Home
Artikelen
 
Boek - Mijn Liefde Kent Geen Dood
 
Lezingen & Workshops
 
Partner- & Rouwgroepen
 
Spreukenhoek
 
Contact
 
 
 
 

Door Lieneke Koornstra  .

Een mens wordt steeds geconfronteerd met verwachtingen. Tijdens de zwangerschap begint het al. Gedurende de school- en studieperiode gaat het door. Beantwoorden aan verwachtingen levert aandacht en goedkeuring op. Dikwijls gaat dat ten koste van jezelf. Het is levenskunst trouw te worden aan jezelf en van daaruit aan alle anderen.

Toen ik met schaatsen begon heb ik vooral vanwege mijn zwakke enkels een paar lage noren aangeschaft. Ze waren nog geen jaar oud toen mij de overstap naar hoge noren werd geadviseerd. Bij het bochten rijden raakte ik namelijk steeds vaker met mijn schoenen het ijs. De zaak waar ik mijn lage noren gekocht had, wilde van geen inruilen weten. Dus ging ik niet over één nacht ijs. Intussen droomde ik wél van hoge noren. En omdat ik niet binnen afzienbare tijd wéér een paar schaatsen wilde afdanken, ging de voorkeur uit naar marathons. Nog geen jaar schaatsend kon ik me echter niet onttrekken aan de vergelijking met iemand die viool leert spelen op een Stradivarius. Kort voor mijn verjaardag logeerde ik bij een vriendin in Eindhoven. Toen ik daar het ijs op wilde, werd de baan net verzorgd. Tijdens het wachten nam ik een kijkje bij de aldaar gevestigde sportzaak. Lekkerbekken natuurlijk. Desgevraagd werd mij verteld dat er mogelijkheden tot inruil waren. Ik besloot maar eens een paar hoge noren te huren. 'U rijdt er zo op weg of het wordt nooit wat', gaf de verkoper mij te verstaan. Ik reed er zo op weg. En het ging lékker! Hoge noren moesten er komen, daar was ik inmiddels van overtuigd. Maar om het die idiootdure marathons te laten worden? Ik realiseerde me opeens dat ik sinds het overlijden van mijn man en ouders, nooit meer een groot cadeau heb gekregen. Zodra je geen direct naaste familie meer hebt, is ook dát voorbij. Misschien moet ik zélf mijn beste vriendin worden in plaats van een ander als zodanig te ervaren, flitste het door me heen. En dan doet mijn beste vriendin mij die marathons cadeau. Ineens was ik erg ontroerd. Omdat ik mezelf in de armen sloot.

Op goede voet met jezelf
Dikwijls is het geen eenvoudige taak om met jezelf op goede voet te staan. Er mankeert immers van alles aan. De doorsneemens heeft niet het uiterlijk van een mannequin en wordt evenmin, zoals bijvoorbeeld de inmiddels zo vergoddelijkte prinses Diana, dagelijks opgedoft door vakmensen. Voorts krijgt een mens zelden of nooit complimentjes. Kritiek wordt royaler uitgedeeld. De mensbeelden die menigeen vanuit het geloof heeft meegekregen, leiden doorgaans ook niet tot een positieve kijk op jezelf. Het zelfvertrouwen wordt bovendien ondermijnd wanneer je als kind merkt dat je onmogelijk aan de verwachtingen van je ouders kunt beantwoorden. In het ergste geval raak je daardoor dermate ontmoedigd dat je niets meer in jezelf kunt ontdekken waar je trots op bent en dat je aanleiding geeft te geloven dat je de moeite waard bent.

