Alles op de plaats rust

Twee weken ben ik er niet meer geweest. Nu loop ik er samen met vier VVD-leden uit stadsdeel Oost, gemeente Amsterdam. Zij met vuilniszakken, ik met een vuilgrijper.
De mannen zijn oprecht geïnteresseerd in het door mij bij de plaatselijke politiek aangekaarte probleem van zwerfafval op IJburg. Opmerkelijk genoeg heeft de VVD als enige partij gereageerd op mijn mail over deze troep. Opmerkelijk omdat ik werkelijk had gedacht dat dit probleem de interesse van meer politieke partijen zou oproepen. Toegegeven, een groot aantal mails kwam terug als undeliverable message. Heb ik anders nooit last van, alleen als ik grote bestanden verstuur en de mailbox van de geadresseerde dat niet pruimt. Maar in dit geval ging het om een bestandje van slechts 164 kB.
We doen een rondje Lumièrestraat, Bert Haanstrakade, Daguerrestraat, IJburglaan. Ik ben benieuwd hoe groot de oogst na twee weken zal zijn. In de Lumièrestraat vullen de zakken zich nog met kleine beetjes, maar eenmaal op de Bert Haanstrakade worden ze algauw zwaar.
‘Ze gooien ze zo uit de auto’, zegt een van de mannen terwijl hij een plastic flesje opraapt.
‘De bouw veroorzaakt ook veel troep’, constateert een ander heel terecht. ‘Moet je zien wat een bende piepschuim hier rondslingert.’
‘Die bouwvakkers zijn dol op bananen’, reageert zijn collega. De zoveelste donkerbruine bananenschil verdwijnt in de zak tussen het piepschuim.
De aanname dat een bananenschil snel vergaat is onterecht. Afhankelijk van het weer varieert het tussen de één en de drie jaar voordat zo’n schil geheel is verrot. Hetzelfde geldt voor mandarijn- en sinaasappelschillen. Piepschuim vergaat al helemaal niet, dat verkorrelt alleen maar. Evenals plastic. De talloze plastic bekertjes die ik in de afgelopen weken heb opgeruimd splitsen zich slechts op in steeds smallere reepjes. Blikjes verroesten op den duur, maar dat duurt wel tientallen jaren. Kauwgom doet er 25 jaar over om van de aardbodem te verdwijnen. Kartonnen drinkbekers, volop te vinden in de omgeving van de nieuwbouw, een half jaar. Het zijn bekers van het type Scotty 180 ml karton rood. Zegt je dat niets denk dan even aan het motief van een Schotse rok, dan weet je het geheid. Voor € 104,76 zijn deze wegwerpbekers via het internet verkrijgbaar in een doos van 2500 stuks. Dat het wegwerpen bij de ijverige bouwers op straat gooien inhoudt, leert de oogst.
‘Die bouwbedrijven moeten worden aangepakt’, oppert een van de liberale mannen. ‘Er staan hoge boetes op, dat is snel verdiend voor de gemeentekas.’
‘Kijk hier nou toch eens!’, roept een van zijn collega’s, wijzend naar twee gedeeltelijk opengescheurde vuilniszakken. ‘Zal dat ook van die bouwvakkers zijn?’
‘Nee, joh. Moet je al die sinaasappelschillen zien. Zo gezond eten die lui niet’, reageert de ander. ‘Die zakken zijn zo uit een auto gegooid.’
Met vereende krachten graaien ze de rotzooi uit de berm en stouwen het geheel in een van de door hen meegebrachte afvalzakken.
‘Nu een afvalcontainer.’
‘Die staat zo’n meter of twintig verderop’, reageer ik.
Terwijl de eerste oogst in de container verdwijnt, vijf zakken maar liefst, begint het heel zacht te sneeuwen. Poederfijne vlokjes dwarrelen door de lucht.
‘Ongelooflijk ook hoeveel hondenpoep hier ligt’, verzucht een van de goede helpers.
Op het moment dat ik een bierblikje uit de greppel omhoog wil vissen stap ik er middenin. Altijd fijn om de vieze smurrie tussen de diepe groeven van je schoenzolen vandaan te moeten pulken.
Ik vertel dat ik er melding van heb gedaan bij de gemeente en enkele dagen geleden het bericht kreeg dat de klacht was afgehandeld. En dat er lui zijn die de drollen die hun trouwe viervoeter produceert wel in een zakje stoppen, maar het zakje vervolgens tussen de struiken gooien. Kennelijk vinden deze baasjes het gênant om een eindje met zo’n zakje te moeten lopen.
‘Snoeppapiertjes liggen er ook volop’, is de volgende constatering. ‘Die kan je toch zo in je zak steken?’
‘Kan wel, maar wordt niet gedaan’, zeg ik. ‘Alles op de plaats rust. En rusten doet het niet want het waait allemaal zo het IJsselmeer in en wordt onderdeel van de steeds groter wordende hoeveelheid plastic soep. Al die dieren die er op gruwelijke wijze door sterven, dat is het ergste nog.’
De vraag volgt wat er volgens mij moet gebeuren. Ik denk aan frequente voorlichting op scholen, op reclameborden en via de media. Aan een verbod op het oplaten van ballonnen. Aan organisatie van gezamenlijke opruimacties en dan veel vaker dan één keer per jaar. En aan handhaving met stevige boetes omdat de pakkans minimaal is. ‘Maar wie weet wat er nog allemaal geopperd wordt bij de gesprekstafel van IJburgDroomt-IJburgDoet’, voeg ik er hoopvol aan toe.
‘Wij gaan er zeker ook mee aan de gang’, beloven de liberalen.
Intussen hebben we een score van negen volle zakken naast enkele grote stukken die we aan gort hebben geslagen om in de vuilcontainers te krijgen.
Om het gelopen rondje weer helemaal schoon te krijgen, zoals twee weken geleden, kan ik dit weekend nog wel een keer op pad. Maar dat is zinloos nu, want de sneeuw legt een smetteloos witte deken over alles heen.