Het kan al een mooi
gemeenschappelijk avontuur zijn om samen te ontdekken wat het prettigste
is. Het ene hulpmiddel werkt snel, maar bij pillen moet je soms een
uurtje wachten totdat je werkelijk tot gemeenschap over kunt gaan.
Een patiënt vertelt: "Ik heb gemerkt dat ik de seksualiteit beter kan beleven als ik van tevoren rustig aan doe. Fijn wat ontspannen. Ook neem ik van tevoren meestal een douche. Dat maakt je spieren soepel en dan kun je gemakkelijker bewegen. Ik vind het prettig als ik me wat vrijer kan bewegen als ik met mijn vrouw naar bed ga."
Afstemming
"Eén van de dingen waar ik me nu mee in de stemming breng is mijn
verzorging: mijn benen insmeren, mooie kousen, lekkere luchtjes",
vertelt een gehandicapte vrouw. "Je lichaam is er om van te genieten en
van te laten genieten, punt uit. Ook het mijne."
Belangrijk is de onderlinge afstemming waarin de chemie
de basis is waaruit spontaan iets op kan wellen: dansen, kriebelen,
kietelen, omhelzen, rollebollen: lekker voelen, je lekker voelen, lekker
om te doen.
Ook bij geplande seksualiteit is
afstemming noodzakelijk. Een reumapatiënt: "Als ik weet dat er 's avonds
gelegenheid is om te vrijen en ik een goeie dag heb, probeer ik me die
dag zo rustig mogelijk te houden. Dan heb ik 's avonds nog genoeg
energie over. Soms neem ik 's middags wat extra rust. 's Morgens komt
het vrijen er haast niet meer van, want dan ben ik vaak veel te stijf om
me goed te kunnen bewegen en heb ik meestal ook meer pijn. Dus neem ik
vooraf wat extra pijnstillers." Ze laat haar man doorgaans ook even van
te voren weten dat ze 's avonds graag wil vrijen: "Het is wel eens
gebeurd dat ik me had voorbereid, maar dat hij 's avonds een afspraak
bleek te hebben. Het leek me zo leuk 'spontaan' zin te hebben aan het
eind van de dag, maar toen ging het dus niet door. Daar hebben we samen
gelukkig erg om moeten lachen en daarna hebben we heerlijk gevreeën."
Het is van belang om in je planning het
'misschien' in te voeren en daarin de spontaniteit te laten ontstaan: de
ontdekkingstocht en de afstemming.
"Geleidelijk aan hebben we ook wat
uitgeprobeerd", vertelt een andere patiënt. "Zo
hebben
we ontdekt dat het op z'n hondjes (man benadert vrouw langs achteren)
voor mij met mijn zere heup veel gemakkelijker is dan langs voren.
Sinds mijn ziekte ben ik veel opener in die
dingen geworden. Acties van mensen die de porno de wereld willen
uitbannen vind ik kortzichtig. Reken maar dat heel wat mensen kunnen
leren van dingen die ze daar zien doen." geïnspireerd, op ideeën
gebracht en in hun creativiteit gestimuleerd. Erotiek heeft altijd deel
uitgemaakt van zowel onze hoge als onze lage cultuur, en in die zin is
zij een deel van het leven.
Elkaar dus be-leven.
Daarin kan je elkaar tot steun zijn bij de
verwerking van het gemis, bijvoorbeeld door lief om te gaan met een niet
stijf piemeltje.
Pijn
Een vrouw zegt
hierover: "Ik heb bij het vrijen doorgaans veel pijn en dat remt me af.
Maar als ik van tevoren een of twee glazen cognac drink, heb ik er
minder last van. Wij drinken normaal gesproken niet veel alcohol. Als ik
mijn man dus de cognacfles zie pakken om samen een glaasje te drinken,
dan weet ik hoe laat het is (lacht). Omgekeerd schenk ik ons ook een
glas in als ik er zelf zin in heb."
Een andere vrouw hierover: "Het is zo dat ik vaak pijn heb en dan heb ik
geen zin in seks. Als ik echt zo'n pijnaanval heb, dan moet ik er niet
aan denken dat mijn man aan mij komt."
Het past niet, is ongepast.
Aanraking dan roept verwijdering op.
Aanraking wordt dan bedreiging, verkrachting.
Pijn
vraagt op zo'n moment alle aandacht. Doordat je die pijn aandacht geeft,
ontstaat er een diepe verbondenheid. Een elkaar begrijpen, verstaan, dat
aanleiding geeft tot een intens contact. Juist omdat alles aandacht
krijgt. Elkaar zó benaderen dat je zó nader tot elkaar komt, dat je in
elkaar opgaat. En dan is de pijn geen pijn meer. Dan is het een
ontroerend samenzijn, hoe pijnlijk ook.
Durven voelen
Nog een aanrader van een liefdespaar: "Van begin af aan scheiden wij
onze genoegens. Zij ligt op het tapijt en ik in een haakse hoek naast
haar zodat alleen onze lippen elkaar kunnen raken. Kussen op deze manier
is een verwarrende sensatie. Het gulzige lijf dat schreeuwt om
bevrediging moet zich noodgedwongen tevreden stellen met een enkel
gevoel en zo wordt de mond het punt waarop de liefde zich concentreert .
Alles gaat via dat punt en krijgt opnieuw betekenis. Het is een zoete en
secure kwelling."
Mensen zijn vaak panisch voor wat abnormaal zou zijn. Seks wordt
dikwijls als een test ervaren, waarbij lijkt te gelden: hoe vaker, hoe
groter, hoe langer, hoe beter. Soms zijn mensen zich zo bewust van de
prestatie die zij in bed leveren dat zij meer toeschouwer worden dan
deelnemer. Dit leidt vaak tot vervreemding en gebrek aan seksueel
plezier. De essentie van seks wordt door deze factoren vaak uit het oog
verloren: het gaat er niet om wat of hoe je het doet maar dat je seks
als plezierig beleeft. Mensen met een handicap of chronische ziekte
zullen voor deze mechanismen net zo kwetsbaar zijn als alle anderen. Normen opleggen aan
seksualiteit is namelijk altijd problematisch. Want wat is er nu leuk en
opwindend aan seks? Dat is juist het gevoel dat je maatschappelijke
normen overschrijdt. Dus hoe kun je daar nou normatief over zijn?
Wanneer je spreekt over seksualiteit, moet je oppassen dat je met de
woorden die je kiest de ervaring van seks niet tekort doet. Dat risico
loop je ontzettend snel.
Durven voelen waardoor je jezelf (je beeld enzovoort) loslaat, vergeet
en aan een andere beleving toekomt doordat je je door de ander laat
beroeren (de pijn niet voelt), dat leidt tot extase.
Terug naar de
oorsprong: waar ging de seksuele revolutie ook al weer over? Over
seksuele bevrijding, over het ontdekken van je lusten. Over de positieve
kracht van seks, over de voeding van je onderlinge liefde. Dat moeten we
weer leren waarderen. De seksuele revolutie is nog lang niet voltooid.
De al eerder genoemde Marjan de Wijs stelt dat denken aan seks bijna
hetzelfde gevoel geeft en een hoop energie bespaart. Volgens mij is dit
een cynische opmerking en daar stinken wij niet in want het lichaam
verlangt aangeraakt te worden en denken kan daar niet tegenop.
Cyclus
seksueel verkeer
In dit verband nog even een tip: sekswoordenboek.nl biedt allerlei leuke
en zinvolle weetjes.
| ||||||||||||||||||