Fouten maken is menselijk
Fouten maken vinden we menselijk. Toch kost het meteen punten. Veel mensen delen dikke onvoldoendes uit als ze zichzelf een cijfer moeten geven. Omdat ze niet tevreden zijn over hun eigen prestaties en/of bang zijn dat anderen hun prestaties onder de maat vinden. Maar als je van de tien keer twee keer valt, ben je toch nog een acht? Okay, fouten kunnen fataal zijn. Er kunnen levens vanaf hangen. 'Ik deed zo mijn best', herinner ik me de verdediging van een operatieassistente. 'Je moet niet je best doen, je moet het góed doen', hield de chirurg haar voor. Enkele weken later hoorde ik van de assistente dat ze nog altijd van zichzelf baalde omdat  ze zo stom had kunnen zijn. 'Waarom neem je geen borrel op de goede afloop?', stelde ik voor. Met ogen zo groot als schoteltjes keek ze me aan. Iedere keer als ze met de chirurg in kwestie samen moest werken, verfoeide ze zichzelf. 'Zou je die bewuste fout nog eens maken?', vroeg ik. 'Beslist niet!' 'Je hebt er dus van geleerd. Fijn toch dat die chirurg op dat moment je beschermengel was?' Eén en al verbazing over mijn manier van kijken. Maar wat schiet je ermee op om almaar boos op jezelf te zijn? Alsof dát je uitstraling en je prestaties ten goede komt! Je komt er alleen beroerd door in je vel te zitten. En als je de pech hebt dat niemand in je omgeving je een oppepper geeft, kan je het ook nog schudden.

Het hemd is nader dan de rok
Voor mensen die alleen (zijn komen te) staan is het steeds weer kunnen oppakken van jezelf helemáál pure noodzaak. De ervaring leert hun immers dat het hemd altijd weer nader is dan de rok en dat zij ook de rok niet zijn, maar de sokken. En al heb je vandaag de dag de meest mooie sokken, ze worden meteen uitgetrokken zodra er mooi weer aanbreekt. Met andere woorden: zodra die goede vriend of vriendin waarmee  ervaringen werden gedeeld, waarmee uit werd gegaan, waarmee zelfs vakantie werd gevierd, een partner krijgt, dan staat die vriendschap plotsklaps op een laag pitje.

Hart en hoop voor jezelf
Ook als je geen alleenstaande bent, word je meer dan eens op jezelf teruggeworpen. Bijvoorbeeld in geval van verraad, bedrog, misbruik of onbegrip. Op pijnlijke wijze wordt de existentiële eenzaamheid, die inherent is aan het menszijn, gevoeld. Juist dán is het van wezenlijk belang jezelf niet te laten vallen. Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat je star moet blijven vasthouden aan iets dat niet meer is. 'Werelden vergaan', zoals Baughan zo fraai verwoordt, 'de kleine waarin je als kind leefde, de dwaze die de mensen bouwen met zichzelf en hun lijden, de wereld die je ademtocht is. De jaren verstrijken; de cirkelgang van tijden en seizoenen; maar er is zonlicht, de geur van de zee, en in het hart van de mens is hoop.'

Hart voor jezelf hebben, hoop voor jezelf hebben, door alles heen. Daarmee leg je een bodem in jezelf, zelfs al werd die er ooit door anderen uitgeslagen. In de haptonomie, waar men zich bezighoudt met de tast en het gevoel, spreekt men over het 'bodemgevoel'. Ik heb dat tastbaar proberen te maken in het volgende gedicht:

            Jezelf niet weggooien
             met het badwater
             als de zeis der kritiek is gehanteerd.
             Bij jezelf blijven
             jezelf voeten geven
             met jezelf zijn
             jezelf dragen.
             Daarin vind je je basis
             ontstaat er draagvlak in je
             van waaruit je meer en meer
             geworteld wordt
             en vervuld kunt raken.
             Zo vervuld
             dat je jezelf uitstraalt
             zoals je in wezen
             bedoeld bent.
 

Een sprookje voor de twijfelaar
Een sprookje tot slot voor allen die twijfelen aan hun wezen, geschreven voor onder de kerstboom, voor in het nieuwe jaar, of liever nog, voor ieder moment.

Ergens in de wijde wateren leefde eens een heel klein oranje visje zijn dagelijks bestaan. Op een mooie, zonnige dag ontving dit diertje een uitnodiging om aan het hof van de keizersvis te verschijnen. Hij begreep er helemaal niets van: wat zou de keizersvis hem te vertellen hebben? Hij was maar een heel gewoon plaatje: de meeste aquariumhouders spreken er een beetje minachtend over, 'een beginnersvisje'. Opeens herinnerde ons plaatje zich dat juist rond deze tijd van het jaar het gouden hart werd uitgereikt. 'Zou ik ... zou ík dat kunnen krijgen?', stamelde hij vol ongeloof in zichzelf. Hij wist nog dat het lichtvisje vorig jaar het gouden hart van de keizersvis gekregen had. Hij vond dat nog altijd vanzelfsprekend: het lichtvisje geeft immers overal en altijd licht. Het jaar daarvoor was de discusvis de uitverkorene geweest. Ja, natuurlijk, want dat toch al zo statige dier geeft z'n jongbroed letterlijk van zichzelf: zodra het discuskroost zelfstandig kan zwemmen, kan het zich voeden met een speciale stof die vader- en moedervis via de huid afscheiden. Ook herinnerde ons kleine plaatje zich dat de poetsvis ooit in aanmerking was gekomen voor de ontvangst van het gouden hart. Evenmin verwonderlijk, want dat dier bewijst de andere vissen toch maar heel goede diensten door hen steeds weer opnieuw te reinigen van parasieten.
Maar waarom had de keizersvis hém ditmaal ontboden? Zijn eigen ogen nauwelijks gelovend, las het oranje visje nogmaals de aanhef. Ja, de uitnodiging was écht voor hem bedoeld, geen twijfel mogelijk. Dus maakte ons plaatje zich gereed voor de lange reis naar de keizersvis. Na uren en nog eens uren zwemmen, bereikte hij diens hof. Prachtige koraalriffen wuifden hem tegemoet. Een paar rifwachters en wimpelvissen kwamen snel naar hem toezwemmen en verwelkomden hem hartelijk. Ze gingen hem voor in het rif. Het plaatje keek zijn ogen uit. Hij zag de meest wonderlijke vormen en kleuren. Vanuit een stervormig koraal kwam een sleutelgatcichlide aanzwemmen. Opnieuw werd onze kleine reiziger warm begroet. De robuust uitziende vis vroeg het plaatje hem te volgen. De rifwachters en de wimpelvissen knikten hem bevestigend toe en zo zwom het oranje visje samen met de sleutelgatcichlide door een straat van zachtroze anemonen. 'Ga nu maar door', zei de cichlide op vriendelijke toon terwijl hij plaatsmaakte voor een vrije doortocht van het plaatje. 'De keizersvis verwacht je'. Ons kleine visje zag de contouren van een werkelijk schitterend gevormde vis, weerspiegeld in een heel zacht licht. 'Dag plaatje', hoorde hij een stem die zo zuiver klonk dat het hem ontroerde. Met enkele krachtige zwembewegingen lukte het ons plaatje om heel dicht bij de keizersvis te komen. 'Dag eh... keizerlijke hoogheid', stamelde hij. 'Fijn dat je gekomen bent', sprak de keizersvis hem toe, 'want ik heb je iets te geven'. 'Ik... ik begrijp het niet', hakkelde het plaatje. 'Ik heb nooit echt iets heel bijzonders gedaan, nee, nooit. Wel heel erg mijn best gedaan om beter te kunnen, maar volgens anderen...’
'Het gaat helemaal niet om je grote prestaties', onderbrak de keizersvis hem. 'Voor mij is geen enkele vorm te min. Het gouden hart gaat altijd naar een gewone vis, die gewoon kan eten, gewoon kan zwemmen en gewoon van goede wille is. Het gouden hart werkt uit zichzelf, je hoeft het je alleen maar toe te eigenen.' En ons plaatje deed wat de keizersvis hem zei en ontdekte toen dat hij door gewoon te kijken, kon zien dat zowel hijzelf als ieder ander wezen, reeds lang met een gouden hart gezegend was.

Dit artikel verscheen eerder in het blad ‘Wisselwerking’, een uitgave van de Nierpatiëntenvereniging LVD (Nr. 6/december 1998)


-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zie ook:
  
workshop: Voor jezelf opkomen bij ziekte

terug naar boven